Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
Bulletin 243
Leo Brabanticus, 12 februari 2011

Leo Brabanticus

Documenten-publicaties-II

In de brief waarin ik voor het eerst WikiLeaks noemde, schreef ik - alweer enige tijd geleden - dat regeringen immer na verloop van tijd de behoefte hebben om door de uitgave van (ontelbare) documenten hun beleid te rechtvaardigen. Vooral na oorlogen wordt dit steevast gedaan. Het zijn politieke achterafse publicaties die een soortgelijke waarde hebben als de contemporaine propaganda die óók het eigen gelijk en de slechtheid van de vijand moesten aantonen.

Ik heb een klein beetje kennis van de oorlogspropaganda gedurende de Eerste Wereldoorlog, waaraan miljarden door elk land werden uitgegeven om de eigen bevolking en vooral de eigen soldaten moed in te praten (dus te bedriegen) en de tegenpartij te ontmoedigen, maar tevens om de neutralen tot partijkeuze over te halen en last but not least om voor het nageslacht nog eens uitdrukkelijk het absolute eigen gelijk vast te leggen en de noodzaak van het totale moorden.

Het nageslacht heeft zich echter niet zo gemakkelijk laten overtuigen en wees vaak en terecht vol ongeloof de documentatie af als eenzijdig, niet correct, leugenachtig, verhullend en daarmee onwetenschappelijk, hoe 'technisch-volmaakt' de publicatie verder misschien ook was.

Niet dat men verlangend uitkeek naar 'meer van hetzelfde', verre van dat. De mensen wilden simpelweg de onverhulde waarheid en niets dan de waarheid weten, waartoe ook het - eens doodgezwegen - oppositiegeluid van de straat, van kerken en vakbeweging hoorde, alsook de openbaring en erkenning van de eigen blunders, die dan in de toekomst vermeden moesten en konden worden.

Ik heb destijds voor mezelf vaak in de ondanks alles fameus geworden publicaties bladerend en studerend een groot aantal missers van formaat genoteerd, waarvoor elke wetenschappelijke uitgever van documenten zich momenteel diep zou schamen. Ik noem er hier vier. Ze overlappen elkaar soms.

Ten eerste worden bij geen van de politieke crises die aan de grote oorlog van 1914 voorafgingen (1905, 1908, 1911 en 1912-13) en waarbij de wereld elk ogenblik in vuur en vlam kon vliegen, nooit of zo goed als nooit in extenso de afwegingen voor of tegen het geweldsgebruik van politici en militairen vermeld, onderzocht, laat staan tegen elkaar afgewogen.

Dat het in genoemde jaren al niet tot het uitbreken van de oorlog of na augustus 1914 van de grande guerre is gekomen, was meer te wijden aan toeval - om deze ingewikkelde formule van stal te halen - dan aan een doelbewuste keuze tegen het geweld. Integendeel.

Waren er overigens wel tegenstemmen binnen de natie en werd daar objectief over gepubliceerd? Waren er bij de verschillende ondersteunende partijen en leiders gradaties van oorlogshitsers? Waarom handelde iedere politicus en militair uiteindelijk zoals hij handelde? Waren alle overwegingen van binnnenlands-politieke aard? Is er ooit depolarisatie overwogen? En zo ja, waarom mislukten vredespogingen? Het gaat er niet om dat de uitgever op de stoel van de geschiedschrijver zou zijn gaan zitten, maar wel dat hij de historicus in staat zou stellen zijn werk goed te doen.

Vervolgens is er bij mijn weten nergens expliciet aandacht besteed aan op de achtergrond - om niet te zeggen: in het duister - werkende anonieme, structurele krachten als van bankiers, lobbyisten, journalisten, hoogleraren, fabrikanten van en handelaars in wapens, die dé oorlog - elke oorlog - uiteindelijk 'technisch' mogelijk maken. Zoals bekend bieden genoemde heren hun producten immers altijd en overal aan alle oorlogvoerenden aan.

Zoals ook nu leveren deze schurken hun bermbommen, JSF's, tanks, uniformen, parachutes, mitrailleurs en zo nodig ook vandaag of morgen atomair geschut aan Amerikanen en de NAVO evengoed als aan de Taliban en aan iedereen die er goed voor betaalt. In het rijke westen en andere industrielanden levert zulks nooit-afnemende-werkgelegenheid op.

Ik heb wel eens studenten scripties laten schrijven over de parlementaire behandeling van oorlogsbegrotingen. Zonder enige uitzonderig kwam de aanneming van de betrokken wetsontwerpen alleen tot stand op grond van de gunstige perspectieven van de regionale en dus ook nationale oorlogsindustrie. Zo gingen buitenlandse concurrenten er tenminste niet met de buit vandoor. Niemand schijnt ooit hebben kunnen en willen beseffen dat elk land eens aan eigen vuur zal sterven.

Het is een trieste gedachte bij het zien momenteel op de televisie van de op elkaar botsende miljoenen in Egypte dat het militair-industriële complex aan alle partijen - winnaars en verliezers, gesneuvelden en winnaars - miljarden zit te verdienen.

Is de mensheid zo dom? Ja, het volk laat zich misleiden door sluwe politieke schavuiten met hun praatjes over vredesmissies en politiële acties. Zij belonen het doden van onschuldige burgers met een Militaire Willems Orde en maken van de vredesvorst een oorlogsgod. Hun enige werkelijke vijanden zijn niet de tegenstanders te velde in het vijandige gebied, maar de vrome, kerk-, synagoge- en moskee-bezoekende gelovigen - en hun voorgangers - in de eigen gelederen.

God weent, niet over de slechtheid van de mensen, maar over hun domheid. Zó dom zijn ze dat ze hun eigen slechtheid niet eens bemerken.

Ik heb met eigen ogen ervaren hoe de leiders van doodarme Afrikaanse en Aziatische staten op de Westerse wapenshows voor miljarden de meest grimmige wapens kopen. Ze betalen contant en ze huren tegelijk ook voor enkele jaren westerse opleiders, technici, monteurs en andere onderwijzers of ziekenbroeders tegen exorbitant hoge lonen. Er is geen land in de industriële wereld of de merchants of death verdienen er handen vol geld met wapenverkoop aan vriend én vijand. Overal waar geld- en wapenhandelaars het voor het zeggen hebben, heersen perverse verhoudingen. Het is om er wanhopig onder te worden.

Ten derde werden er geen documenten gepubliceerd over de relatie tussen de regeerders, die oorlogen verklaren en de bevolking, die de lasten ervan draagt. Dat het volk zijn regering slaafs volgt, is kennelijk zo vanzelfsprekend dat de bewijzen van het tegendeel niet in de akten opgenomen behoefden te worden. De parlementaire 'goedkeuring' tot het voeren van oorlog en het toestaan van oorlogskredieten maakten kennelijk overal een oorlog voor zijn gehele duur tot een legitieme zaak. Onze conclusie kan dan ook niet anders zijn dan dat blijkbaar nergens die absurde vanzelfsprekendheid ooit in twijfel getrokken is.

We behoeven niet diep na te denken over wat de consequenties geweest zouden zijn van een 'staakt het vuren' tijdens de strijd. De regeringen waren er dan ook pas in geïnteresseerd toen zij de oorlog aan het verliezen waren. Vooralsnog werden vredesdemonstraties, muiterijen en hongerdemonstraties buiten het nieuws en dus buiten de documenten gehouden.

Iedere gebruiker van de oude documentenpublicaties wete dus bij dezen dat er geen verschil bestaat tussen demokratieën en tyrannieën.

Met het oog op tegenwoordige en toekomstige oorlogen - de vredesoperaties of trainingscursussen van de regering-Rutte-Verhagen (brave christenen van het type-Colijn) - is het wel van belang dat de bevolking uit die oude bronnenpublicaties de conclusie trekt dat en hoe zij immer een oorlog wordt binnengerommeld. Men bestudere de recente geschiedenis van Groen Links.

Tenslotte zwijgen de officiële bronnenpublicaties over de rol van al degenen - journalisten, hoogleraren, prelaten - wier plicht het was de publieke misdadigheid, de barbaarse wanbeschaving en de onchristelijke vergeldingstheorieën zonder aanzien des persoons aan de kaak te stellen. Waren zij inderdaad allemaal principeloze lafbekken of waren deze volksleiders alleen maar dom, niet goed opgeleid of waren ze gekocht met subsidies en faciliteiten? 'Das Wunder der inneren Einheit' van de eerste oorlogsdagen moest tijdens en na de oorlog bewaard blijven. Ook de uitgevers van de documenten vonden het verstandiger dat het volk niet alles zou weten.

In alle geval moeten in mogelijke nieuwe documenten-publicaties de hier genoemde genegeerde aspecten duidelijk de aandacht krijgen. Dat is een wereldbelang. Het gaat om to be or not to be.

Tot slot: het bespreken hier van documentenpublicaties over oorlog en vrede betekent niet dat het probleem van monarchie of republiek voor ons niet van groot belang zou zijn. Hoe verschillend de onderwerpen ook zijn, ze behoren echter allemaal tot het 'culturele' erfgoed van de wereld. Zeker, er zijn scheidingslijnen tussen volken, generaties, maatschappelijke, politieke en economische deelgebieden, maar deze 'historiografische provincies' kennen bij al haar talloze verschillen ook treffende overeenkomsten. Terecht houden historici hun studenten voor dat in dit vak 'alles op een andere manier altijd hetzelfde is'.

Daarom is het mogelijk om met een goed geweten op deze site velerlei onderwerpen te bespreken, ook en juist de oorlogsproblematiek. Aldus doende wordt ons blikveld wijder dan alleen maar door het opruimen van antieke restanten, die zich zelf alleen door hun macht, geld, ceremonies, protocol, uniformen, afstammings-flauwe-kul, arrogantie, goddelijke gepredestineerdheid, privileges, belastingvrijdom, domheid, criminaliteit allang tot de risée van de gemeenschap hebben gemaakt.

Genoemde restanten behoeven daarom van mij ook niet met revolutionair geweld te worden opgeruimd.

Het siert een beschaafd volk evenzeer dat het geweldloos een staatshervorming afdwingt als het een vorst tot eer strekt zich zonder een beroep op mitrailleurs, kanonnen en bommen de brui aan het baantje te geven en daarmee de weg vrij te maken voor een democratisch gekozen staatshoofd.

Hoe dan ook, of de laatste die naar Delft wordt gereden nu Beatrix is of Maxima - Willem zelf zal het zelf wel nooit redden - of (over een decennium) het arme schepsel Amalia (God beware het kind zelf en en ons voor een herhaling van de monarchale débâcles die wij de laatste tien jaar met die familie hebben meegemaakt) - eens zal die laatste toch worden bijgeschreven in het dodenregister van de kerk.

Laat het in elk geval dan om een dode gaan die voortleeft als een verstandig mens, waaraan Nederland bij al haar stommiteiten toch ook erop kan wijzen dat zij aan het eind van haar leven tenminste de tekenen des tijds had begrepen.

Natuurlijk hebben republikeinen bij het signaleren van WikiLeaks ook diep in hun historische hart gehoopt dat er documenten zouden uitlekken over de familie Amsberg-Zorreguieta, al twijfelden velen op voorhand aan de aanwezigheid daarvan in de archieven van buitenlandse zaken. Dat Maxima tijdens haar bezoek aan New York ingezet is om Obama met een bepaald soort staatsrechtelijke Jan-Mulder-achtige argumenten te beïnvloeden, och, dat wisten Nederlandse New-York-watchers ook al zonder de WikiLeaks.

Voor WikiLeaks precies als voor republikeinen zijn monarchieën volledig achterhaalde instellingen die geen enkele politieke waarde meer hebben. Documenten over de Amsbergers zijn te vinden in vaderlandse archieven. Het wachten is dan ook op vaderlandse historici en journalisten. Het is te hopen maar niet te verwachten dat een ambtenaar de sleutels tot die archieven ergens laat slingeren.

Van WikiLeaks kunnen we dus in de eerste plaats leren dat 'wat weet, deert' en dus verborgen diende te blijven.

Er is dan ook een treffende overeenkomst tussen WikiLeaks en Pro Republica.




Pro Republica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot Pro Republica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Lees eerst onze huisregels.
Uw reactie wordt gemodereerd. Om er zeker van te zijn dat u een persoon bent en geen spam-robot,
vragen wij u voor het reageren een eenvoudige rekensom op te lossen.


Plaats een reactie
 
naam
e-mail
Commentaar
 
  Maak de som af: "twee min een is"   
 


republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander