Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Zo eindigt het boek der koningen
C.V. Lafeber

Lezing 12 december 2009 tijdens bijeenkomst Pro Republica


deel 1

deel 2

deel 3

deel 4

Het hier uit te spreken betoog is niet uitsluitend bestemd voor de aanwezigen, het gaat ieder aan, waar ook ter wereld.

C.V. Lafeber

Prof. C.V. Lafeber
(foto: Anna Wit)

Ik groet U allen hartelijk, zowel hen die gekomen zijn om zich een hart in het republikeinse lijf te laten spreken als degenen die uit nieuwsgierigheid, mededogen of ambtshalve en dus wellicht met enige tegenzin hier aanwezig zijn. Hoe nu? zal iemand zich misschien afvragen. Zijn we hier dan niet op de eerste presentatie van een jonge, bruisende activistenpartij? Worden hier dan niet alle registers opengetrokken om de tegenstander bij wijze van spreken bont en blauw te slaan? Néén, dát gebeurt hier niet. Hier geschiedt iets anders, iets wezenlijkers. Onze kracht ligt immers niet in het gebruik van geweld, maar in dat van het gezond verstand, in overreding én in de wetenschap dat het onontkoombare gelijk der geschiedenis aan onze zijde is. Pro Republica is niet alleen een uiterst vredelievende organisatie, zij is ook en vooral een club van doeners en denkers, die een helder oog hebben voor het tijdelijke van alles in deze wereld, ook dus van monarchieën én van onszelf. Met andere woorden: wij willen vrienden maken daar waar tot nu toe onwetendheid en onbegrip de overhand hadden. En dat op waardige wijze.

In onze Nieuwsbrief enkele weken geleden heeft U het verhaal van de Egyptische farao Psammetichos I gelezen die zo graag wilde weten welk lot door de eeuwen heen al het menselijke beschoren is. We kennen het antwoord: alles wordt geboren, alles leeft en alles sterft. Er is geen enkele uitzondering. Wat toen gold, geldt ook nu. Alles is op een andere wijze immer hetzelfde. Tot in alle eeuwigheid. De Djaggernautwagen der geschiedenis gaat zijn onverbiddelijke gang, of we het willen of niet.

Zoals mensen sterven, zo sterven ook monarchieën. Intelligente dynasten - toegegeven: er zijn er niet veel - kunnen zich tijdens hun leven kennis en wijsheid vergaard hebben, waarmee zij hun afsterven gemakkelijk accepteren, zoals bijvoorbeeld olifanten een stille plek in het oerwoud zoeken om daar de laatste adem uit te blazen.

Ook bij dynastieën kondigt zich het einde ervan aan door vervalverschijnselen. In Nederland heeft de klad er van begin af aan in gezeten. Van koning Lodewijk Napoleon bestaat al uit zijn eerste jaar een Engelse karikatuur met in zijn rechterhand een stapel 'ordres', in zijn linker een bundel 'contre-ordres' en op zijn voorhoofd het woord 'désordre'. In een vierregelig epigram is zijn regeerperiode eveneens vast gelegd: 'Le roi de Hollande fait la contrabande, Et sa femme - on dit - fait de faux Louis' (Presser, 99-100).

Duidelijker blijkt de degeneratie in de tweede koningsdynastie, die in haar varianten bijna 200 jaar geduurd heeft. Mischien kunnen we met een zekere historische stelligheid staande houden dat in deze dynastie het verval van begin af aan is meegegeven en geleidelijk versneld is gaan voortschrijden. Namen als koning Gorilla, Heinrich Mecklenburg, Bernhard Lippe-Biesterfeld zijn daar indrukwekkende voorbeelden van, terwijl nu - in de laatste fase - Willem, de Overbodige en zijn garnalin Máxima Zorreguieta bijna dagelijks hun non-capaciteiten demonstreren om aan het hoofd te staan van een denkende en vrije gemeenschap. Vooral de geheimhouding - gepaard met mateloze arrogantie -, de leugens, de verdraaiingen, de vervalsingen van de koningsclan liggen mij zeer na aan het hart. Vervalsingen? Wat hebben die met de republiek te maken? Het antwoord is: alles. Wij behoeven, zo menen, onze gekroonde hoofden en hun lakeien niets te weten van hun gekuip en geknoei, van hun wellustigheden en corrupties. Wat weet dat deert immers. Dus is hun devies: ruim alles op wat mogelijk belastend kan zijn. Wilhelmina had twee 'scheurders' in dienst - zodat mijn collega Manning destijds niet in staat was een betrouwbare biografie van haar te schrijven (voor Fasseur was dat ontbreken van bronnen geen bezwaar); Lippe gooide alles in de kachel en de Amsbergers hebben de vernietiging van hen bezwarende historische papieren aan de RVD overgelaten.

Het vernietigen van documenten geldt als een van de belangrijkste verwordingsverschijnselen, van een monarchie, nog erger dan de verstarring van het protocol, de grootheidswaan, de arrogantie, de zich in alles openbarende geldzucht, het deelnemen aan en toelaten van fiscale sluiproutes al dan niet via je ambtswoning en hoog-kapitalistisch gedrag.

Waarom zou het volk van dat jetset-gedoe, het luxe leventje en de geldsmijterijen van Amsberg en zijn garnalin - niet minder verkwistend dan de parvenu Bonaparte die het geld met handen vol het raam uitsmeet - niets mogen weten, evenmin als hun beider feestbeesten-strapazen? Van dat laatste wordt nu gezegd dat het allemaal achterklap is. We kunnen het toch niets kunnen bewijzen. Ja, dat haalt je de koekoek. Dat was nu juist de bedoeling van de vernietiging!

Naast een nu snel degenererende dynastie heeft Nederland momenteel te maken gekregen met een denkend volk, dat volledig zijn recht op vrije meningsuiting laat gelden, vrij onderzoek en vrije wetenschap eist en dat met de vrijheid van vergadering en vereniging de - door de degeneratie - al in doodsnood verkerende dynastie de genadeslag toebrengt. Dit zelfbewustzijn van het vrije volk is minstens even essentieel voor de ondergang als de blunderende dynasten zelf.

Men kan zich alleen afvragen waarom die 'Aufklärung' terzake van de monarchie hier eerst nu - in het begin van de 21e eeuw - zo duidelijk aan de dag treedt. De vraag is niet zo moeilijk te beantwoorden. Wie vanuit historiografisch oogpunt de geschiedenis der monarchieën bestudeert, staat verbijsterd over de invloed die de vorst heeft kunnen uitoefenen op de geschiedschrijving en daarmee op onderwijs en opvoeding van laag tot hoog. Mede door het vernietigen - zoals verhaald - van alle als nadelig of gevaarlijk beschouwde documenten, hebben de dynasten - en dat was niet minder rampzalig - aan hun eigen ondergang meegewerkt door samen met hun lakeien een eenzijdig orangistisch klimaat te creëren, waarin het letterlijk als zondig en dus als misdadig werd beschouwd ook maar met één vinger naar de door God over het Nederlandse volk aangestelde soevereinen te wijzen. Aan God immers had het immers niet alleen zijn ontstaan maar ook zijn welvaart te danken. Dat is eeuwenlang de jeugd met de paplepel ingegeven.

Daar kwam, wat de roomse kinderen betrof, nog iets bij. In de dertiger jaren van de 19e eeuw bivakkeerde op de Brabantse hei het Hollandse leger onder leiding van veldmaarschalk-opperbevelhebber Willem, zoon des konings. Dit militaire genie, bij wie vergeleken Clausewitz en Wellington stuntelende beginners in de krijgskunde waren, en wiens blunders te Waterloo - hij kwam te laat en dronken op het slagveld en viel van zijn paard - door onze vaderlandse militaire geschiedenis in even zo vele heldendaden zijn gemetamorfoseerd - heeft niet alleen veel schade aangericht aan de gewassen en boerderijtjes maar ook in de harten van ontelbare Brabantse schonen. Vandaar dat wij in dat gewest zoveel oranjebastaarden tegen het lijf lopen. Voor ons verhaal is echter van belang dat hij regelmatig de Heikese pastorie bezocht en met pastoor Zwijsen in een 'amitié cordiale' geraakte. Deze man, later bisschop en aartsbisschop geworden en daarmee de belangrijkste figuur van de herstelde katholieke hiërachie, was de oprichter van talrijke onderwijscongregaties van zusters en fraters, die - ik geef dat onmiddellijk toe - voortreffelijk onderwijs hebben gegeven tot in onze tijd toe aan arme kinderen. Op hun debetzijde staan echter de werkelijk ongelooflijke hoeveelheden oranjegif dat zij in de prille hersentjes en zieltjes spoten, dag in dag uit. Men bestudere de schoolboekjes en wandkaarten maar eens en stelle zich daarbij ook de frater of de non voor, die met hun soms ontegenzeggelijk grote kwaliteiten en inzet de roomse schooljeugd oranje kleurde. Achteraf kunnen we deze schaamteloze indoctrinatie niet genoeg veroordelen. Tot in de middelbare school en in het hoger onderwijs zijn de gevolgen van deze infectering tot op de dag van heden merkbaar geweest. Eerst nu is een nieuwe generatie - ónze generatie - er achter gekomen dat zij en hun ouders beduveld zijn. Met goede bedoelingen, ik wil het graag geloven, maar het kwaad is er niet minder om geweest. Al wordt het geleidelijk aan minder - en is de reactie erop soms heftig - , het gif zit nog steeds in onze samenleving.

Ik bedoel daarmee niet dat senioren - laat ik zeggen leeftijdgenoten - mij soms nog te verstaan geven dat 'ik met mijn vingers' - ze gebruiken een ander woord - 'van onze koningin heb af te blijven'. Neen, ik bedoel daar vooral mee dat de hedendaagse geschiedvervalsers - de Fasseuristen - vaak moeiteloos kunnen aanhaken bij het vroeger gezaaide onkruid. Of we het willen erkennen of niet, maar nog steeds zijn er rectoren en docenten van scholen, burgemeesters en juristen, artsen, grote en kleine zakenlieden, bankiers, notarissen, journalisten - wéldenkende mensen zou je zo zeggen - die de wenkbrauwen fronsen bij het horen van de naam Pro Republica en ons onbehoorlijk naar het leven staan.

Er zijn zelfs zich republikeins noemende intellecuelen die van mening zijn dat monarchale kritiek alleen geoorloofd is op het instituut monarchie en niét op de bedienaren ervan. Daarmee wordt dan wel op uiterst gemakkelijke wijze méér dan de helft van de grofste ongerechtigdheden buiten het geschiedbeeld gehouden alsook de relatie ontkend die er bestaat tussen het instituut monarchie enerzijds en de inherente eigenschappen - als arrogantie/verkwisting/machtsoverschrijding en machtsintransparantie - van de dynasten zelf anderzijds.

Bovendien, wanneer in de monarchale publikaties en krantenberichten nog steeds de voortreffelijke, lieflijke en imponerende (vooral militaire) eigenschappen van de majesteiten en hoogheden prevaleren, dan is daarvan de bedoeling dat die persoonlijke kwaliteiten afstralen op - precies: het instituut. Met andere woorden: ons wordt ontzegd het instituut te beoordelen op het schimmige gedrag van mevrouw Amsberg en de ronduit incorrecte houding van haar vader, oudste zoon en diens echtgenote, maar intussen verwijt de pot dan wel de ketel.

Er is nóg iets anders dat een kwalijke rol speelde en speelt in de orangering van het volk. In de loop der jaren - misschien moet ik zelfs zeggen: der eeuwen - hebben de dynasten zich ingekocht in de staatsorganen, de administratie, de diplomatieke dienst, het leger, het onderwijs, de culturele wereld, het bedrijfsleven - de koninklijke Bijenkorf etc - ,de maatschappij - 'het heeft mevrouw Amsberg behaagd te benoemen tot ridder etc', waarmee de gedecoreerden werden geacht een bijzondere band van trouw met het staatopperhoofd te krijgen.- , de journalistiek die de Eikenhorst bezoekt om 'bij te praten' over Machangulo, de Kamerleden die op de thee komen op het Noordeinde, enzovoorts.

Het gevolg daarvan is dat een lakeienstand is gecreëerd van burgers die gewild en ongewild het hof hand- en spandiensten verlenen en daarmee bewust of onbewust belang hebben bij het instandhouden van de monarchie. Van al die genoemde groepen burgers zijn vooral de volksvertegenwoordigers de meest malicieuze. Ik geloof onmiddellijk de percentages - 70 tot 90% - van de Kamerleden zouden bij een geheime stemming tegen de monarchie stemmen. In het openbaar zwijgen zij of hullen zij zich echter in delfinische orakeltaal. Wanneer plotseling in de Kamer de monarchie ter sprake komt en de parlementariërs zich er wellicht voor of tegen zouden moeten uitspreken, zie je de helden en heldinnen wegsluipen naar het toilet of de straat op tot het gevaar geacht wordt geweken te zijn. Ze zijn doodsbenauwd zich openlijk voor of tegen de republiek uit te spreken.

Naar het voorbeeld van de volksvertegenwoordiging gedraagt zich ook het electoraat. U zult het weer niet geloven maar bij de organisatie van deze dag kregen wij het gevoel te leven in de 19e eeuw waar zaalafdrijving van 'verdachte' organisaties aan de orde van de dag was. En dat, terwijl we toch zo'n keurige club zijn, geen uitspattingen begaan, nooit vloeken, niemand bedreigen en met mes en vork eten. Sommigen onzer dragen zelfs een stropdas, we spreken immer met twee woorden en zijn geabonneerd op Trouw, De Volkskrant en het NRC. Mijn liefje, wat wil je nog meer?

Het enige wat men ons kan verwijten - nu ja, verwijten is het eigenlijke woord niet - maar dat men van ons kan zeggen is dat we, als we het over mevrouw Amsberg hebben, we haar ook zo noémen en dat we het ronduit verdommen - past dit woord wel bij dit ingetogen gezelschap? - om te spreken van majesteit. Je moet toch wel mesjogge zijn om te eisen dat je zo genoemd wil worden. Alleen het uitspreken van het woord majesteit al is een vervloeking van de democratie, van de gelijkheid van alle mensen.

Vanzelfsprekend doen we ook niet mee aan die flauwe kul om over de rest van de familie, een stelletje bekakte profiteurs, te spreken als hunne koninklijke hoogheden. Van de week stond in de krant een berichtje dat H.K.H. 'prinses' Eulalia - of hoe ze ook mag heten - jarig was. Zo lopen er drie van die hummels rond, allemaal hare koninklijke hoogheden. Ook opvoedkundig lijkt me dat voor hun anders zo bezorgde vader niet wijs. Wat moet dat worden als die jongedames eenmaal 'troongerechtigd' worden verklaard? Maar zo ver komt het natuurlijk nooit. Daar zijn wij voor.

Begrijp het goed: mevrouw Amsberg wil met die aanspreektitel duidelijk maken dat ze in principe géén gewone sterveling is, terwijl wij beweren dat ze dat juist wel is: niet meer dan een doodgewoon - soms zou ik het Franse equivalent daarvoor willen gebruiken - mens en dat ze zich helemaal niets te verbeelden heeft. Zoals mevrouw met haar majesteitsgedoe aan haar baan een mystieke, bovenaardse, goddelijke - 'koning bij de gratie Gods'- lading probeert te geven, zo maken wij haar duidelijk dat het volk niet gediend is van dat adorerende en hypocriete gedrag. Wie ons daarover kapittelt moet zich eerst bij het andere loket vervoegen.

Door voortdurend deze flauwe kul aan de kaak te stellen hopen wij de staatsrechtelijke structuur van ons land te veranderen, zoals elke fatsoenlijke politieke partij veranderingen wil. Wij willen het laatste feodale restant - één almachtige erfelijke familie die het gehele land naar haar hand probeert te zetten - opruimen en dat, zoals gezegd, op een uiterst correcte en fatsoenlijke wijze.


Daar is een krachtige organisatie voor nodig. Dat aan het eind van de 19e eeuw de lakeien van het Nederlandse vorstenhuis het republikeinse socialisme de baas zijn gebleven, was in eerste instantie toe te schrijven aan de nauwelijks verenigde arbeidersorganisties. Dat Pro Republica tot nu toe in zo korte tijd succesrijk is geweest, is te danken aan ons gesloten front van alle republikeinse Nederlanders uit elk landsdeel, van elke religie of ideologie, oud en jong, autochtoon en allochtoon. Bovendien waren wij in staat een sterke organisatie op te bouwen met een grote interne solidariteit tussen bestuur en technische en schrijvende staven.

Naarmate wij groeien, voelen wij echter de beperking van onze middelen en niet alleen financieel. Het bestuurswerk wordt momenteel door drie personen gedaan, die letterlijk dag en nacht in de weer zijn. Neem ons dan ook alstublieft niet kwalijk wanneer er een brief wel eens te lang onbeantwoord blijft liggen of wanneer we er niet toe gekomen zijn terug te bellen of dat we geen mogelijkheid zien onze leden en bezoekers van de site immer ter wille te zijn. We overwerken ons zichtbaar.

Daarbij komt dat we in ons bestuur steeds meer ervaringsdeskundigen behoeven, mannen en vrouwen die verstand hebben van juridische problemen, die organisatorische kwesties kunnen oplossen, provinciale vertegenwoordigers van het bestuur op wie we kunnen terugvallen, journalisten maar ook mensen die te zijner tijd en als het nodig is de straat willen opgaan om affiches te verspreiden, notarissen, financiële experts, belastingdeskundigen, enfin mensen zoals elke politieke partij ze ook heeft.

Daarnaast heeft ook onze schrijvende staf een grote behoefte aan deskundigen op alle terreinen. Met name kunnen wij auteurs over politiek en staatsrecht, geschiedenis en economie gebruiken maar ook en vooral Spaans sprekende tolken, mensen met relaties en ervaring in de wereld der media en vooral bestuurders en rechters.

Wat is nu de toekomst van Pro Republica? We weten uiteraard niet exact wanneer uit het door mij hier geschetste samenspel van de natuurnoodzakelijke ontwikkelingen en onze activiteiten het uur U gaat slaan. We weten evenmin of onze pogingen tot een soepele overgang naar een republikeins systeem - ons staat daarbij het goed werkende Duitse stelsel voor ogen - succes zullen hebben. Veel zal daarbij afhangen van ons eigen gedrag. Het kan niet genoeg herhaald worden: Pro Republica is een absoluut en principieel geweldloze organisatie, die van geen enkele relatie met guillotines, al dan niet gerechtelijke koningsmoord, straatgeweld of aanslagen wil weten. Uiteraard is daarbij ook het gedrag der Amsbergers zelf van invloed. Wanneer zij dit betoog - met name dat over de eindigheid van al het menselijke - goed op zich laten inwerken, kunnen zij niet anders dan met ons instemmen. Als zij voortdurend beweren dat ze immer alles en alles willen doen voor volk en vaderland, dan moeten zij onmiddellijk hun biezen pakken. Het Nederlandse volk heeft niet om ze gevraagd en wil ze kwijt, wat voor alle partijen trouwens het beste zou zijn.

Volgens (Lubbers) Trouw blijft deze ongewenste en schadelijke situatie nog tot minstens 2011 doorzieken (dat woord is overigens van mij), hetgeen een slechte zaak is. Zoals het er nu naar uitziet, zal de spanning tussen volk en Amsberg alleen maar groter worden. Naarmate het hof op zijn strepen blijft staan, wordt de regering- Balkenende onzekerder, terwijl het volk van de weersomstuit zal radicaliseren, zoals de geschiedenis leert. Pro Republica zal dus twee of drie jaar als politieke partij actief, zeer actief moeten blijven.

Door onze achterban is dit jaar druk op het bestuur uitgeoefend om van onze denk- en doe-groep een echte politieke partij te maken. Deze druk laat ons niet onberoerd. Wie het laffe geklungel in het parlement ziet van mensen die moeten verwoorden wat eronder het volk leeft, wordt bevangen door een gevoel van walging, schaamte en minachting. En dan denk je dat er maar één oplossing is en dat is dat al bij de volgende verkiezingen het hele zooitje maar naar huis wordt gestuurd. Die verkiezingen, waaraan dan een echte republikeinse partij zou deelnemen, kunnen dan ook als referendum dienen - of minstens als een graadmeter - van de konings(on)gezindheid en een eind maken aan de onduidelijkheid die al veel te lang in de vaderlandse politiek heeft geheerst, omdat het hof elk referendum ter zake heeft tegengewerkt.

Pro Republica zou als one issue-politieke partij, waarvan iedereen van welke religie, ideologie, politieke partij of wat dan ook lid kan worden, opgezet worden, waarbij iedere afgevaardigde het recht en de mogelijkheid heeft zich met gezinningsgenoten te verenigen over alle andere standpunten als AOW, Europa, Uruzgan, ontwikkelingssamenwerking, onderwijs, landbouw etc., mits de gelederen zich weer onmiddellijk sluiten wanneer de (republikeinse) staatsvorm aan de orde komt.

We mogen de ogen niet sluiten voor de enorme hoeveelheid werk die op ons afkomt, wanneer Pro Republica zou besluiten een politieke partij te vormen. Hoezeer wij ook er van overtuigd zijn van de dwingende noodzaak van die republikeinse partij, zullen wij toch ook moeten erkennen dat wij noch de mankracht noch de financiële middelen noch de expertise hebben om het tegen de zittende partijen - en het hof - op te nemen.

Het alternatief is natuurlijk dat Pro Republica als denktank, als aanjager, als motor van het republikeinse gedachtengoed blijft fungeren en alle politieke partijen met raad en daad zal blijven bijstaan maar met het risico dat er vooralsnog niéts in het parlementaire handelen zal veranderen. Dat is een troosteloos uitzicht, ook al weten we en zien we dat de monarchie dermate in stervensnood is dat zij nimmer meer van het ziekbed kan opstaan. We voelen het als onze historische roeping met de natuurnoodzakelijke ontwikkeling hand in hand te gaan.

Misschien - zo is er wel eens geopperd - zou er een weggetje gevonden kunnen worden tussen de twee uitersten die zojuist hier geschetst zijn. Ook over dat uiterst smalle tussenweggetje zullen we serieus het hoofd over moeten breken. Het zou er als volgt kunnen uitzien. Pro Republica zoekt contact met een politieke partij, liefst een waarvan we met enige zekerheid kunnen vermoeden dat deze ons niet voor het hoofd zal stoten. Met die partij sluit het bestuur van Pro Republica een convenant waarbij ons een of twee verkiesbare plaatsen op de lijst worden gegarandeerd. Het risico van een mislukking is voor beide partijen kleiner dan de kans op een doorslaand succes.

Een vierde mogelijkheid zou kunnen zijn dat onze uitgestuurde verkenner(s) in gesprek treedt met alle politieke partijen om een afspraak te realiseren waarbij zij garanderen dat op hun 5e plaats een eigen republikein wordt geplaatst die binnen en buiten de volksvertegenwoordiging zonder enige beperkingen naar eigen overtuiging kan spreken en handelen. Pro Republica belooft bij de verkiezingen het electoraat te bestoken om de 5e kandidaat te kiezen. Afgezien van het feit dat de sterkte van het republicanisme uit het gezamenlijke stemcijfer kan worden afgelezen, heeft Pro Republica dan voortaan eigen aanspreekpunten in het parlement.

In de loop van de ze dag zal aan U gevraagd worden een commissie te vormen die in de loop van de komende tijd de vier mogelijkheden met alle voors en tegens zal onderzoeken, uitwerken en van pre-advies zal voorzien. Over enkele maanden zien wij elkaar dan nader. Vooralsnog blijft Pro Republica dan de denkers- en doenersclub van altijd, wellicht in de stille verwachting dat ook aan de overzijde het licht zal doorbreken. De monarchen en hun lakeien staan per slot van rekening aan de verkeerde kant van de historische ontwikkeling.

Pro Republica, zich ervan bewust, dat wij de wind in de zeilen hebben, blijft zelfverzekerd, vastberaden en ongestoord door met het werk dat wij in deze zomer zijn begonnen. Wie had kunnen denken dat wij nu al zulk een grandioze actiedag als vandaag zouden kunnen beleven. Ik vraag U: draagt deze woorden uit bij Uw familie, in de straat, op Uw werk, in Uw partij, in Uw krant, overal waar dat mogelijk is. Alleen met Uw aller hulp kan het boek der koningen definitief worden gesloten. Laten we ervoor zorgen dat het zo spoedig mogelijk zal gebeuren. Aan het werk dus, gij allen. Iedereen. Allemaal!





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander