Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Willibrord van Beek 8 okt. 2009

Debat begroting Huis der Koning, 08.10.2009


De heer Van Beek (VVD):

Voorzitter. Na het bestuderen van de begroting van de Koning van 2010 was er bij mij enige teleurstelling over de nieuwe opzet. Was dit nu alles waar de discussie toe heeft geleid? Maar na de beantwoording van de schriftelijke vragen ontstond toch het gevoel dat de informatie over de kosten van het Koninklijk Huis echt is verbeterd. Ik verzoek de minister-president om de aanvullende informatie, de specificaties en de kwantificeringen die wij ontvangen hebben in de nadere beantwoording, in de toekomst vast onderdeel te laten zijn van deze begroting. De discussie over de nieuwe Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis hebben wij beëindigd met een debatje tussen de minister-president en de VVD over ons voorstel om het Koninklijk Huis belastingplichtig te maken voor de inkomstenbelasting en de successierechten op privé-inkomen en bezit. Het kabinet motiveerde toen dat het eigenlijk lood om oud ijzer is of de uitkering netto of bruto wordt verstrekt. De VVD-fractie brengt dit punt opnieuw op omdat wij van het kabinet graag een voorstel zouden willen zien om de Grondwet zodanig te herzien dat ook de leden van het Koninklijk Huis belastingplichtig worden en net als iedereen belasting gaan betalen over inkomen en privévermogen. De VVD denkt dat daarmee het draagvlak onder ons Koninklijk Huis alleen maar versterkt kan worden.

Mevrouw Spies (CDA):

Toen wij de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis hebben besproken, heeft de heer Van Beek dit punt genoemd en er uitdrukkelijk voor gekozen om dat niet te doen. Hij gaf toen ook aan dat er een brutering zou moeten plaatsvinden en dat alles wat nu netto wordt uitgekeerd dan gebruteerd zou moeten worden. Dat betekent dat de begroting alleen nog maar hoger zou worden. Wat heeft hem van gedachten doen veranderen?

De heer Van Beek (VVD):

Niets. Ik herhaal hetgeen ik toen ook gezegd heb. Als ik het hierover heb, heb ik het over brutering. Dat mag helder zijn. De minister-president heeft gezegd dat het begrotingstechnisch eigenlijk niets uitmaakt of het om een bruto of een netto bedrag gaat. Ik herhaal wat ik toen ook heb gezegd. Het zou verstandig zijn en het zou het beeld rond het Koninklijk Huis ten goede komen, als wij deze discussie eens zouden voeren. Die discussie is overigens niet nieuw. Zij is in 1922 al eens gevoerd met Ruijs van Beerenbroek. Zij is in 1968 en in 1969 gevoerd naar aanleiding van het rapport-Simons. Het is dus een terugkerende discussie, waarbij elke keer sprake is van wisseling van argumenten. Je kunt het netto of bruto doen. Ik heb langzaam maar zeker het gevoel dat het het Koninklijk Huis ten goede zou komen als wij af zouden zijn van de discussie over het feit dat zij geen belasting betalen en als zij op dezelfde manier worden behandeld als ieder ander. Dat gebeurt in andere landen overigens ook.

De heer Van Raak (SP):

Ik ben het zeer met u eens. Die discussie moeten wij voeren. Ik heb dat in mijn termijn ook gezegd. Maar het argument van vestzak/broekzak, netto/bruto geldt alleen voor de inkomstenbelasting. De vermogensbelasting en de successierechten staan los van die discussie. Die gaan wel degelijk geld opleveren. Op dat punt hebben de leden van het Koninklijk Huis erg veel voordeel. Wilt u met mij aan de premier vragen of, als hij dat prachtige visiestuk opstelt, hij dit punt ook mee wil nemen? Een aantal fracties zegt te willen dat ook de leden van het Koninklijk Huis belasting gaan betalen. Hoe denkt de minister-president dat dat het beste kan gebeuren?

De heer Van Beek (VVD):

Dat doe ik niet. Ik stel mijn eigen vragen aan de minister-president. Ik schaar mij niet achter uw visiestuk, maar ik zou heel graag met het debat met de minister-president over netto- of bruto-uitkeringen op de agenda zetten.

De heer Van der Ham (D66):

Op zichzelf is het grote winst dat de VVD sinds een tijdje vindt dat de Grondwet in deze richting moet worden gewijzigd. U zegt dat u een oproep om verder te kijken naar de modernisering van de monarchie niet steunt. Waarom eigenlijk niet? U bent liberaal en u bent ook voor modernisering als het een goede verandering betreft. Waarom wilt u dat debat niet open aangaan?

De heer Van Beek (VVD):

Ik ben pas aan het begin van mijn betoog en ik word nu geïnterrumpeerd over zaken die ik nog niet gezegd heb. Maar nu de vraag toch wordt voorgelegd, het volgende. Wij hebben die discussie een jaar of twee geleden voor het laatst gevoerd. Dat gebeurde overigens mede omdat een van uw fractiegenoten die op de agenda heeft gezet. Die afweging heeft toen nadrukkelijk ook bij ons plaatsgevonden. Wij hebben toen gezegd dat wij zeer tevreden waren over de wijze waarop in de afgelopen decennia inhoud is gegeven aan het koningschap. Wij zijn zeer tevreden over het "Nederlands model". Dat wil niet zeggen dat er nooit iets kan veranderen, maar wij zijn er als model zeer tevreden over en wij zouden het een enorme verarming vinden als wij naar een Zweeds model zouden gaan. Dat zou ook niet passen in de cultuur rond ons koningshuis. Het koningshuis heeft vele aspecten. Een daarvan is de staatsrechtelijke organisatie die wij met elkaar hebben vormgegeven. Wij hechten daar zeer aan.

Nogmaals, elk principieel liberaal stuk begint met de tekst dat wij ten principale voorstander zijn van een gekozen staatshoofd. In de tweede zin staat altijd dat zolang de monarchie in Nederland kan rekenen op zo'n brede steun als hier, wij die graag zouden willen koesteren. En dat doen wij ook.

De heer Van der Ham (D66):

Als ik die vraag stel, heb ik het niet direct over het afschaffen van de monarchie. Maar het minder kwetsbaar maken van de monarchie moet toch ook, zeker bij zo'n oranjegezinde partij als de VVD, belangrijk worden gevonden? Je ziet dat de monarchie als symbolische functie juist door de politieke aspecten van die monarchie soms extra kwetsbaar wordt. Dan kan toch ook een VVD zich voorstellen dat je daarin wat moderniseringen aanbrengt, om juist die monarchie wat minder kwetsbaar te maken? U zei zojuist dat er misschien wel wat wijzigingen zullen kunnen plaatsvinden. Dat is misschien een opening daartoe. Kunt u op dat puntje een nadere concretisering geven?


De heer Van Beek (VVD):

Als nu iets geen discussie heeft opgeroepen, dan is het nu juist het staatsrechtelijke, politieke element van het koningschap. Er zijn een aantal problemen geweest die daar stuk voor stuk niets mee te maken hebben. De incidenten, als ik ze zo mag noemen, hebben niets met dat deel te maken. Nogmaals, wij zien dan ook in ieder geval in de zaken die zich hebben voorgedaan, geen enkele aanleiding om die discussie te starten. Als wij het hebben over wijzigingen -- ik heb er zojuist eentje genoemd -- dan kunnen wij ons voorstellen dat dit werkendeweg speelt. Wij vinden dat daarbij ook de nieuwe koning betrokken moet worden. Wij hebben destijds gezegd: wij vinden niet dat voordat de wisseling heeft plaatsgevonden, een principiële discussie over het koningschap zou moeten plaatsvinden. Wij hebben die afweging gemaakt en wij staan daar nog steeds achter.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Ik wil graag even terugkomen op het puntje belastingen. Ik heb een hekel aan symboolpolitiek en ik heb toch een beetje de indruk dat de VVD hier opnieuw daartoe wil oproepen. Ik wil de heer Van Beek de volgende vraag stellen. Hij wil geen successierechten, hij wil geen omzetbelasting, terwijl de belastingbetaler daar wel profijt van zou hebben. Hij wil wel praten over inkomstenbelasting, maar die moet dan gebruteerd worden. Met andere woorden: de inkomstenbelasting die het Koninklijk Huis zou moeten betalen, moet navenant opgeteld worden bij de toelage, zodat zij er niet netto op achteruit gaan. Volgens mij heeft de heer Van Beek dat in zijn hoofd. Dan kunnen wij het toch gewoon bij het oude laten? Even voor de duidelijkheid: als het gaat zoals de heer Van Beek zou willen, dan moet er weer een belastingman worden aangesteld, want de Koningin gaat natuurlijk niet haar eigen belastingformulieren invullen. Dat betekent dat de belastingbetaler er grosso modo zelfs nog op achteruit gaat. Ik zie alleen maar nadelen aan die symboolpolitiek.

De heer Van Beek (VVD):

Dan moet u die niet steunen.

De heer Brinkman (PVV):

Ik steun die ook niet, ik wil gewoon een nettobedrag. Gewoon betalen! Waarom steunt u dat niet?

De heer Van Beek (VVD):

Voorzitter. Het zal helder zijn dat ik het absoluut oneens ben met de heer Brinkman. Ten eerste, als ik het heb over dit onderwerp, dan heb ik het over bruteren, en niet over voor de helft verlagen. Dat kun je ook op een andere manier doen. Ten tweede, ik begrijp werkelijk niet wat omzetbelasting daarmee te maken heeft. Ten derde, op het moment dat ik het heb over belasting betalen, dan heb ik het ook over successierechten. Maar dan praat ik alleen over successierechten in de sfeer van privé, en niet over zaken die met het koningschap te maken hebben.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Wij praten nu anno 2009 over het mogelijk betalen van belasting. Men heeft gewoon decennialang geen belasting betaald. Dus waarom zou men nu gewoon niet kunnen zeggen: u betaalt over uw huidige toelage gewoon normaal belasting? U hebt al het profijt gehad dat u al die tijd geen belasting hebt betaald, dan verdient u netto misschien iets minder. Even voor de duidelijkheid: wij hebben het nu over de A-component, zijnde de toelages. Wij hebben het nog niet eens over de personele en materiële component die voor de Koningin meer dan 4 mln. bedraagt en waarin uitgaven zitten die de heer Van beek gewoon van zijn salaris moet betalen.

De heer Van Beek (VVD):

Wij hebben heel recent gesproken over de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis. Daarin hebben wij de afwegingen gemaakt over het niveau. Die wet is in stemming gebracht en die is mede met steun van de PVV tot stand gekomen. En nu pleit mijn collega voor halvering van het inkomstenbestanddeel. Ik steun dat niet. Ik ben consequent.

Dat laat onverlet dat ik liever naar een situatie toe wil waarin we niet meer met netto-uitkeringen werken, maar met bruto-uitkeringen.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter, gaat u mijn microfoon nu uitzetten? Er zijn drie leden die wel hebben gereageerd.

De voorzitter:

Nee, echt niet. Dan moeten anderen met u mee tellen. Mijnheer Van Beek, u vervolgt uw betoog.

De heer Van Beek (VVD):

Ik zou dit onderwerp dus graag nog eens met de minister-president willen uitdiepen.

De VVD-fractie maakt zich zorgen over het aanzien van ons koningshuis. De laatste tijd zijn er te veel zaken aan de orde die dat aanzien aantasten. Ik kom nu niet meer terug op de stichtingen die gehuisvest waren in het paleis om belastingconstructies te verzorgen, maar het moet mij van het hart dat dit soort zaken kan worden aangemerkt als "blunders". De ministeriële verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de minister-president, maar uit een aantal formuleringen blijkt dat hij niet altijd voldoende op de hoogte wordt gehouden. Daardoor wordt het ook wel erg moeilijk om die verantwoordelijkheid te dragen. Wij kunnen niets anders doen dan onze pijlen richten in de richting van de minister-president. Hij zal zelf moeten regelen dat de randvoorwaarden worden gecreëerd om de ministeriële verantwoordelijkheid materieel in te vullen. Ministers die in de pers lekken dat leden van het Koninklijk Huis niet erg meewerken, dragen op hun beurt niet erg bij aan de goede verhoudingen. Minister-president, er is werk voor u aan de winkel in de richting van het Koninklijk Huis en in de richting van de leden van het kabinet.

Ten aanzien van het vakantieproject van de kroonprins in Mozambique heeft de VVD-fractie vanaf het begin een duidelijk standpunt ingenomen: dat is een privéproject en wij blijven daarbuiten. We hebben echter wel twee randvoorwaarden gesteld. Ten eerste moet het niet zo zijn dat de belastingbetaler via een omweg de rekening gepresenteerd krijgt. Daarbij merken wij hogere kosten voor bijvoorbeeld bewaking aan als privékosten. Ten tweede mag de prins geen schade oplopen, omdat beschadiging van de prins ook het Koninklijk Huis schaadt.

Tot onze verbazing ontvingen wij recent een brief van de minister-president waarin ons werd meegedeeld dat er afstand is gecreëerd tussen de prins en het vastgoedproject door daar een stichting tussen te plaatsen. Daarover heeft de VVD-fractie een aantal vragen. Hoe groot is die afstand tussen de prins en het project? Als bij de ontwikkeling problemen ontstaan, neemt de prins dan aan het eind toch alles weer over en wordt hij automatisch eigenaar van het vastgoed? Welke onderzoeken heeft het kabinet laten doen om tot deze constructie te komen? Heeft het kabinet informatie ingewonnen via bijvoorbeeld geheime diensten of andere informatiebronnen? Waren deze adviezen per saldo positief of werden er risico's gesignaleerd die het kabinet uiteindelijk genoodzaakt hebben om de prins te adviseren om op grotere afstand te blijven?

De VVD-fractie is het ermee eens dat de ministeriële verantwoordelijkheid van de minister-president niet geldt ten aanzien van deze stichting, maar die verantwoordelijkheid blijft er volop jegens de prins. Hoe heeft de minister-president geregeld dat de prins zich ook feitelijk onthoudt van betrokkenheid bij de ontwikkeling van het vastgoedproject? De minister-president vergelijkt deze constructie in zijn brief met de werkwijze die gehanteerd wordt door ministers met zakelijke belangen. Dat lijkt ons een interessante vergelijking, maar ook daar geldt dat een stichting geen camouflage mag zijn voor voortdurende betrokkenheid van de betreffende minister. Hoe heeft de minister-president geregeld dat er in formele en in materiële zin een eind is gekomen aan de betrokkenheid van de prins bij het project en daarmee aan de eigen betrokkenheid van de minister-president?

Tot slot meldt de minister-president in de brief dat de minister van Justitie de kosten voor de beveiliging van het project verantwoord vindt. Die formulering doet ook bij de VVD-fractie de wenkbrauwen fronzen. Onze formulering was iets helderder: wij vinden dat de extra kosten bovenop de normale kosten moeten worden aangemerkt als privé. Op enig moment zal het kabinet de Kamer hierover in alle helderheid moeten informeren.

Daar wil ik het in eerste instantie bij laten, want het lampje brandt.

De voorzitter:

Al twee minuten.


Plaats een reactie
 
naam
e-mail
Commentaar
 
  Maak de som af: "zeven min twee is"   
 


republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander