Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Koning Willem I en de kerkhervorming
Fré Morel

Hendrik de Cock
Hendrik de Cock

Hendrik de Cock

Hendrik de Cock werd op 12 april 1801 in het Groningse Wildervanck geboren als zoon van een welgestelde 'Hereboer'. Kort na de geboorte van Hendrik werd zijn vader burgemeester van Wildervanck. Hendrik studeerde aan de Groninger Academie, begon in 1823 zijn carrière als predikant in de plaats Eppenhuizen, werd vervolgens in 1827 benoemd in Noordlaren en in 1829 als predikant bevestigd in de Noord-Groningse plaats Ulrum. Hoewel in het begin zijn preken enige diepgang leken te missen, bleken de diensten van De Cock al gauw bij een groot deel van de gelovigen goed aan te slaan. Van heinde en ver kwam men naar Ulrum om De Cock te horen (s)preken of te zien, en steeg het aantal kinderen uit andere gemeenten dat in de 'Kerk van Cock' gedoopt werd aanzienlijk. Voor de gevestigde 'Hervormde Kerk' - de Staatskerk - was dit echter een doorn in het oog.

De vorming van de Staatskerk
Koning Willem I had - naar voorbeeld van de Church of England - waarvan de Engelse vorst het hoofd was - de belangrijkste geloofsrichting van de voormalige Nederlandse Republiek 'her-vormd'. Op 7 januari 1816 werd bij koninklijk besluit een nieuwe kerkorde goedgekeurd, het zogenaamde 'Algemene Reglement'. De schijnbare scheiding tussen Kerk en Staat werd hierdoor geregeld en de Nederduitsche Gereformeerde Kerk heette vanaf dat moment de Nederlands Hervormde Kerk. Aan het hoofd van deze kerk stond koning Willem I en het was de bedoeling dat deze kerk het Staatsgeloof moest worden voor het nieuwe Nederlandse Koninkrijk. Deze gelijkschakeling riep veel weerstand op bij de Nederlandse gelovigen. Niet alleen in de 'nieuwe' zuidelijke landsdelen, maar ook in het traditioneel katholieke noorden.

Wolven en schapen
Benthem Reddingius

Benthem Reddingius

Hendrik de Cock, die eerder een principiële dan opstandige Ulrummer predikant was, kon door zijn opstelling dan ook rekenen op heftige aanvallen van vooraanstaande Staatskerkpredikanten, zoals Dr. Benthem Reddingius uit Assen. De Cock sloeg manmoedig van zich af met verweerschriften waarin hij 'de ware Gereformeerde leer' verdedigde en waarin hij beschreef dat 'de Schaapskooi van Christus' aangevallen werd door wolven. De Cock nam geen enkel blad voor de mond en trok van leer tegen de 'sirenische minneliederen' zoals hij de evangelische gezangen van de Staatskerk betitelde. 'Hoereliederen' noemde hij ze en hij betichtte de gezagstrouwe Staatspredikanten openlijk van ontrouw en meinedigheid, en uitte onophoudelijk kritiek op het zo verfoeide en bij koninklijk besluit ingevoerde 'Algemeen Reglement'. De Cock en zijn volgelingen werden op hun beurt van 'gemene streken en smerige kruiperijen' beschuldigd, ook wel Cocksionestreken genoemd.

Andere geluiden

Kerk Ulrum

De kerk in Ulrum waar in 1834 de afscheiding plaatsvond

Vanaf verschillende kansels in het land waren steeds luider andere preken te horen en in 1833 kwamen de geloofsscheuren duidelijk aan de oppervlakte. Op 19 december 1833 werd Hendrik de Cock geschorst door het kerkbestuur, in eerste instantie mét behoud van inkomen, waartegen De Cock echter in beroep ging. Het leverde hem een nog zwaarder lot: in 1834 besloot het kerkbestuur hem zelfs als predikant af te zetten. Dat was de druppel die de emmer van de geloofsstrijd deed overlopen, de spreekwoordelijke kogel was door de kerk. In reactie daarop riep De Cock op maandagavond 13 oktober 1834 de Ulrummer kerkeraad bijeen en stelde voor om uit de Staatskerk te stappen. Op 14 oktober 1834 was de breuk definitief. De Cock, met veel van zijn volgelingen uit Ulrum plus de complete kerkeraad stapten uit de Nederlands Hervormde Kerk en tekenden de 'Acte van Afscheiding of Wederkeer'.

Acte van Afscheiding of Wederkeer
'Dinsdagavond den veertiende Oktober 1834 hebben wij, na biddend en knielend opzien tot den HEERE, ons afgescheiden van den valsche kerk en in de mogendheden des HEEREN het ambt aller gelovigen aangenomen, hetwelk Hij, de HEERE, de Almachtige, den Eenige en Drie-eenige God bevestige!' (lees hier de gehele acte). Met psalmgezang en onder dankzegging werd de plechtigheid tenslotte besloten.

De Cock als martelaar
Ondanks zijn afzetting bleef Hendrik de Cock preken en werd hij daarom op verzoek van de Staatskerk gearresteerd en wegens 'verstoring van de Openbare Orde' veroordeeld tot een gevangenisstraf. Hij mocht drie maanden de binnenkant van de tralies bekijken en werd zijn gezin uit de pastorie gezet. Op 28 november 1834 belandde hij in de cel in Onderdendam, waar hij tot 25 februari 1835 opgesloten zou blijven. Overal in het land werd het voorbeeld van De Cock gevolgd en vele ontevreden gelovigen stapten uit de Staatskerk, zoals Anthony Brummelkamp, predikant in Varsseveld, Winterswijk, Aalten en Wierden. Deze Gere-formeerde kerkafsplitsing was een doorn in het oog van koning Willem I en de machtselites die alleen 'hun' geloofsrichting in Nederland als enige richting wilden (laten) accepteren.

Koning Kerkvorst in actie
Koning Willem I

Koning Willem I

De 'Koning & Kerkvorst' Willem I verklaarde de 'zogenaamde gereformeerde kerken' onwettig en ondernam tegenmaatregelen. Een oude Napoleontische wet werd onder het stof vandaan gehaald, die samenscholingen van meer dan 20 personen verbood; voorgangers werden opgepakt en gelovigen die hun huis of schuur ter beschikking stelden om kerkdiensten te houden werden zwaar gestraft. Het leger werd ingezet om de opstandige gereformeerden - in Groningen toén en ook nú nog bij hun geuzennaam 'Cocksianen' (Cocksioanen - 'Cock-ziend' = de volgelingen van 'Cock') genoemd - terug te brengen in de moederschoot van het Staatsgeloof. Om hen te intimideren werden bij gereformeerde gelovigen in heel het land soldaten ingekwartierd. Ondanks deze repressie groeide het aantal aanhangers met duizenden tegelijk en zouden alle ingezette middelen niet meer kunnen verhinderen dat de afsplitsing nog ongedaan gemaakt kon worden.

Preken in vruchtbare haven
Na zijn vrijlating zette De Cock zijn activiteiten onverminderd voort. Zo ging hij in september 1835 voor in godsdienstbijeenkomsten in de Groningse havenplaats Delfzijl. De beide Delfzijlster veldwachters Van der Borg en Van Kampen maakten in de door hen opgemaakte processen-verbaal melding van een kerkdienst in het huis van de plaatselijke bakker K. van der Schuur aan de Landstraat. Zij constateerden dat door 53 aanwezige personen illegaal werd gebeden en gezongen en er werden zelfs kinderen gedoopt. Delfzijl was een vruchtbare voedingsbodem voor De Cock en zou hij, verspreid door de havenplaats, meerdere malen illegale kerkdiensten organiseren. Op 14 september 1835 liet Burgemeester Hamo Bellinga aan de gouverneur van de provincie per brief weten dat bij hem het vermoeden bestond dat het grootste deel van de Delfzijlster inwoners uit aanhangers van de Cock bestond.

Naar Smilde en Groningen
De Cock verlegde zijn activiteiten naar het Drentse Smilde en zou in 1837 naar de stad Groningen trekken, waar hij op 14 november 1842 kwam te overlijden. Hij werd begraven op de Zuiderbegraafplaats aan de Hereweg in de stad Groningen. Zes jaar na zijn dood zou aan de 'vervolging' van de opstandige Gereformeerde Kerk een einde komen, nadat koning Willem II op 12 maart 1848 boog voor de oppositie en ondermeer ook daarom zijn troon wist te behouden. Het 'absolute en zelfstandig koningschap' was definitief gesloopt, de machtspositie van de koning herzien en ingeperkt. Op 3 november 1848 werd de nieuwe Nederlandse grondwet van kracht. Het is aan de rechtlijnige vasthoudendheid van Hendrik De Cock en zijn volgelingen te danken geweest dat Nederland géén universele Staatsgodsdienst opgedrongen heeft gekregen, zoals dat oorspronkelijk wél de bedoeling was geweest van Koning Willem I.





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander