Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie

Leo Brabanticus 164, 21.12.2009

Leo Brabanticus

Fasseur en Bernhard

Het is een slechte zaak voor de geschiedschrijving dat Fasseur tegenwoordig zo vaak negatief in het nieuws komt. De man, die ooit een uitstekende dissertatie - Kultuurstelsel en koloniale baten. Leiden 1975 - schreef, knoeit er, sinds hij afgezakt is tot het niveau van hoofdhoflakei, er maar wat op los. Wat hij nu weer in het NRC van 17 december heeft geschreven, zou, ware dat mogelijk - aanleiding moeten zijn hem voor een tribunaal van geschiedschrijvers te dagen wegens het in opspraak brengen van onze wetenschap door zich te verkopen aan een - niet alleen - uit historisch en historiografisch - oogpunt nogal dubieuze familie, die tevens gewend is op vele andere maatschappelijke gebieden haar haan koning te doen kraaien.

Oftewel Fasseur weet dat niet waardoor alles wat hij terzake uitkakelt per definitie wartaal is, oftewel - en dat lijkt het meest plausibel - hij weet het donders goed en probeert met allerlei een wetenschapsman onwaardige trucs de goegemeente te besodemieteren. Dat moge dan voor zijn persoonlijke verantwoording komen, voor het ambt van geschiedschrijver is deze knoeier zowel voor ons politieke stelsel een even grote ramp als voor de nieuwe generatie historici die zich wellicht spiegelen aan de manier waarop hij op hautaine wijze en in drie vloeken en een zucht de oersolide op bronnen gestoelde geschiedschrijving onderuit haalt. Fasseur beweert dat het goed mogelijk is om betrouwbare geschiedenis te schrijven zonder dat alle archieven - hij noemt die van Lubbers en Kok - zijn geopend. Ja, dank je de Koekoek. Een geschiedschrijver die niettemin een heroïsche poging onderneemt om iets op papier te krijgen, heeft de plicht duidelijk te maken welke bronnen hij niet heeft geraadpleegd en wat de kwaliteit is van die welke hij wel onder ogen heeft gehad. Dat Fasseur dat niet weet of doet, is juist het grote pijnpunt.

Voor iemand die zich vooral bezighoudt met contemporaine geschiedschrijving zijn Fasseurs beweringen een slag in het water en een klap in het gezicht van een goede historiograaf. Als schoolmeester heb je je studenten duidelijk te maken dat ze alles op alles moeten zetten om in de archieven binnnen te dringen, maar dat er helaas veel documenten opgeborgen zijn in kluizen waar we niet kunnen of mogen komen of die geschreven zijn een taal die we niet beheersen.

De verwijten die Fasseur gemaakt worden betreffen echter niet zozeer het feit dat hij niet alle archieven heeft kunnen raadplegen, maar dat hij die waar hij wél kon komen, zich meer dan als een slaaf heeft laten behandelen. Daarmee wordt elke serieuze historicus, die zijn voorgangers wil en moét controleren dit voor de waarheid dringend noodzakelijke onderzoek onmogelijk gemaakt.

Wie zegt ons - behalve Fasseur zelf dan - dat hij alles heeft kunnen inzien, dat er geen enkel document ontbreekt in een archief van een familie die berucht staat om het laten verdwijnen - door verscheuren en verbranden - van papieren? Wie zegt ons dat, ook als er geen enkel document verduisterd zou zijn, Fasseur alles goed gelezen heeft, een juiste interpretatie heeft gegeven en niet toevallig een brief op de grond heeft laten vallen? Wanneer we vragen of Van Amsberg het manuscript voorgelegd gekregen heeft en toestemming tot de publicatie heeft gegeven, kennen we nu al het antwoord. Fasseur is niet vies van een leugen meer of minder.

Het schunnigst is ongetwijfeld dat Fasseur vanuit een onaantastbaar gecreëerde positie zelf tot de aanval over is gegaan met offensieve beweringen dat (1) 'belangstellenden op mijn kompas zullen moeten zeilen. Ja dat is wel behelpen. Ik weet het, maar het is niet anders'; of dat (2) alle door hem niet behandelde kwesties ook niet bestaan en dat iets pas waarlijk gebeurd is, wanneer hij (Fasseur) daaraan zijn zegen gegeven heeft. Ik kan er nog aan toevoegen dat wanneer Fasseur iets beweert dat dat dan ook de enge waarheid is. Zelfs zijn leugens en bedrog zijn dus de zuivere waarheid. Van het feit dat bijvoorbeeld Dr. Eduard Hoelen - 'Edje' voor zijn vrienden - op heel wat zondagen bezoek kreeg van Romme en Beel, is geen 'snipperbewijs'; dus zaten de heren zondagsmiddag, wanneer ze op de Haagse Nassaukade uit de auto gestapt waren, ergens met de chauffeur in een café te klaverjassen. Fasseur beweert het, dus is het waar. Fasseur is de laatste die op Kelder en Veenendaal mag schieten.

Tot slot: dat de geschiedschrijving lijdt onder onder deze kwajongensachtige beschadiging is erg maar tegelijk ook nog tot daar aan toe. Veel rampzaliger zijn de gevolgen voor ons politieke systeem. Fasseur verdedigt - uit puur eigenbelang - het standpunt van een man en diens dochter die zichzelf in een beschamende en onhoudbare positie hebben gemanoeuvreerd. Naar mijn mening is de heler net zo slecht als de steler.




Pro Republica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot Pro Republica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Lees eerst onze huisregels.
Uw reactie wordt gemodereerd. Om er zeker van te zijn dat u een persoon bent en geen spam-robot,
vragen wij u voor het reageren een eenvoudige rekensom op te lossen.


Plaats een reactie
 
naam
e-mail
Commentaar
 
  Maak de som af: "een plus een is"   
 


republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander