Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Monarchie
de webredactie

In de vele artikelen die wij publiceren staat het begrip 'monarchie' centraal. Uit de aard der zaak schrijft Pro Republica zeer kritisch over dit onderwerp, omdat dit type regeringssysteem naar onze mening op geen enkele wijze cohereert met de hedendaagse idee van een democratische rechtsstaat. Naar aanleiding van het voornemen van de regering om het tweehonderdjarig bestaan van de Nederlandse monarchie uitbundig te gaan vieren, en in het bijzonder onze commentaren op de wijze waarop premier Balkenende dit aankondigde, komen er veel vragen van lezers over wat voor soort monarchie Nederland nu eigenlijk is. Daarbij wordt nadrukkelijk gevraagd om geen gedetailleerde staatkundige verhandeling of een uitputtend historisch betoog, maar om een beknopt overzicht met wat karakteristieken. Ofschoon dit geen simpele opgave is - het eenvoudigst zou voor ons een literatuuropgave zijn - zullen wij toch een poging wagen. Immers: wat weet, dat deert.

Betekenis van het woord
Het woord 'monarchie' (μοναρχια) komt oorspronkelijk uit het grieks, en is samengesteld uit de delen 'monos' (μονος) en 'arkhein' (αρχων), die respectievelijk zoiets betekenen als 'één' en 'heersen'. De contaminatie 'mon/archie' is derhalve letterlijk te begrijpen als een 'alleenheerschappij'.

Erfelijkheid
Het is een misverstand te veronderstellen dat een monarchie per definitie erfelijk is. Reeds in de bijbel laat God het volk een koning uit hun midden kiezen, en in die traditie is bijvoorbeeld de vorst van de Roomse monarchie ook te beschouwen als een keuze-monarch. Toch is het zo dat in vroege politieke entiteiten clans en families de monarchie claimden voor het eigen gezin of familie, en vanwege deze dynastieke drang konden vorstelijke dynastieën ontstaan. Maar in de meeste huidige Europese monarchieën zijn er grondwettelijke voorzieningen om, wanneer er geen erfelijke troonopvolger is, bijvoorbeeld het parlement deze te laten kiezen.

Absolute monarchie
Was het eenmaal gelukt om de troonsopvolging erfelijk te maken, dan hadden de zittende monarchen toch te maken met beperkingen van bijvoorbeeld de adel, de kerk en soms ook vrijsteden. Dan was de volgende opgave te proberen zich van die beperkingen te ontdoen. In zo'n geval ontstond er een zogenaamde absolute monarchie, waarbij de zittende monarch zonder enige beperking macht kon uitoefenen. Het verschil met een despoot is eigenlijk alleen maar de morele connotatie. In de meest letterlijke zin hebben absolute monarchieën in de geschiedenis eigenlijk nooit echt bestaan, omdat de heersende vorsten op de een of andere manier toch te maken hadden met regelgeving die hen omringden.

Constitutionele monarchie
In het algemeen wordt het begin van de uitholling van de absoluut regerende monarch gedateerd met de Magna Charta uit 1215, waarbij de vorst werd gedwongen zijn macht te delen met de adel en andere groepen van de bevolking. Pas na de Franse Revolutie is deze gedeelde macht een zogenaamde 'constitutionele monarchie' gaan heten, waarbij de monarch zijn macht ingeperkt zag door een grondwet. Letterlijke opgevat is een constitutionele monarchie dus een 'beperkte absolute alleenheerschappij' en daarom eigenlijk een interne tegenspraak. Het verschil met een 'verlicht despoot' is, dat bij laatstgenoemde weliswaar meer rekening werd gehouden met de belangen van het volk, maar er geen sprake was van machtsdeling.

Geaccepteerde constitutionele monarchie
Feitelijk betekende de grondwet voor de monarch dus een beperking van zijn macht waar hij of zij rekening mee diende te houden bij de uitoefening ervan. Deze deal met degenen met wie de macht gedeeld werd, stelt in zekere zin een contract voor, dat enerzijds door de heersende monarch en anderzijds door de andere partij(en) getekend moest worden. In zo'n geval is er eigenlijk sprake van een contract-monarchie, wat de constitutionele monarchie in wezen dus altijd is.
Biedt het volk de grondwet waarin de vorstelijke beperkingen zijn opgenomen ter aanvaarding aan de monarch aan, dan noemen we dat een 'geaccepteerde constitutionele monarchie'.

Geoctrooieerde constitutionele monarchie
Voornoemde deal kon natuurlijk ook andersom, waarbij de vorst de grondwet waarin hij zijn beperkingen had opgenomen, aan het volk aanbood. Deze variant van de contract-monarchie wordt ook wel een 'geoctrooieerde constitutionele monarchie' genoemd. Omdat de monarch in zo'n geval de aanbieder en initiatiefnemer is, biedt hem dat het voordeel zijn grondwettelijke beperkingen eventueel weer in te kunnen trekken, zoals bijvoorbeeld in 1959 nog in Monaco gebeurde.

Parlementaire monarchie
In de lijn van verdere machtsuitholling kan een contractmonarchie leiden tot een politiek stelsel waarbij de vorst als vaste regeringsdeelnemer - weliswaar indirect - tegenover de volksvertegenwoordiging komt te staan, zoals bijvoorbeeld bij ons in Nederland het geval is. Dan spreekt men over een parlementaire monarchie, waarbij een of andere vorm van ministeriële verantwoordelijkheid kenmerkend is.

Ceremoniële monarchie
Wordt het contract met de monarch nóg verder uitgehold, zodat uitsluitend de symboliek resteert, dan blijft er alleen nog maar een schil over. Een voorbeeld daarvan is Zweden, waar het koningschap volledig - althans theoretisch - is gedepolitiseerd: de koning maakt geen deel meer uit van de regering en bezit geen enkele formele macht meer. Zou zo'n ceremonieel 'regerende' vorst dan ook nog eens afzien van zijn stemrecht, dan heeft hij zelfs nog minder macht dan de gewone burger. De overgebleven schil behelst slechts het erfrecht en alle bijbehorende pracht en praal.

De Nederlandse situatie
Zouden wij de Nederlandse monarchie willen benoemen aan de hand van de hele bovenstaande trits, dan leven wij hier in een 'constitutioneel-parlementair geaccepteerde contractmonarchie'. Nou nou.

Het feit dat er naast koning Willem I in 1815 (1814) ook een grondwet bestond, houdt niet automatisch in dat in dat jaar Nederland een constitutionele monarchie werd, zoals Balkenende beweert. Willem liet een grondwet ontwerpen waar hij mee zou kunnen leven, en als zodanig had Nederland weliswaar formeel te maken met een 'geaccepteerde' constitutionele monarchie maar wel met nadrukkelijk geoctrooieerde elementen. Want de praktijk was anders: Koning Willem I voerde een persoonlijk bewind en bepaalde persoonlijk het beleid. De ministers waren letterlijk zijn ministers in de betekenis van zijn dienaren, die zijn wensen en opdrachten uitvoerden. Vanwege de zeer geringe macht van de toenmalige Staten-Generaal, kon Willem I gewoon zijn eigen beleid voeren. 'Le roi décide seul', zo vatte hij zijn positie kernachtig samen, die daarmee alle kenmerken vertoont van een absolute monarchie. Pas vanaf 1840 begonnen ministers langzamerhand een eigen verantwoordelijkheid te krijgen, en zo kon het gebeuren dat in 1843 drie ministers voor het eerst tegen de zin van de koning vanwege een verschil van inzicht met de Tweede Kamer aftraden.

Het zou nog tot 1848 duren tot de grondwetsherziening van 1840 radicaal werd hervormd tot het parlementaire stelsel dat wij in feite nu nog steeds hanteren: 'de koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk', zoals in de huidige grondwet staat. Naar onze mening bedoelde de toenmalige premier Thorbecke met de introductie van deze zogeheten 'ministeriële verantwoordelijkheid' in feite een ceremonieel koningschap, maar vanwege de elasticiteit leidde het tot het rommeltje waarmee wij nu opgezadeld zitten. De ministeriële verantwoordelijkheid is om die reden ook tot een leerstuk geworden, waar niet alleen staatsrechtgeleerden al anderhalve eeuw mee worstelen, maar vooral de zittende premier naar believen mee knoeit. Veel ernstiger is echter dat de monarch continu de grenzen van zijn geldende constitutionele machtsbeperkingen blijkt op te zoeken en die daarbij niet zelden overschrijdt. Daardoor ziet onze constitutionele monarchie er van buiten weliswaar uit als een ceremoniële monarchie, maar vanwege dit vorstelijke(?) gedrag vertoont het veel kenmerken van een absolute monarchie.

Onze aanstaande constitutioneel monarch, die bij herhaling bewezen heeft zich niets aan willen te trekken van de regering en geen gevoel te hebben voor zijn grondwettelijke beperkingen, zal Nederland daardoor onherroepelijk terugbrengen naar de constitutionele verhoudingen van vóór 1848. Of nog erger: naar die van de eerste decennia erna.

Vanwege deze grillige eigenschap van ons politiek stelsel hebben wij de mens achter de monarch leren kennen, en precies om die reden pleit Pro Republica juist nu voor de enige echte zinvolle grondwetsherziening: de republiek.

 


Bronnen:
Prof. Dr. W.H. Roobol: 'De avondschemer van de Europese monarchie'
Dr. R.K. Visser: 'In dienst van het algemeen belang', proefschrift Leiden 2008.
Prof. Dr. H.U. Jesserun d'Oliveira: 'Grondwet van de republiek Nederland'. Prometheus, 2004.





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander