Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Naar een republikeinse grondwet1
door Han Warmelink*, 3 juni 2010

De bedoeling van 'Herschrijf het recht' is, zo werd mij duidelijk toen mijn medewerking werd gevraagd aan deze rubriek, om auteurs de vraag voor te leggen: 'Als u één ding aan het recht zou mogen veranderen, wat zou dat zijn, en waarom? De bijdrage die wij hierbij voor ogen hebben is een opinie en bijvoorbeeld niet een wetenschappelijk stuk waarin een uitputtende beschrijving wordt gegeven van het geldende recht met een uitgebreid notenapparaat.' Welaan, dan brand ik nu maar ongegeneerd los.

 

Wat mij als staatsrecht jurist bijzonder stoort, is het 'koninklijke' karakter van de Grondwet. De Grondwet opent weliswaar met een opsomming van grondrechten, maar dan volgen maar liefst achttien gedetailleerde bepalingen die betrekking hebben op de Koning in zijn functie van staatshoofd. Vervolgens wordt de regering gedefinieerd als de optelsom van Koning en ministers, maar worden besluiten van dit samengestelde orgaan aangeduid als Koninklijke Besluiten en niet als regeringsbesluiten. Ministers blijken grondwettelijk gezien dienaren te zijn van de Koning en niet van de staat, het parlement of het volk. Dat het hoofdstuk over de Staten-Generaal volgt op het hoofdstuk over de Koning en zijn ministers, zegt wat dat betreft genoeg.
Nou valt over dergelijke historisch verklaarbare zaken natuurlijk wel heen te stappen, ware het niet dat het nogal uitzonderlijk is dat de Koning zelf deel uitmaakt van 'zijn' regering. Ik zou geen monarchie weten waarin dat ook het geval is, al kan dat natuurlijk ook aan mij liggen. Maar er is meer. Door de Koning wordt op 'Prinsjes'dag een uiteenzetting gegeven van het door de regering gevoerde beleid (de 'Troon'rede) en door of vanwege de Koning worden voorstellen van wet ingediend. Het is ook de Koning die voorstellen van wet bekrachtigt. Dat doet hij weliswaar onder ministeriële verantwoordelijkheid, maar zou het dan niet logischer zijn om te spreken over indiening en bekrachtiging door de regering?

Wetgeving geschiedt in ons koninkrijk in naam der Koningin (Wij Beatrix, bij de gratie Gods), de overheid bestuurt ook in haar naam (ik hoor Bromsnor nog zeggen: 'Swiebertje, in naam der Koningin, ik arresteer je')2 en met rechtspraak is het al niet anders. En, alsof dat nog niet genoeg is, indien provincie en gemeente een beetje procedurele sturing nodig hebben, bijvoorbeeld als een rivier overstroomt of omdat een burgemeester niet meer zo lekker ligt bij de raad, dan is er altijd nog de Commissaris van de Koning om de zaken in goede banen te leiden.

Dit verhaal zou nog veel eentoniger worden als ik ook het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in mijn beschouwingen zou betrekken. Daar staat doodleuk in artikel 2 dat de Koning de regering voert van het Koninkrijk en van elk der landen. Ook aardig is artikel 4 Statuut: 'De koninklijke macht wordt in aangelegenheden van het Koninkrijk uitgeoefend door de Koning als hoofd van het Koninkrijk'. En artikel 34 zegt: 'De Koning kan ter handhaving van de uit- en inwendige veiligheid [ ... ] elk gedeelte van het grondgebied in staat van oorlog of in staat van beleg verklaren'. Zo bezien is artikel 96 Grondwet daarvan maar een slap aftrekseltje, want daar staat wel waar een oorlogsverklaring aan moet voldoen, maar wordt angstvallig de vraag vermeden wie die oorlogsverklaring uitspreekt. Hebben we hier nou met een serieus probleem te maken en, zo ja, kan het ook anders? Wis en waarachtig, zou ik zeggen. De Nederlandse Grondwet spreekt weliswaar nergens over soevereiniteit en dus ook niet over koninklijke soevereiniteit, maar ademt die wel in al haar onderdelen uit. De huidige formuleringen staan in de weg aan de erkenning van een andere en mijns inziens meer adequate grondslag van machtsuitoefening, namelijk volkssoevereiniteit. De Belgen proberen in hun Grondwet het koningschap te verenigen met de bepaling dat alle macht uitgaat van de natie (art. 33 van de Belgische Grondwet), maar die combinatie is toch wel wat lastig. De Britse 'parliamentary sovereignty' gaat van oudsher wat makkelijker samen met het koningschap.

De vraag naar de grondslag van het overheidsgezag heeft ook consequenties voor meer specifieke onderdelen van het staatsrecht. De mogelijkheid voor een vertegenwoordigend orgaan om een door de Koning benoemde functionaris tot aftreden te dwingen, gaat moeilijk samen met koninklijke soevereiniteit. Het is niet helemaal toevallig dat de vertrouwensregel ongeschreven is gebleven ten aanzien van de door de Koning benoemde ministers, terwijl Provinciewet en Gemeentewet die regel wel vastleggen met betrekking tot de door Provinciale Staten en de raad benoemde gedeputeerden en wethouders. Maar als de door de Koning benoemde Commissaris en burgemeester in conflict geraken met de provinciale of gemeentelijke vertegenwoordiging, dan geldt die regel niet, althans niet voluit. Dat heet dan een 'verstoorde verhouding' hetgeen kan leiden tot een aanbeveling tot ontslag.

Bij de benoeming van ambtsdragers zien we hetzelfde probleem. Hoe valt een benoeming van bewindslieden bij Koninklijk Besluit te verenigen met een geparlementariseerde kabinetsformatie en hoe schrijf je dat vervolgens op? De oplossing is dat we het feitelijk wel parlementair doen, maar dat niet grondwettelijk vastleggen. Met betrekking tot de Commissaris en de burgemeester hebben we de procedure van aanstelling wel opgeschreven, maar het blijft een rare toestand dat de Koning niet veel meer doet dan het benoemen van diegene die door Provinciale Staten of de raad is voorgedragen. Formeel wel koninklijke soevereiniteit, materieel niet.

Bij een volgende herziening van de Grondwet zou het niet zo gek zijn om eens te kijken of het koningschap anders 'gepositioneerd' zou kunnen worden. Dat is geen gemakkelijke opgave, staatsrechtelijk niet en politiek al helemaal niet. Wie aan de Koningin komt, komt aan het volk, dat misschien wel soeverein wil zijn maar dan toch niet ten koste van Hare Majesteit. Het voorzichtige voorstel van, naar ik meen, minister De Graaff, om eens te bekijken of de Koningin niet gewoon haar regering kan benoemen zonder daar vervolgens deel van uit te maken, werd bepaald niet met applaus ontvangen. Gelukkig is zij daarna toch nog bereid gebleken hem te benoemen tot burgemeester van Nijmegen.

Of de suggestie-De Graaff een oplossing is voor dit vrij fundamentele vraagstuk waag ik overigens te betwijfelen. Het Zweedse of Belgische voorbeeld, waarin het koningschap is gereduceerd tot een ornament, wekt bij mij geen staatsrechtelijke hartstocht op. Wat dat betreft zie ik meer in het Duitse model. Een door het parlement in het zadel geholpen president, primair benoemd op grond van capaciteiten, met een beperkt en duidelijk omschreven takenpakket, zoiets zou bij ons niet misstaan. Bovendien zal dan niemand meer opgewonden raken van de skicapriolen van de kleinkinderen van het staatshoofd en kan zijn schoondochter zonder bodyguard nieuwe schoenen kopen.

Kwaadwilligen zullen zeggen: 'wat een ingewikkeld verhaal om te vertellen dat je republikein bent; had dat eerder gezegd, dan hadden we dit betoog kunnen overslaan'. Misschien hebben ze wel gelijk, maar ik heb duidelijk willen maken dat een keuze voor of tegen het koningschap meer is dan een kwestie van sympathie. Het gaat om de fundamentele vraag waar je de grondslag van gezagsuitoefening zoekt. Onze Grondwet doet net alsof de vraag niet bestaat, maar geeft wel stiekem antwoord. Misschien moet de ingestelde Staatscommissie die vraag dan maar eens stellen en een begin van een antwoord formuleren. Het zal mij benieuwen.

 

* Mr. Dr. H.G. (Han) Warmelink is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

 


1
Han Warmelink, 'Naar een republikeinse grondwet', Ars Aequi mei 2010, p. 302-303, te vinden via http://maandblad.arsaequi.nl. Overgenomen met vriendelijke toestemming van de redactie.
2
Swiebertje is een Nederlandse televisieserie uit de jaren 60 en '70, gebaseerd op een serie kinderboeken van J.M. uit de Bogaard.




ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander