Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
Vertel dit toch aan niemand
Bob Elbracht

Die vornehme Kaste war im Anfang immer die Barbaren-Kaste [...]
Friedrich Nietzsche, Jenseits von Gut und Böse

Hoe het er aan het hof van de Majesteit in het dagelijks leven aan toe gaat weten niet zo velen. Als een van de weinige bronnen zijn er tijdschriften zoals Privé, Story en Weekend, die, al dan niet vanuit de rododendrons gelegen, ons soms een kijkje gunnen op het privéleven van de koninklijke familie. Wat wij te zien krijgen is vaak ofwel een zorgvuldig geënsceneerd plaatje van een dolgelukkig gezin, ofwel een met fruitmand getooide prinses die er beweerlijk drieduizend euro per week aan kleding doorheen jaagt. Met andere woorden, dat schiet niet echt op. Hoe gaat het er nu werkelijk aan toe?

Inleiding
Maar allereerst de vraag: interesseert ons dit? Doet het ertoe dat wij iets weten over het dagelijks leven van de Majesteit? Is juist niet een kerngedachte van het republicanisme dat de Majesteit ook maar een gewoon mens is, net zoals u en ik? Wat is dan de relevantie van de wetenschap over het dagelijks reilen en zeilen aan het hof, of de omgang van de Majesteit met haar directe naasten? Net zomin als u zich interesseert voor mijn persoonlijk leven, zou dit ook voor de Majesteit moeten gelden. Toch blijkt dit niet zo te werken, en ik zal u verklappen waarom. Let op, want hier komt het: de koningin is namelijk belangrijk. Op het eerste gezicht lijkt dit misschien wat flauw, maar zo eenvoudig ligt dit niet. Gesteld dat het een verdienste is om aanvoerder te worden van een gekozen regeringsploeg, dan wordt zo iemand daarmee in één klap belangrijk. Maar iemand kan ook belangrijk worden door een uitzonderlijke sportprestatie, of mooi kan dansen, zingen of acteren. Zulke belangrijke mensen worden continu door de pers in het vizier gehouden. En wat dan blijkt, is dat de belangen die wij bij deze mensen hebben, verder strekken dat de oorspronkelijke verdienste alleen. De huwelijksproblemen van de voetballer, de zieke kat van de zangeres; het gaat ons ineens allemaal aan en wordt breed uitgemeten in de pers. In zoverre is dit begrijpelijk, omdat de oorsprong van het belang te herleiden is tot een persoonlijke verdienste. Of de mythe die zich ontwikkelt rondom deze oorspronkelijke verdienste u verder ook interesseert moet ieder voor zich weten. Hoe het ook zij, van de Marco's van Basten en Borsato zijn de mythes in elk geval herleidbaar, interessant of niet.

U voelt 'm vast al aankomen: hoe zit het dan bij belangrijke mensen van wie de mythe niet herleidbaar is? Als er, zelfs na héél goed zoeken, geen enkele verdienste te bekennen is? Ik hoor mijn dochter wel eens mopperen over Paris Hilton, omdat zij niets schijnt te kunnen en even beroemd is als gevierde zangers en acteurs. Tja, mompel ik dan terug, misschien vindt men het wel een mooi meisje of zo. Maar dan krijg ik helemaal de volle laag. Nou goed, aan die discussie waag ik mij dan maar liever niet. Nochtans is er iets raars aan de hand met belangrijkheid door mythe alleen. Hoe zit dat dan? Máxima's belangrijkheid kunnen wij met enige goede wil nog wel begrijpen als een derivaat van haar huwelijk met Alexander. En Alexanders belangrijkheid op zijn beurt – met nog meer welwillendheid – omdat hij het oudste kind en dus erfopvolger is van het huidige staatshoofd. In elk geval niet omdat hij uiterlijk wedijvert met Brad Pitt, of zijn sportprestaties tot olympisch goud hebben geleid. Om nog maar te zwijgen over zijn twijfelachtige intellectuele capaciteiten, hoewel ook voor hem ongetwijfeld een of ander eredoctoraat in het verschiet ligt (Doctor Water?). Alexanders verdienste is dat hij op een zeker moment in de juiste wieg is gaan liggen, en datzelfde geldt voor zijn (moeders) moeder. En zo kunnen wij verder terug tot - ja, tot wat eigenlijk?

De Nederlandse adel
Ruwweg wordt er een onderscheid gemaakt tussen de oude of oer-adel van voor 1795 en de jonge adel. De meeste adel in Nederland is van de laatste categorie. Nadat in 1815 Nederland de monarchie door de strot was geduwd door het Weens congres conform het legitimiteitsbeginsel, heeft de toenmalige koning Willem I vele burgers in de adelstand verheven. Soms was het een beloning voor actieve deelname – een eufemisme voor het leveren van knokploegen - aan de verdrijving van de toenmalige Franse bezetter (het Konijn), maar meestal omdat men er domweg om vroeg. Veelal waren het de regenten en de hogere burgerij, maar ook herenboeren verzochten deze zelfbenoemde koning om verheffing in de adelstand. Met die zogenaamde 'eeuwenoude' adellijke geslachten valt het dus wel mee, om over de vermeende adellijke afstamming maar helemaal te zwijgen. Omdat het de voormalige stadhouders Willem IV en Willem V niet was gelukt (?!) een einde te maken aan het misbruik van de regenten (zo verdwenen bijvoorbeeld de accijnzen van de posterijen in de zakken van de regenten in plaats van in de staatskas), hadden zich met name hier aanzienlijke familiekapitalen geaccumuleerd. Politiek-strategische huwelijken, zoals we die nog uit de middeleeuwen kennen, consolideerden grondbezit en kapitaal. Deze adel koos bijvoorbeeld de Staten Generaal, die op zijn weer beurt de Tweede Kamer koos, met als gevolg dat er voornamelijk adel in het parlement zat. De Eerste Kamer werd zelfs in zijn geheel door de Koning benoemd. Kortom, het nepotisme van het stadhouderstijdperk werd in monarchale vorm nog eens dunnetjes overgedaan, totdat in 1848 wettelijk definitief een einde gemaakt werd aan de adel als stand en hun formele macht. Willem II voorzag kennelijk grote problemen als zijn labiele zoon (Koning Gorilla) als soeverein vorst de macht zou overnemen.

Willem I ging bepaald niet zonder reden op al die verzoeken om verheffing in de adelstand in. De desolate toestand waarin de laatste stadhouders de republiek hadden achtergelaten en de daaruit voortvloeiende verwarring, had de familie van Oranje aanzienlijk meer macht gegeven. Na de Franse bezetting had de koning behoefte aan eenzelfde soort beschermende 'onderlaag' als de stadhouders hadden.

Ondanks het hiërarchische verschil tussen de oude en de jonge adel hadden zij één ding gemeen: arrogantie als psychische verankering van het bewustzijn aan de top te staan. Macht ontwikkelde zich tot hoogheid en grandiositeit werd aangemeten als politieke en sociale stijlfiguur. De ontwikkeling van de adel is een verhaal van mensen, omgeven door geld en macht, zichzelf en bevriende of strategische gunstelingen bestuurlijke baantjes toespelend.

Voornoemd legitimiteitsbeginsel van het Weens Congres was weliswaar een reactionair-politiek resultaat, maar de metafysische achtergrond was nog steeds dezelfde megalomane uitdrukking van superioriteit. Deze domoren-metafysica is natuurlijk reeds lang ontmaskerd: per slot van rekening is de hypostatische verheffing in de adelstand niets meer dan een lege performatieve taaldaad. 'Hierbij verklaar ik u tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau' verschilt principieel niet van de uitspraak 'Hierbij verklaar ik dit ei gebakken'. De uitspraak is slechts waar voor wie het dat waard vindt. Wat ooit begon met een corrupte regent of rijke boer evolueerde tot decadent kapitaal en veelal afgebrokkelde macht. U begrijpt: daar krijg je rare mensen van. Mensen die gewend zijn aan veel geld, gewend zijn om nooit tegengesproken te worden, gewend om belangrijk gevonden te worden. Mensen die hierdoor dusdanig het spoor bijster zijn geraakt dat zij zelfs oprecht zijn gaan geloven dat hun bijzondere bedeling Gods wil is. Ziehier de ingrediënten om jezelf tot koning 'bij de gratie Gods' te kronen. Sterker zelfs: het gehele nakomende geslacht. En als de mannelijke lijn uitsterft, dan helpen we God gewoon 'n handje. Toe maar.

Voor wie daarin trapt – als wij de enquêtes van Maartje van Weegen moeten geloven is dat zo'n beetje heel Nederland – is de mythe rond deze onverdienstelijk-belangrijken wel degelijk relevant. In zekere zin werkt het tegenwoordig zelfs andersom, waarbij de zelfverklaarde onderdanen de acteurs vrijwillig boven hen plaatsen en hen vervolgens met telelens gaan bespieden, waarop die acteurs zich dan tenslotte op hun beurt weer gaan beklagen bij hun onderdanen. Ofwel die acteurs worden meteen erkend als door God geïnstalleerd; als zodanig zal het dan ook niemand verbazen dat men onder de bijbelvaste onderdanen in het algemeen de beter getalenteerde hagiografen aantreft.

Deze mentale dispositie ten aanzien van de onderdanen, of zoals Rita Verdonk het noemt, 'het gewone volk', is op zich interessant genoeg om eens bij stil te staan.

De tweevoudige mythe
Eén van de principiële bezwaren tegen het monarchale stelsel is regeringsdeelname door een ongekozen staatshoofd. Hoever die deelname precies strekt weet niemand, althans, bijna niemand. Dat is namelijk geheim. Een enkeling zal dit wel (moeten) weten, zoals de premier, die wekelijks overleg met de koning voert. Maar inhoudelijk tasten wij, de onderdanen, in het duister. Wat in de volksmond 'het geheim van het torentje' is gaan heten, begrijpt de republikein als principieel ondemocratisch. Transparantie en openheid van bestuur zijn nu eenmaal de belangrijkste pijlers van een democratie. Soms, heel soms worden de sussende woorden van de monarchist door de feiten weerlegd, zoals indertijd bij de benoeming van Johan Willem Beyen als minister van buitenlandse zaken. In dit verband is echter van belang dat deze geheimzinnigheid rondom de politieke zeggenschap van ons staatshoofd een ideale voedingsbodem creëert voor mythevorming. We weten het niet, mogen het ook niet weten, en dat geeft de fantasie derhalve alle ruimte. Tot zover het politieke aspect, waar ik in voorgaande artikelen reeds uitvoerig over sprak.
Maar er is meer. Voornoemde sociale evolutie van herenboer tot edelman ging met alle megalomane praal gepaard met de ontwikkeling van ingewikkelde gedragscodes. Zo ontstonden er complete hiërarchieën, waarbij als vuistregel de ouderdom van de stamboom als maatstaf voor belangrijkheid geldt: hoe ouder de stamboom, des te hoger de adel. Over de jongste adel wordt door de hogere adel doorgaans schamper als bijvoorbeeld 'slechts een jonkertje van Willem I' gesproken. Zeer recent benoemde adel, waaronder Máxima, Laurentien en Mabel tellen voor de oude adel zelfs in het geheel niet mee. De ontstane gedragscodes van de onderlinge adel kennen dan ook verschillende richtingen, op gelijk niveau, naar beneden en, uiteraard, naar boven. Dit complexe systeem van verschillende attitudes en uitdrukkingen van status volgt niet mechanisch de rangorde van titels. Zo kan het heel goed zijn dat een baron of gravin, formeel lager in rang dan een prinses, toch op haar neerkijkt. Eén van de basisregels in de gedragscode van de adel is: over adel spreek je niet, en al helemaal niet over de Oranjes. Hun oorspronkelijke functie als sociale buffer tussen onderdaan en vorst werkt alleen onder voorwaarde dat er gezwegen wordt. Noblesse oblige, zullen we maar zeggen, maar dan omhoog. En daarmee is de voedingsbodem gecreëerd voor een tweede – particuliere - mythe, die extra glans geeft aan politiek-grandioze stijlvorm. Dan wordt het plotseling interessant dat Máxima per week drieduizend euro aan kleding uitgeeft. De evangelische omroep heeft zelfs een televisieprogramma ('Blauw Bloed') dat geheel en al gefundeerd is op dit tweede aspect van de mythe. Met aan hysterie grenzende eerbied en ontzag wordt hier verslag gedaan van de hoeden, mantels, schoenen en wat dies meer zij, al dan niet voorzien van commentaren van kwijlende couturiers. Zou u ooit – in een zwak moment – twijfelen aan uw republikeinse geaardheid, dan raad ik u aan zo'n uitzending aandachtig te bekijken. Het is waarachtig een van de betere braakmiddelen.

'Vertel dit toch aan niemand'
Vertel dit toch aan niemandParticuliere grandiositeit is niet goed voor een mens, die wordt daar namelijk heel raar van. Stelt u zich nu eens voor aan de top van deze complexe piramide te staan, en te leven in een volstrekt sociaal isolement. Bovenin deze top staat de kroon met direct daaronder de andere personen, in volgorde van (erf)-opvolging. Als zodanig is de top min of meer statisch; sterfgevallen, huwelijken maar vooral geboortes doen soms een en ander verschuiven binnen die top. Politiek gezien is dit natuurlijk een lachertje: bij de geboorte van Alexanders tweede dochter vond er onmiddellijk een verschuiving plaats aan de top. Laten we daarbij vooral niet vergeten dat we het hier wel hebben over het toekomstige hoofd van een gekozen regering. De wijze waarop dat hoofd wordt bepaald doet eerder denken aan een potje kwartetten dan aan een serieuze democratie. Welnu, precies daar waar gekwartet wordt, daar bevinden zich de Oranjes. Als een politieke en sociale causa sui, vrijwel (?) ontdaan van politieke macht, als exclusieve leveranciers van status en sociaal volkomen ontspoord. Hoe gaan die eigenlijk met elkaar om? Hoe verhouden zij zich tot elkaar en tot de adel die zij honderdvijftig jaar geleden zelf hebben gecreëerd? Hoe staan mensen die met lakeien zijn opgevoed in de werkelijkheid van alledag? Onverdienstelijk-belangrijke mensen die een mening hebben, maar die niet openbaar mogen uiten. Merkwaardige mensen dus, wier persoonlijke verantwoordelijkheid wettelijk bij anderen ligt. Daarover is thans een alleraardigst boekje verschenen met de veelzeggende titel 'Vertel dit toch aan niemand'.

In een notendop: het boekje bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft een uitgebreid geannoteerde bespreking van de correspondentie van Henriëtte van de Poll, toenmalige hofdame onder koningin Emma, met haar ouders. Van de Poll was van adel, stamde uit een eeuwenoude regentenfamilie, en offerde – bijna letterlijk – haar leven ten dienste van de vorstin. De toenmalige hofhouding was per definitie van adel, pas onder Beatrix is de adellijke hofhouding verruild voor burgers die zij selecteerde op capaciteit in plaats van op afkomst. De ironie wil overigens dat dit nu juist is wat de republikein van de positie van het staatshoofd eist. Het tweede deel is wellicht voor velen interessanter; daarin spreken de adellijke nazaten van de toenmalige hofhoudingen en anonieme leden van de huidige hofhouding zich uit over de verschillende aspecten van de brieven van Henriëtte van de Poll. 'Vertel dit toch aan niemand' is uit de aard der zaak anekdotisch van opzet en als zodanig niet te bespreken op grond van literaire kwaliteiten. Henriëtte van de Poll vertelt losse anekdotes, die als geheel een beeld geven van het toenmalige hofleven, vanuit haar perspectief welteverstaan. De Paleizen Noordeinde en het Loo kende namelijk twee hofhoudingen: een van de koning en een van de koningin. Henriëtte behoorde tot de laatste. Veel, héél veel roddel, diplomatieke spelletjes, voortdurend op je hoede zijn en onophoudelijke statuskramp bepalen de grondtoon van haar leven. Alleen maar bezig zijn met uiterlijke schijn, werkelijk, slechts één enkele zorg geldt: wat denkt en vindt die ander ervan? Je zou het je ergste vijanden nog niet toewensen. Maar, zoals in dit boek gesteld, wie niet gevoelig is voor de 'eer' om voor de vorst(in) te mogen werken heeft daar niets te zoeken.

Voor de republikeinse die hards is het wellicht meer een boekje om door te bladeren dan om echt van kaft tot kaft te lezen. Anderzijds vallen zij daarbij wel met de neus in de boter: een hofdame aan het woord die diende onder de compleet gestoorde Willem III. Vermakelijke anekdotes (met groot gevolg uit jagen gaan, met jachtopziener en al, om terug te keren met een enkele ekster) worden afgewisseld met verontrustende verhalen over een geesteszieke en paranoïde staatshoofd, dat met grote regelmaat emotioneel ontplofte. De brieven verhalen over de voortdurende kramp over de onderlinge status en de angst voor de ultieme Oranje-sanctie: niet meer uitgenodigd worden. Tragische passages, waarin van de Poll vertelt over Emma, die enerzijds probeert vriendschap met haar te sluiten, maar tezelfdertijd van haar vriendin verwacht door haar bediend te worden. Voor wie zich afvraagt wat zich afspeelt in het hoofd van de vorst, of de megalomanie slechts mythe is of werkelijkheid, kan het toch nog als schok ervaren om te lezen dat de vorst inderdaad écht meent dat zij nu eenmaal aan de top behoort te staan.

Het tweede deel spiegelt van de Polls correspondentie in het heden, en heeft daarmee als vanzelf een groter Privé-gehalte. Met een kijkje achter de schermen, maar dan uit eerste hand, bekruipt de lezer toch een wat ongemakkelijk voyeuristisch gevoel. Maar vermakelijk blijft het wel om te lezen hoe Alexander op de Leidse studentenvereniging gulle rondjes gaf, maar wel door anderen liet betalen. Of hoe de voormalige vriend van Emily Bremers Alexander aanvloog en meteen door zijn lijfwachten in de houdgreep werd genomen. De hedendaagse substitutie van de adel door de burger wordt wat twijfelachtiger wanneer we vernemen dat ons toekomstig staathoofd nogal dik bevriend blijkt met Rene en Natasja Froger. Maar ronduit ontluisterend zijn de verhalen over hoe sterk de troon het persoonlijk leven beïnvloedt. Zo is bijvoorbeeld te lezen dat Laurentien (volgens mij heet zij overigens gewoon Petra) goed bevriend was met Mabel, maar door het wegvallen van Friso, als het ware een plaatsje opschuift richting troon en dus nu closer met Máxima is. De statuskramp is hetzelfde gebleven als ten tijde van Henriëtte van de Poll evenals het taboe op emotie en de geheimhoudingsplicht.

Interessant is echter wel dat het boekje op zich waardevrij is. Het heeft geen nadrukkelijk republikeins of monarchaal signatuur en er wordt als zodanig ook geen kritiek ontwikkeld; het doet eigenlijk alleen maar verslag. Wat mij betreft een hele prestatie van de auteurs, want in wezen behelst dit verslag niets anders dan de ene na de andere voorzet om kritisch in te koppen. Sla het boek op een willekeurige bladzijde open en een of andere volslagen idiote anekdote komt je tegemoet. Nu, op dit moment dat ik dit schrijf, ligt het boek toevallig open op bladzijde 43. Laat ik gewoon maar eens wat citeren: Hovelingen werden niet in de eerste plaats geselecteerd op intelligentie. Al te briljante geesten zouden het in het paleis ook niet uithouden. De adjudant van de koning, Gijsbert van Heemstra, strooide volgens Henriëtte met hoogdravende teksten als 'Bent u het niet met mij eens, dat de wereld een haringsla is bestaande uit jaloezie, egoïsme en ijdelheid?' Hij had de bijnaam 'dolle Gijs', vanwege zijn vreemde, onbesuisde optreden. Maar zijn vader behoorde tot de Friese bestuursadel en zijn moeder, die Van Pallandt heette, behoorde tot de Gelderse landadel die al eeuwenlang contacten onderhield met de Oranjes. Daarom was hij aan het hof, net als later zijn zuster Cornelia, die gouvernante werd van Wilhelmina. Altijd als de koning nieuw personeel zocht, werd eerst gekeken of er zusters, broers, zoons, dochters, neven of nichten van de hovelingen beschikbaar waren. Inhoudelijk was er aan het hof weinig uitdaging – de kunst bestond vooral uit het bedrijven van diplomatie tegenover de woeste koning. 'Inkoppen', zo schreeuwt mijn polemische reflex. Zijn we nou helemáál?! Een woeste koning met Dolle Gijs als zijn geflipte lakei – zitten we hier soms in de Efteling of zo? Zelfs de meest passieve republikein, u weet wel, degene voor wie het allemaal maar een rare poppenkast is aan het hof, wordt hier in zijn mening bevestigd. Het ís namelijk een rare poppenkast, en wel een héle rare. Maar kritiek geven de auteurs merkwaardigerwijs nergens in dit boek, helemaal nergens.

Ofschoon er geen kritiek wordt ontwikkeld – een hele prestatie, wat mij betreft, de auteurs veronderstellen wel. Zo lezen wij in de inleiding:
De nazaten van de oude hofadel betwijfelden of het de Oranjes gaat lukken om te overleven zónder de steun van de adel. Of een 'Burgerlijk Huis van Oranje' nog wel geloofwaardig is. 'Het is een poppenkast geworden,' zei een van hen, 'we gaan toe naar een republiek.'
Maar dat is de vraag. Want als de brieven van Henriëtte ons iets hebben geleerd, dan is het wel dat de beschermende laag rond de koning(in) dynamisch genoeg is om zichzelf te vormen en zichzelf in stand te houden. Hofcultuur is universeel, van alle tijden en van alle soorten mensen. Zolang de Oranjes zelf boven in de piramide willen blijven zitten, zal er een omgeving zijn die de taak op zich neemt om hen te beschermen. De naaste omgeving houdt het koningschap mysterieus, terwijl zij daarmee ondertussen zelf status verwerft. Zolang de overige Nederlanders gefascineerd blijven door dat 'mysterie', vormen zij graag de basis van de piramide.

Welnu, dat vraagt om een antwoord, dat overigens niet zo moeilijk is. De kern van de vergissing schuilt in de veronderstelling dat zolang de Oranjes zelf boven in de piramide willen blijven zitten, er een omgeving zal zijn die de taak op zich neemt om hen te beschermen. Natuurlijk willen de Oranjes dat, natuurlijk willen zij hun hulpverlenersparkeervergunning voor het drukke Amsterdam behouden, natuurlijk willen zij op kosten van de gemeenschap een middagje shoppen met het regeringsvliegtuig in Milaan – dat lijdt geen enkele twijfel. Maar er is ook een andere omgeving van het koningshuis, naast de naaste omgeving en de eo-hysterici. En die heet Pro Republica. Die volgt iedere beweging kritisch en nauwgezet. Een gestaag groeiende omgeving die ontmystificeert, ontmaskert, aan de kaak stelt en publiceert. Waar voor 1848 nog de gehele piramide als regentesk machtsbolwerk gold, zo is er nu nog slechts sprake van een topje van die piramide. Dat de tendens, zoals ingezet door Thorbecke, onbedoeld wordt voortgezet door Beatrix door de hofadel te vervangen door capabele burgers, uiteindelijk zal uitmonden in een republiek, wordt hier duidelijker dan ooit. Maar dan van binnenuit.

'Vertel dit toch aan niemand' is een stil pleidooi voor de afschaffing van de monarchie als regeringssysteem. Lees en huiver.


'Vertel dit toch aan niemand', door Dorien Hermans en Daniela Hooghiemstra. Uitgeverij Mouria ISBN 90-458-4862-7. € 18,50


Plaats een reactie
 
naam
e-mail
Commentaar
 
  Maak de som af: "drie plus een is"   
 


republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander