Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Partijpolitieke neutraliteit?
de webredactie

De ideologische erfenis van de Franse revolutie - het afwerpen van het ancient régime - wordt vandaag de dag merkwaardigerwijs geclaimd door zo ongeveer het gehele partijpolitieke spectrum. Niet de gewelddadige wijze waaróp destijds de monarchie ten val was gebracht, maar de idee van menselijke gelijkwaardigheid waarbij niemand zich Goddelijk uitverkoren zou mogen verklaren om zich boven zijn of haar medemens te verheffen, lag in het verlengde van het vroege verlichtingsdenken. Als zodanig lijkt het republicanisme in een traditie van partijpolitieke neutraliteit te staan, die weerklank vond en nog steeds vindt bij alle partijpolitieke gezindten.
Of dit terecht is valt vooralsnog te bezien; immers, uit het gegeven dat het republicanisme door het gehele partijpolitieke spectrum aangetroffen wordt, volgt niet dwingend dat het daarmee ook partijpolitiek neutraal is.

Lange tijd had er er de schijn van dat alleen de steile Calvinist buiten de republikeinse boot zou vallen. Maar ook dat was slechts schijnbaar, want tijdens verschillende debatten bleek dat ook in deze kringen, waar men er een radicaal deterministisch wereldbeeld op nahoudt, de 'redelijkheid' van het republicanisme als zeer acceptabel gold. Hun metafysica behoefde weliswaar enig achterstallig onderhoud, maar in de perceptie van diegenen die menen dat de koning bij Gods gratie regeert, is toch enige onzekerheid te bespeuren. Meer dan dat zelfs. Niet zozeer de Goddelijke uitverkoring als zodanig, alswel de legitimiteit van het ongekozen staatshoofd, en dan met de name de gespannen verhouding tot elementaire democratische beginselen is het onderwerp van menig confessionele worsteling. Al was het alleen maar de vraag waarom een politieke partij op grond van hun metafysica geen vrouwen tot bestuurlijke functies wil toelaten, maar tegelijkertijd wél een vrouw accepteert voor de vervulling van het hoogste bestuurlijke ambt. Waar het republicanisme echter nauwelijks of geen weerklank vindt, is bij de verstokte neoconservatief. Maar ook die worden binnen meerdere politieke bloedgroepen aangetroffen.

Ons staatshoofd heeft na de laatste verkiezingen, na drie decennia obscuur politiek gewroet, in alle openheid getoond hoe groot die invloed in werkelijkheid is. Het bleek een invloed die meer weg heeft van naakte bestuurlijke macht. Macht om het politieke bedrijf daadwerkelijk en feitelijk te sturen, en er vervolgens een persoonlijk signatuur aan te geven waarop zij niet aangesproken kan worden. Daarmee is drie decennia bagatelliseren van die invloed, die, naar nu gebleken is macht te zijn, in één keer teniet gedaan. Niemand hoeft nog met sussende of relativerende praatjes te komen 'dat het met die politieke zeggenschap van ons staatshoofd eigenlijk reuze meevalt'. Die valt namelijk helemaal niet mee. Mevrouw negeert adviezen van diverse informateurs en gaat doodleuk voorbij aan de wensen van het parlement. Slechts haar wettelijke onschendbaarheid, door haarzelf geduid als 'ministeriële bescherming' ontslaat de koningin van juridische aansprakelijkheid. Maar dat is dan ook alles.

Net als na de val van Balkenende II, toen Bush op de Nederlandse deur bonkte om een beslissing over deelname aan de toen nog als 'opbouw' geduide missie in Afghanistan, was het Mevrouw van Amsberg die hád kunnen zeggen: 'De regering is gevallen, en in demissionaire staat kan zo'n beslissing niet genomen worden. Bush kan het dak op. Punt uit'. Maar zij was degene die - overigens zonder enige constitutionele basis - besloot tot een doorstart met een rompkabinet om alsnog die beslissing te kunnen nemen. Maar anderzijds was ook zij de enige die het hád kunnen tegenhouden en opdracht hád kunnen geven tot het houden van vervroegde verkiezingen. Ofschoon juridisch niet verantwoordelijk - want dat is zij wettelijk nergens voor - is zij dat echter in moreel opzicht wél. Aldus luidt de even ongemakkelijke als onvermijdelijke conclusie die inherent is aan het irrationele systeem van de constitutionele monarchie: terwijl mevrouw van Amsberg naar Balkenende wijst ('ja maar, hij wilde zonodig doorstarten') wijst Balkenende op zijn beurt weer terug ('ja maar, het was háár beslissing').

 

Het is primair dit merkwaardige verschijnsel, namelijk dat van bestuurlijk obscurantisme waarbij discretie voorwaarde is voor elk handelen van ons staatshoofd, waar Pro Republica zich bij zijn kritiekontwikkeling op richt. Maar bovendien zijn wij van mening dat de personen achter dit systeem, die er continu blijk van geven de grenzen van het constitutioneel toelaatbare af te tasten en waar mogelijk overschrijden, ook niet vrijuit mogen gaan. Anders geformuleerd: aan die rare koninklijke onschendbaarheid hebben wij geen enkele boodschap. Als alle mensen gelijkwaardig zijn behoort ook iedereen aangesproken te kunnen worden op zijn of haar doen en laten, zo simpel is dat. Van lezers die vinden dat Pro Republica zich zou moeten beperken tot de vierkante millimeter van het tweede lid van artikel 42 van de Grondwet krijgen wij soms het verwijt 'op de man' te spelen. Omdat het echter de mens achter de monarch is, die notoir misbruik maakt van sociale en politieke macht alswel van publieke middelen, zullen wij hier niet over zwijgen.

Tot zover deze twee heldere ideologische dranghekken waartussen Pro Republica opereert. Nu eenmaal onweerlegbaar is komen vast te staan dat onze 'ceremoniële' koning grote politieke zeggenschap heeft, resteert thans de vraag: wat te doen met partijpolitieke bemoeienissen? Vertragingen, interventies of sturingen van en veroorzaakt door ons ongekozen staatshoofd, waar zij weliswaar nimmer op aangesproken kan worden, maar wel de morele verantwoordelijkheid voor draagt? Wat te doen als dat mocht leiden tot een minderheidskabinet dat door middel van gedooggegoochel op één gammele meerderheidszetel in de Tweede Kamer mag rekenen, om over het onoplosbare probleem van de Eerste Kamer nog maar te zwijgen? Blijft Pro Republica dan ook partijpolitiek neutraal, of, beter geformuleerd, kán dat dan nog wel?

Voor het antwoord op deze vraag keren wij terug naar de kern van het republicanisme zoals verwoord aan het begin van dit artikel. Als mevrouw van Amsberg aan het hoofd van een regering meent te kunnen gaan staan dat op de been wordt gehouden door een partij die - en nu formuleren wij het heel voorzichtig - in ieder geval de schijn wekt grote moeite te hebben met het gelijkwaardigheidsbeginsel van alle mensen, dan zullen wij ook daar niet over zwijgen.





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander