Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Van der Vlies debat 8 okt 2009

Debat begroting Huis der Koning, 08.10.2009


De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Als ik mijn bijdrage aan dit debat een motto zou moeten meegeven, zou ik in de verleiding komen daarvan te maken: hype, hype, hoera! Ik me namelijk niet helemaal aan de indruk onttrekken dat we de afgelopen dagen te doen hebben met de zoveelste hype. Dat dit debat rechtstreeks wordt uitgezonden, duidt daar ook op. De aantrekkelijke ingrediënten voor deze hype zijn de leden van het Koninklijk Huis en de minister-president. De eerstgenoemden zijn altijd goed voor mooie kijk- en luistercijfers; de laatste is momenteel een gewilde prooi. De SGP-fractie kan een en ander niet helemaal los zien van een populistische klimaatverandering in Den Haag en Nederland. Een fundamenteel, principieel debat over de Oranjemonarchie willen we desgevraagd voeren, maar dan op basis van feiten en overtuigingen. Ik herinner me dat hier op aangeven van D66-voorman De Graaf in het jaar 2000 uitvoerig is gesproken over de voors en tegens van het koningschap. Dan gaat het ergens over. Over het principe van de erfopvolging bijvoorbeeld, en over de beginselen van democratisch bestuur. Nu lijkt dat anders. Het kan er toch niet om gaan om bij kiezers in het gevlei te komen met makkelijke standpunten?

De heer Van Raak (SP):

Ik ben het met de heer Van der Vlies eens. Dat fundamentele debat gaan we voeren. Ik heb de minister-president al gevraagd om een visiestuk te schrijven. Ik dank de heer Van der Vlies voor zijn steun. Ik wacht even af wat de minister-president op mijn verzoek zal antwoorden. Ik neem aan dat hij het zal doen. De PvdA heeft zich al uitgesproken. Ik dank de heer Van der Vlies ook voor zijn steun. Volgens mij zal die er in belangrijke mate aan bijdrage om de minister-president zo ver te krijgen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik had de heer Van Raak altijd anders beschouwd dan dat hij in het parlement rondstapt met kinderhanden die gauw zijn gevuld. Zo is het natuurlijk niet; dat begrijpt de heer Van Raak ook wel uit mijn toonzetting. We hebben in het jaar 2000 een fundamenteel debat gevoerd op aangeven van de toenmalige fractievoorzitter van D66, de heer De Graaf. Er zijn toen afwegingen gemaakt en politieke conclusies getrokken.

Mijn fractie heeft geen enkele behoefte daar nu op terug te komen. Als er ooit een debat zou ontstaan, door wie ook aangezwengeld, zijn wij daar natuurlijk voor beschikbaar. Wij zullen daar zelf echter nooit, al is dat in de politiek misschien iets te ver gezegd, over willen beginnen.

De heer Van Raak (SP):

Zo'n debat is wel bedoeld om gedoe te voorkomen natuurlijk. Het jaar 2002 is best lang geleden. Wij spreken in deze Kamer regelmatig over van alles en nog wat, maar over het Staatshoofd gaat het niet vaak. Wij voeren in ieder geval niet die fundamentele discussie buiten de begroting om. Sinds 2002 is er een hoop gebeurd. Als u het verzoek niet steunt, ben ik in ieder geval blij dat u meedoet als het debat er komt.

De heer Van der Vlies (SGP):

En dan zullen wij hoogstwaarschijnlijk tegenover elkaar staan in onze opvattingen.

In de categorie goedkope kritiek plaats ik de roep om de uitkeringen aan de drie uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis te verlagen. De systematiek waarover het gaat, is vorig jaar zowel hier als in de Eerste Kamer met algemene stemmen aanvaard. Als wij bij de eerste de beste uitwerking van wat wij toen allemaal geaccepteerd hebben, nu moeilijk doen omdat de beeldvorming zo beroerd is, zijn wij geen knip voor de neus waard. Politici moeten zich niet laten leiden door beeldvorming, maar door feiten.

Dan kom ik op het inmiddels beroemde Mozambiqueproject. Dat project werd, als ik het wel heb, ingegeven door twee op zich respectabele motieven. Allereerst door de behoefte aan wat afstand en privacy. Tegelijkertijd speelde mee dat het kroonprinselijk paar op die manier concreet hulp dacht te verlenen aan de ontwikkeling van Afrika, het continent waarmee prins Claus meer dan gemiddeld begaan was. Helaas blijken deze op zich goede motieven geen garantie voor een rustige toekomst. Feit is dat na het bekend worden van de complicaties maatregelen zijn getroffen. De SGP-fractie heeft de indruk dat de ministeriële verantwoordelijkheid nu goed is afgebakend. Er is een vinger-aan-de-polsconstructie bedacht die het mogelijk maakt om, als dat al nodig mocht zijn, alsnog uit het project te stappen. Dat is goed. De SGP-fractie acht het moment echter pas gekomen als blijkt dat de Kroonprins in verhoudingen en situaties terechtkomt, of reëel dreigt te komen, die zich niet laten verenigen met zijn huidige positie en toekomstig ambt. Het is wel de vraag hoe dat alles wordt afgewogen in het kader van een soort voorzorgsbeginsel.

Over de postadressen op Noordeinde voor niet-leden van het Koninklijk Huis kan de SGP-fractie kort zijn. Dat was van de categorie onhandig. Inmiddels hangen de postbussen ergens anders. Daarmee is wat ons betreft de kous af.

Ons Koninklijk Huis is natuurlijk niet boven kritiek verheven. Als dat nodig was heeft mijn partij de Oranjes ook wel eens aangesproken. Ik vind wel dat wij onze zorgen en vragen op een waardige, ik zou haast zeggen hoffelijke, wijze behoren te verwoorden. De constitutionele monarchie die in Nederland nauw verweven is met de parlementaire democratie en waarvan koningin Beatrix al vele jaren de meest eminente vertegenwoordiger is, is een kostbaar bezit. Een bezit dat is gelouterd door eeuwen voorname geschiedenis. Daar moeten wij zuinig op zijn. Wat ons betreft verdient de Koningin een lintje.

De heer Van der Ham (D66):

Daar is zij zelf heel snel toe in staat. Ik heb een vraag over de bescherming van de monarchie. Dat gaat de heer Van der Vlies erg aan het hart en dat kan ik me goed voorstellen. Hij heeft nogal wat premiers meegemaakt die daar in eerste instantie voor verantwoordelijk zijn: de heer Van Agt, de heer Lubbers, de heer Kok en nu de heer Balkenende. Hoe vindt hij dat premier Balkenende het op dat punt doet als hij al die incidenten langsloopt die ik in mijn bijdrage heb opgesomd? Zou dat onder andere premiers net zo gegaan zijn?

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik dacht eventjes spelenderwijs: laat ik daar maar in tweede termijn op terugkomen. Wie ben ik om de minister-president op dit punt een cijfer te geven? Ik herinner mij inderdaad uit het verdere en recente verleden diverse kwesties die best spannend waren tegen de context van de ministeriële verantwoordelijkheid. De ene premier heeft dit akkefietje en deze premier heeft er in de achtereenvolgende naar hem vernoemde kabinetten ook een paar gehad. Ik heb mijn ogen natuurlijk niet in mijn zak en mijn oortjes zijn niet gestopt dus ik zie ook wel wat er gaande is. Ik vind echter wel dat alles een hyperig karakter krijgt.

De graagte waarmee iedereen zich daarop werpt, geeft mij en mijn fractie te denken. En dan vraag je je wel eens af: als er dan, om een ander te citeren, gedoe is, wie maakt dat eigenlijk precies?

De heer Van der Ham (D66):

Daarom ben ik er ook voorstander van om het in een bredere context te doen, als je het er al over hebt. Mijn fractie heeft daar in het verleden initiatieven toegenomen en wil dat nu weer graag doen.

Wanneer het gaat over gedoe op tijd wegnemen, over op tijd ingrijpen om misverstanden weg te nemen of soms echt problemen aan te pakken rond het Koninklijk Huis, zijn er wel vergelijkingen gemaakt tussen deze minister-president en vorige minister-presidenten waarbij werd gezegd dat die er veel proactiever in waren. Hoe beoordeelt u -- en u kunt het weten, want u zit al heel lang in de Kamer -- ten opzichte van die minister-presidenten het optreden van deze premier?

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik heb aan deze premier enkele vragen gesteld -- het zijn er niet veel geweest, dat erken ik -- omdat ik vertrouwen heb in de wijze waarop deze minister-president en ook zijn voorgangers daarmee omgingen. Het is op zichzelf namelijk best een thema dat zorgvuldigheid vereist en hier verantwoord moet worden. Dat gebeurt dan ook bij regelmaat. Ik heb mijn onderwijspraktijk al een poosje achter de rug. Ik heb heel wat cijferboekjes ingevuld, maar ik ben daar op dit moment voor deze casus, die u mij vraagt, niet aan toe.

De heer Brinkman (PVV):

Ik ken collega Van der Vlies als een zeer rechtgeaard man en daar waardeer ik hem heel erg voor. Kan mijnheer Van der Vlies mij dan ook uitleggen waarom wij voorstellen krijgen om op de rijksbegroting een taakstelling van 20% te accepteren en waarom voor dat ene kleine begrotinkje voor het Koninklijk Huis niet? Waarom is dat een uitzondering?

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik heb zonet al bij interruptie mijn kritiek op uw stellingname op dit punt onder woorden gebracht. Dat kan ik hier gaan herhalen. Wij hebben hier vorig jaar de discussie gehad over het financieel statuut Koninklijk Huis. Een van de redenen die daaraan ten grondslag lagen, was dat wij een keer af moesten van de schermutselingen die bij de begrotingsbehandelingen -- dan bij dit begrotingshoofdstuk, dan bij dat begrotingshoofdstuk -- over de inkomenspositie en de financiële ondersteuning van het Koninklijk Huis en de hofhuishouding speelden. Daar wilden wij van af, dat wilden wij een keer in een fatsoenlijk duurzaam kader plaatsen. Daar zijn wij allemaal mee akkoord gegaan, ook de PVV-fractie. En dat is het dan. Als wij straks naar aanleiding van het pakket dat wij volgend jaar in beeld krijgen en dat daarna wordt uitgerold, voor taakstellingen komen te staan, zal er natuurlijk een doorwerking zijn naar alles wat aan de salarisschalen is gehecht. Ook de onze en ook die uit het financieel statuut. Dat heeft mevrouw Spies zojuist al heel scherp naar voren gebracht. Ik was het daar volstrekt mee eens.


Plaats een reactie
 
naam
e-mail
Commentaar
 
  Maak de som af: "vijf plus een is"   
 


republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander