Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  

Voor de troon wordt men niet ongestraft geboren
bespreking door C.V. Lafeber

Op 6 maart 2010 begint in het kader van de grote oranjepropaganda-actie de televisieserie 'De Troon'. De karakters van de koningen Willem I, II en III zijn ontleend aan de beschrijvingen uit dit boek.

Over de flauwe kul als zou 'je voor de troon niet ongestraft geboren worden'. Een bespreking van het boek van Dorine Hermans en Daniëla Hooghiemstra (Amsterdam 2008).

Dit boek met de titel 'Ooggetuigen van de koningen van Nederland, 1813-1890' gaat over de geschiedenis van drie 'ouderwetse' (p. 8) mannen die als staatshoofd in Nederland de voornaam Willem voerden. Elk van de - zes - capita bestaat uit een historische inleiding en een wisselend aantal 'ooggetuigen'. De hoofdstukken hebben de volgende titels:

  1. Hoe Willem I de troon veroverde (1795-1815),

  2. Een goed huwelijk voor de prins van Oranje (1814-1816),

  3. Vader versus zoon (1816-1830),

  4. De neergang van Willem I (1830-1840),

  5. Willem II op de troon (1840-1848),

  6. Willem III op de troon (1848-1890).

Willem IEr worden 148 vindplaatsen van de ooggetuigen – dan bronnen genoemd – opgegeven, waarvan er slechts 21 naar het Koninklijk Huis Archief verwijzen. Dat is weinig. Ter vergelijking: alleen al van de historicus Colenbrander worden 34 bewijsstukken opgevoerd. In de 154 nummers tellende annotatie wordt nog naar aanvullende literatuur verwezen, welke geenszins uitputtend is. De hoogleraren Bank, Bornewasser en Van Sas hebben de auteurs 'voor fouten en onnauwkeurigheden willen behoeden'. Haar dank is groot: 'zonder hun deskundige hulp hadden we dit boek niet durven uitbrengen' (p. 317). Het hooggeleerde aura moet het boek kennelijk het gezag geven dat het intrinsiek ontbeert. Ook de dank aan mevrouw Von Amsberg, 'die ons toestemming gaf om haar archief, dat ook een familiearchief is, te raadplegen', maakt een overtrokken, zelfs annexationistische indruk. Het boek bevat nauwelijks iets nieuws. Bovendien druipt de vulgariteit ervan af. Het 'Woord vooraf' (p.7-10) bevat disfunctionele prietpraat, waarvoor serieuze historicae zich diep moeten schamen. De lezer vraagt zich af waarom, als het waar is, dat - zoals de dames beweren - 'de levensverhalen van Willem I, Willem II en Willem III bol staan van samenzweringen, bloedvergieten, machtsstrijd, (hopeloze) liefdes, overspel en waanzin', er behoefte was aan een boek dat die smeerboel nog eens op een rijtje zet. Trouwens, wie een beetje op de hoogte is van wat machthebbers - al dan niet bij de gratie Gods - zich in het verleden hebben gepermitteerd - en ik voeg er onmiddellijk aan toe zich nog steeds permitteren -, moet niet doen alsof van de genoemde Nederlandse staatshoofden iets anders te verwachten was. Staatshoofden zijn even vulgair als het volk waaruit zij voortkomen. Daar komt dan nog bij dat macht corrumpeert. Wanneer zo'n situatie een paar eeuwen wordt gecontinueerd, raken deze dames en heren erfelijk belast. In een zeer recente studie – 'God treurde niet om de slechtheid van de mensen, om hun domheid weende Hij' – heb ik dat voor de periode tussen 1789 en 1918 nagegaan.

Heeft het boek van de dames H. en H. de republiek dichterbij gebracht? Het is vervelend – wellicht ook onjuist – deze vraag ondubbelzinnig ontkennend te beantwoorden. Het is zeker dat althans mijn republikeins denken onder geen voorwaarde geïdentificeerd wil worden met wat de pulppers opdist over het privéleven vroeger of nu van de dynasten en andere hoogwaardigheidsbekleders. Hun egoïsme, verspillingen, buitenechtelijke relaties, drinkgelagen, vriendjes en vriendinnetjes, extravagante kleding, peperdure uitstapjes interesseren slechts een beperkt deel van de bevolking, dat er grof geld voor over heeft om 'geïnformeerd' te blijven. Tijdens de Republiek heette dat volk het 'oranjegrauw'. Republikeinen zien in een monarchie een per definitie ondemocratische, slechts zichzelf vertegenwoordigende, arrogante – je bent toch mesjogge als je eist dat de mensen je met 'majesteit' moeten aanspreken; het serviele volk, inclusief de politici en de courantiers, doet het nog ook – kliek, die met een walgelijke laatdunkendheid de volksvertegenwoordiging dwingt de grondwet met voeten te treden alsook betaling eist van de hoge en zinloze kosten om die archaïsche dwaasheid in stand te houden. Ik denk niet dat het in Nederland snel tot een 'Bonapartische staatsgreep' zal komen, hoewel ik de oranjegezindheid van 'harer majesteits' strijdkrachten griezelig, de uniformmanie in de familie van het staatshoofd beschamend en de militarisering van de maatschappij zorgelijk vind. Het gevaar schuilt echter vooral in het ondoorzichtige politieke gewroet van mevrouw Von Amsberg, van haar civiel en militair huis en van haar vriendjes in de staatsorganen, de politieke partijen en de mediaredacties. Onnozelen beweren wel eens dat het koningschap boven de partijen staat. En daarom onpartijdig is. En dus moet blijven. Als er nu één institutie is, die vergeven is van partijdigheid – en wel ten bate van de eigen portemonnaie, de eigen macht en de eigen invloed – dan is het de oranjepartij, berucht om haar grote graaien en haar fundamenteel conservatisme.

Al gaapt er diepe kloof tussen republikeinen en oranjegrauw, we mogen de nuances in de laatste groep evenmin onderschatten als de steeds toenemende natuurlijke erosie van het monarchisme. De verschillen in koningsgezindheid tussen 1950 en 2000 zijn als die tussen nacht en dag. Ik denk wel eens dat één stevige republikeinse bries het paleis al weg kan blazen. Monarchale randgelovigen zullen door het lezen van het boek van Hermans en Hooghiemstra iets minder orthodox geworden zijn. Zo zou bij ieder soortgelijk boek het draagvlak van de monarchie iedere keer weer iets afbrokkelen. Ik houd echter, zoals gezegd, van een stevige noordwester.

Dat ik niettemin enigszins ingenomen ben met het boek heeft een heel andere oorzaak. Het noopte nl. mevrouw Von Amsberg tot een ondoordachte reactie. Zij liet weten 'niet geamuseerd' te zijn met de publikatie. Zij herkende haar voorvaderen niet in het beeld dat de dames H. en H. ervan hadden gemaakt. Belachelijk. Zoals al gezegd, wisten wij al lang door wat een vulgair volk Nederland geregeerd werd. Daar hadden we die paar papiertjes uit 'haar' (?) archief niet voor nodig. Veel dommer was dat mevrouw in een pot-en-ketelsituatie kwam te verkeren. Zij verweet de auteurs de werkelijkheid te vervalsen door het selectief gebruik van bronnen. Nu hebben mevrouw en haar familie voortdurend aan geschiedvervalsing gedaan door de schitterendste verhalen van zich zelf op te dissen over haar voortreffelijke kwaliteiten, de wijsheid, de moed, de morele integriteit, de kuisheid – risum teneatis, amici: vrienden, barst niet in lachen uit -, de christelijke solidariteit met de armen gedurende de kerstdagen en de opofferingsgezindheid om les te geven in budgettering aan minderbedeelden, terwijl ze alle slechte aspecten wegpoetsten. Dat laatste hebben die brave en waarheidlievende mensen gedaan – en daar moet iedereen giftig om worden – door alle ongewenste bewijzen, die het tegendeel van welvoeglijkheid, beschaving en wijsheid aantoonden, rigoureus op te ruimen. De familie heeft alles verbrand wat schadelijk was voor het imago. Afgezien van de branden die bombarderende soldaten in de loop der eeuwen – Carthago, Rome, Leuven, Dresden, Bagdad – veroorzaakt hebben, zijn die binnenbranden de grootste rampen die de geschiedbeoefening hebben getroffen. Ik weet niet in welke staat Wilhelmina in 1898 precies het archief aantrof, maar het is een algemeen bekend feit dat zij twee speciale 'vernietigers' in dienst had en dat de man van Juliana heel wat open haarden heeft gevoed met de inhoud van de nationale archieven. Collega Manning zag daarom geen kans een verantwoorde biografie van Wilhelmina te schrijven. Een ander kon dat kennelijk wel, maar die heette dan ook Fasseur.

Het is een kwalijke zaak dat onze twee dames niet in de gaten hebben gehad dat ze met een opgeschoond archief te maken kregen en dat ze daarover gezwegen hebben. Oneindig veel kwalijker is het echter dat mevrouw Von Amsberg haar wijze hoofd durfde te schudden over zoveel geschiedvervalsing. Je moet maar durven. Als er iemand is, die zich bezig heeft gehouden met valse beeldvorming is zij het zelf geweest. Het was moeilijk werk, vooral het schoonwassen van pappie was een heel karwei, waar ze dan ook niet helemaal in geslaagd is. Maar ook het onder het vloerkleed schuiven van het minder fraaie verleden van potentiële schoondochters heeft veel inspanning, veel geld en veel leugens gekost. Mens, praat me toch niet over onjuiste beeldvorming. Wat dat betreft zit er ook voor republikeinen beslist een goede kant aan het uitkomen van het boek, al zat niemand op dat boek te wachten.

Waar we wel – smachtend – naar uitzien dat zijn publikaties over de grondwetsherziening van de republikein Thorbecke in 1848, over de opvattingen van de liberalen tijdens de conflictentijd (1866-1868), over het niet-eindigende gestoethaspel rond de ministeriële verantwoordelijkheid, de ruk naar rechts onder de aanminnige Emma en Wilhelmina - met dank aan de Utrechtse journalistiek en de Amsterdamse burgemeester -, over de moord op de demokratie in 1945, over het geknoei van Drees (PvdA) met de Greet Hofmansaffaire, over het gemanipuleer van De Jong (KVP/CDA) met het financieel statuut, over het nooit-meer-goed-te-praten staatsrechtelijk wangedrag van Den Uyl (PvdA) in de Lockheed-Northrop-affaires en over het salami-gedrag van de onbetrouwbare Kok (PvdA) in de Zorreguieta-affaire. Ook de manier waarop mevrouw met de parlementariërs en ministers omspringt is een grondige studie waard. Je houdt je hart vast als je leest dat zij ministers ontbiedt en dat de bewindslieden in kwestie dan als een rietje zitten te bibberen. Het is de omgekeerde wereld. Welk een dwaze tonelen geeft ons parlement te zien wanneer het vorstenhuis al dan niet aan de orde ter sprake komt. Dan moeten alle dames en heren zonodig naar het toilet en vermijden ze de stemming. Niemand mag weten dat ze tegen zijn en voorstemmen durven ze niet of omgekeerd. Een onderzoek naar het doen en laten van het 'huis der koningin' of een studie naar de relaties van mevrouw in de persoonlijke sfeer met ministers – Beel of Lubbers BV –, Kamerleden, partijvoorzitters, journalisten, bevelhebbers van leger en politie, burgemeesters, commissarissen en andere machthebbers is niet alleen leerzaam maar ook dringend noodzakelijk.

Pro Republica dient alle na de eerstvolgende verkiezingen gekozen Kamerleden officieel te vragen of ze parlementair dan wel koninklijk denken en dat zij als bewijs van hun eigen parlementaire instelling voortaan die flauwe kul van majesteit en hoogheid aan de kant schuiven en de familie gewoon met mevrouw en mijnheer zullen aanspreken Daarmee wordt de eerste stap gezet, ik zeg niet op de weg naar de republiek, maar wel naar duidelijkheid over wat we terzake van onze volksvertegenwoordigers mogen verwachten. De resultaten worden onmiddellijk daarop gepubliceerd. Daar zitten we meer op te wachten dan op de jammerklachten van vorsten dat ze in een gouden kooi leven en dat ze zoveel offers brengen of, zoals de dames H. en H. het verwoorden, dat 'men niet ongestraft voor de troon wordt geboren.'

Als dat zo is, laat die zielepoten dan meteen opkrassen. Het bespaart ons republikeinen veel werk.





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander