Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
Bulletin 254
Leo Brabanticus, 6 mei 2011

Leo Brabanticus

Lubbers van het Nationaal Herdenkings Comité 1813-1815 heeft zijn lier al aan de wilgen gehangen.

Het is al weer geruime tijd geleden dat akela Amsberg en haar hopman Balkenende het plan bedachten om de familie-Amsberg, zolang het nog kon, in het ondergaande zonnetje te zetten door het oprakelen van een of andere ver verleden gebeurtenis, deze wat democratisch bij te kleuren en dat geheel dan op te hangen aan het arrogante, autocratische en bekakte koningshuis. Het maakt tegenwoordig zulke moeilijke tijden door en kan best een verfje gebruiken. Maar het plan zou misschien ook - wie durft het uit te spreken? - als middel kunnen fungeren tot een echte doorstart van de monarchie.

Was het geen opwindende, ja zelfs zaligmakende suggestie dat de grondslag van de 'bewustwording van het Nederlands democratisch bestel' niet dateerde uit 1848 maar uit de periode 1813 - 1815? 'Post ergo propter', zeiden de Romeinen (' wat later komt, is per definitie causaal'). Onze liberale en parlementaire democratie, waar andere landen ons zo om zouden benijden, danken we volgens de hoplieden van onze padvinders dus niet aan Thorbecke maar aan vader Willem I, deze ooit - en terecht - vermaledijde oranje.

Wie behalve Amsberg en Balkenende verder de bedenkers van het plan zijn geweest, zullen we nooit weten, zoals we immers ook nooit mogen weten wat Amsberg en haar kornuiten voortdurend zitten te bedenken om die dekselse Willem en die nog dekselser Maxima op afstand te houden, zonder het gevaar van een republiek op te roepen.

De onwetendheid waarin we gehouden worden, is natuurlijk erg vervelend voor ons, het volk, maar dat behoort nu eenmaal tot de onschendbaarheid van de koning, welke, zoals die niet-onaardige maar wel zwaar tegenvallende Rutte onlangs nog orakelde, destijds alleen bedoeld was om koning én minister te behoeden tegen beider misstappen. Zo zout hebben we het nog nooit gegeten. De staatsrechtshistorici zwegen.

Helaas echter is er in het jaar 1813 niets koninklijks noch iets parlementairs van enig belang geschied. De enige gebeurtenis die in deze maanden hoog boven alle gebeurtenissen ervoor en erna uittorent is de volkerenslag bij Leipzig van 16 tot 19 oktober, waarvan de tijding ongeveer tien dagen later ook tot in de Nederlanden doordrong. De Franse soldaten begonnen daarop het land te ontruimen. Van Hogendorp, half patriot en half orangist - wij zouden in ons vocabulaire hem een typisch vertegenwoordiger van het Nederlandse Republikeins Genootschap noemen - stuurde een zestal agenten naar verschillende locaties in Europa waar Willem 'van Oranje' zich wellicht zou kunnen bevinden. Op 22 november werd hij aangetroffen in Engeland, vanwaar hij liet weten snel naar Nederland te komen. Op 30 november 1813 was hij in Scheveningen.

Ik hoop oprecht dat niemand nu nog zo onnozel is om de indertijd samengeflanste grondwet van 1814 - een wet, 'die de grond van alles is' (Gosses 768) - te beschouwen als een cadeau van de 'soevereine vorst' - zoals Willem zich toen liet noemen en verder luid uit galmde 'dat hij alles wat Nederland mij aanbiedt aanvaardt, maar het ook allèèn aanvaardt onder waarborging van een wijze constitutie, welke uw vrijheid tegen volgende misbruiken verzekert' (id. 767).

Men zou met enige goede of kwade wil uit dat woordenspel eventueel kunnen concluderen dat volk en soeverein een soort maatschappelijk verdrag met elkaar waren aangegaan, maar de bestudering van deze grondwet die door een aantal konkelende notabele vrindjes aangenomen werd verklaard, maakt al in één oogopslag duidelijk dat we hier meer te maken hebben met een staatsstuk uit de napoleontische kanselarij dan met een magna charta die een onbeperkt oranjegezag aan de teugel moest leggen.

Mutatis mutandis kan het zelfde gezegd worden van de grondwet van 1815 waarvan het geknoei met de aanneming tot op de dag van vandaag onverbrekelijk verbonden is met de term 'arithmétique hollandaise', terwijl de tekst zelf een coproductie was van vele zeer despotische heren, wie het meer te doen was om de waarborging van het Europese evenwicht dan om de vrijheidsrechten te garanderen van het verenigde volk der lage landen, dat kennelijk nu volgens Amsberg en Balkenende geacht wordt ook middels Willem de democratie cadeau te hebben gekregen. Niet genoeg kon collega Bornewasser (Alg.Geschiedenis, deel 11 p.233) er dan ook op wijzen dat Willem zich zelf beschouwde als 'de alpha van de monarchale staatsregeling': 'hij was er vóór de grondwet. Hij en hij alleen was verantwoordelijk voor het welzijn van het volk. Hij was de drijvende kracht van de staatsmachine, waavan het ingewikkelde raderwerk uiteindelijk diende voor zijn besluitvorming: Le Roi décide seul'.

We weten niet wat precies in 2009 de bedoeling van het illustere tweetal Amsberg-Balkenende met dat gewroet in de geschiedschrijving geweest is. Wanneer de commissie inderdaad tot taak had de geschiedenis in orangistische zin te herschrijven, waarom dan daarmee eerst aan te vangen in 1813? Met name de smadelijke vlucht van 1795 - altijd vergeleken met die van Wilhelmina die er in 1940 met haar en ons geld van door ging - diende op zijn minst te worden gereviseerd alsook moest de leugenpraat als zouden de beide Londense Willemen daarna met Parijs gekonkeld hebben over een door de Bataafse republiek uit te betalen 'schadeloosstelling' ter waarde van 5 miljoen goudguldens voor het verlies van hun vaderlandse goederen en ambten, uit de wereld geholpen worden.

Het gehele geschiedbeeld zou op de helling moeten. Geen onthechter, armer en filantropischer familie immers dan die der Nassaus! Misschien zoek ik er te veel te veel achter. Maar het volk weet toch immers nooit iets, mag nooit iets weten. Ik heb evenveel recht om te zeggen dat de familie uit duitendieven bestaat als zij zelf beweert tot de eerlijkste arme sloebers van de wereld te behoren. Vraag je om inzage der documenten, dan duiken termen als privacy en koninklijke onschendbaareid op.

We weten dus niet of het genoemde nobele duo het geschiedbeeld vanaf 1813 in een oranjebad wilde dompelen dan wel - als je toch eenmaal bezig bent - al die (ex-)stadhouderlijke vuiligheid van de gehele Franse tijd tevens had moeten goed praten om daarmee het gehele geschiedbeeld vanaf 1795 op te schonen. Monarchen kennende, vrees ik voor het ergste, dat wel. Wie eenmaal steelt, is altijd een dief.

Hoe dan ook, omderwille van de objectiviteit mag de mogelijkheid niet uitgesloten worden dat we hier te maken hadden met een opzet van enkele domme hoffunctionarissen - vergeef me het pleonasme - die het comité-Lubbers niet alleen wilden opzadelen met de organisatie van allerlei feestjes maar ook - wellicht om de club wat 'zwaarder' te maken met 'het geschiedbeeld verruimende publicatie' over de jaren 1813-1815, wat die dan ook mochten zijn, zoals het pousseren van de Nassaus als founding fathers van een democratisch, liberaal en parlementair bestuur onder een geliefd, de eenheid bevorderend vorstenhuis.

Die laatste opdracht lijkt nu te sneuvelen. Eeuwige dank daarvoor aan Lubbers, die de Nederlandse geschiedschrijving over de jaren 1813-185 voor een rampzalige afgang heeft behoed. En dan zwijgen we nog van de catastrofes die ons zijn aangedaan wanneer bv. een Fasseur de gehele Franse tijd was gaan opschonen en niet tijdig het veld geruimd zou hebben, zoals Lubbers dus wel gedaan heeft.

Natuurlijk zou het onnozele plan van het duo Amsberg-Balkenende vroeg of laat in al zijn naïviteit en dwaasheid geheel of deels in de openbaarheid zijn gekomen. Lubbers' tijdig terugtreden als voorzitter heeft wat dat betreft zijn opdrachtgevers -ook Amsberg herself een aanzienlijk prestigeverlies bespaard.

Men kan Lubbers natuurlijk verwijten dat hij hij zich ooit heeft laten instinken in die verwarde onzinnigheid maar het siert hem ten halve te zijn gekeerd. Alleen de manier waarop dat laatste is geschied is weer typisch 'lubberiaans'. In de eerste plaats heeft hij pas in de zomer aan 2010 zijn faux pas pas erkend. Het zou hem bovendien gesierd hebben de 'persoonlijke redenen om dit werk - in de bewoordingen van de RVD - niet meer te doen', grondig toe te lichten.

Ingewijden beweren dat 'niet alleen persoonlijke redenen een rol hebben bespeeld' (BD 18.IV) , waarmee op uiterst handige wijze de aandacht wordt afgeleid van de dwaze en onuitvoerbare opdracht zelf, naar politieke besognes als een mogelijke ruzie met Rutte en afkeer van de PVV. Het zijn zaken die althans tijdelijk de intrinsieke blunders van de opdracht verhullen.

Het is zo goed als zeker dat er een incompatibilité des humeurs tussen opdrachtgevers en uitvoerders bestond, welke de van begin af aan gevoelde twijfel aan en de latente en immer gegroeide afkeer van het slecht doordachte plan alsmaar groter heeft gemaakt. Maar deze bestaande tegenstelling was destijds geen reden om de opdracht te weigeren. Zo heeft Pro Republica van meet af aan de historische blunders gekritiseerd die het project tot een lachertje dreigden te maken alsook de mogelijke politieke bedoelingen die de geslepen Amsberg haar kameraad Lubbers wellicht van plan was te gaan dicteren. In alle geval heeft het er alle schijn van dat bedenkers en uitvoerders gaande de weg steeds meer uit elkaar groeiden.

Zo kwam Lubbers ertoe de knoop door te hakken en op te stappen. Daarmee maakte hij de weg vrij voor voor een nieuwe voorzitter die nu kan volstaan met een officieel activiteitencomité zonder die historische rimram die de monarchie onherstelbaar zou beschadigen.

Lubbers, zo zou dan de volgende stap zijn, zou een eervolle benoeming krijgen om als voorzitter op te treden van een massale bijeenkomst in de Grote Kerk waar Fasseur, Tjeenk Willink en Hoedeman hun monarchale emoties kwijt kunnen zonder een hoongelach in de historisch academische wereld te ontketenen. Bijleveld, reeds genoemd als opvolgster, zou dan aan het hoofd kunnen komen van een coördinerend feestcomité dat gala's moet organiseren in Den Haag of een boerendanspartij annex paardenmarkt in Capelle (Z) en een Frans-Nederlandse voetbalwedstrijd in Schagerbrug tussen de voormalige vijanden, waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan de bastaarden van Willem I, II en III, zodat de familie Amsberg ook nog wat kruimeltjes daarvan kon meegraaien.

Met zo' n comité nieuwe stijl zou ieders eer gered zijn en was de monarchie die wellicht anders onder het hoongelach van republikeinen, geleerden en patriotten met de staart tussen de poten zou zijn afgedropen, deze trieste afgang bespaard gebleven zijn.

Summa: Scherp analyserend zou geconcludeerd kunnen worden dat de commissie zoals bij vroegere herdenkingen ook het geval was geweest wel als een ordinair overkoepelend feestcomité hebben kunnen optreden. Het zou n eventueel ook nog bereid gevonden kunnen worden een feestboek uit te geven met wat oude foto's en voor de rest het opgewarmde historische prakje, waar niemand de lippen aan kon branden.

Maar de commissie kan er niets voor voelen de geschiedenis vanaf 1813 met al die enge Willemen fundamenteel te gaan herschrijven tot meerdere eer en glorie van een monarchie die in de eerste plaats momenteel op het punt staat van grauwe ellende in elkaar te zakken en vervolgens - nog belangrijker - ook nog steeds niet geleerd heeft hoe met de democratie te kunnen omgaan, om van de parlementair-democratische beginselen zelf — die de families Nassau, De Ranitz, Mecklenburg, Lippe en Amsberg immer voor ogen zouden hebben hebben gestaan — nog maar te zwijgen. Die waren er niet eens.

Lubbers heeft dat in alle geval heel goed gezien, of althans een ijlings te hulp geroepen adviseur, die hem nog tijdig van de juiste historische en contemporaine literatuur moet hebben voorzien.

Er moeten dus ook bij Lubbers veel lichtjes zijn gaan branden, waardoor hij zich er iedere dag meer van bewust werd dat hij zelf noch een Fasseur en nog veel minder een Blok of Huizinga was. Hij kon dan met Amsberg achter op de fiets geleuterd hebben over geschiedenis en zo, maar hij moet, eenmaal toegezegd en zich de consequenties van het en en ander gerealiseerd hebbend, ook al heel gauw beseft hebben dat hij niet alleen de risée van het land geworden zou zijn maar dat het gevaar allesbehalve denkbeeldig was dat ook een - bloedeloze - revolutie hem de kop zou kunnen kosten en dat hij wellicht hij met de hele familie en met die doodsaaie Tjeenk en die zwamneus van een Hoedeman naar Mozambique moest mee verhuizen. Niet dat hij daar financieel op zou achteruitgaan - dat zou trouwens afhangen van de hoeveelheid kapitaal die de familie tijdig in veiligheid had kunnen brengen - maar het vooruitzicht dag in dag uit met die arrogante Amsberg, met haar domme zoon en - ergst van alles - met die Argentijnse schoonheid - nou ja, snel verleppende schoonheid - aan het strand te moeten liggen leuteren over 'vroeger' leek hem geen vrolijk vooruitzicht. Dan maar liever ontslag nemen als voorzitter van het comité 'om persoonlijke redenen'.




Pro Republica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot Pro Republica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Lees eerst onze huisregels.
Uw reactie wordt gemodereerd. Om er zeker van te zijn dat u een persoon bent en geen spam-robot,
vragen wij u voor het reageren een eenvoudige rekensom op te lossen.


Plaats een reactie
 
naam
e-mail
Commentaar
 
  Maak de som af: "vijf plus een is"   
 


republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander