Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Koninklijke staatsgreep in 2010
C.V. Lafeber

Vóór de grondwetsherziening van 1848 regeerden de koningen in Nederland als autocratische soevereinen. Willem I heeft slechts twee wetten op zijn konto staan, die hij door de Kamers gejast heeft: de zogenaamde blanketwet (1818) en de wet tot instelling van het amortisatie-syndicaat (1822). Eerstgenoemde wet stelde elke overtreding van ooit door de koningen uit te vaardigen 'maatregelen van bestuur' - strafbaar, terwijl de tweede wet de koning eveneens op voorhand machtigde tot het uitgeven van geld voor alle door hem noodzakelijk geachte uitgaven,- hoe gigantisch ook. De tweede wet financierde dus op voorhand alle betalingen waartoe mijnheer de koning in zijn wijsheid zou besluiten.

Het was de eerste maal dat het parlement zichzelf volledig buiten spel zette. Toen het zich daarvan bewust werd, was het reeds te laat. De ministers konden immers niet ter verantwoording worden geroepen want die handelden grondwettelijk op koninklijke lastgevingen. Willem I en Willem II lachten de klager dan ook weg: ze verwezen naar de grondwet die dan eerst gewijzigd moest worden. Over de dringende eis van de parlementariërs deze dan te wijzigen viel echter met hen niet te onderhandelen. Het was neen en het bleef neen. Voor de oppositie was er voortaan maar één uitweg om hun onvrede over de absolute macht van de monarch kenbaar te maken, en dat was via de clandestiene drukpers. Reeksen drukpersvervolgingen waren het gevolg.

 



Ton Biesemaat in gesprek met passerend publiek voor paleis Noordeinde
Camera: Ruud de Vries

 

Toen in 1839 de rampzalig-dure Belgische kwestie achter de rug leek en de grondwet technisch gewijzigd moest worden - denk alleen al aan het aantal provincies - greep de links-liberale, sommigen zeggen zelfs republikeinse, Thorbecke de gelegenheid aan om de jarenlange onvrede over de machteloosheid van het parlement onder woorden te brengen in zijn 'Aanteekening op de grondwet' (1839). Het geschrift is wel eens een 'schot in een slapend woud genoemd', maar ik heb de indruk dat het bos al flink aan het ontwaken was. In alle geval kreeg Thornecke grote bijval in den lande.

Dat het niettemin nog negen volle jaren zou duren voor Willem de befaamde grondwet van 1848 daadwerkelijk zou accepteren, werd vooral veroorzaakt door het machtige verzet van de koning, gesteund door conservatieven en rechtsliberalen in de Eerste Kamer. Aan het door Thorbecke bedachte compromis om alle absolutistische grondwetteksten over de macht van de koning te laten staan maar daaraan een nieuw artikel 55 toe te voegen dat bepaalde: overal waar 'de koning' staat voortaan 'de minister' te lezen, is onlangs op deze website uitvoerig aandacht geschonken. Eerst nadat de koning op 16 maart 1848 van in 24 uur tijds van 'zeer conservatief tot zeer liberaal' was geworden en hij persoonlijk een tegenstemmende senator van gedachten had doen veranderen, was er een parlementaire meerderheid voor het genoemde compromis van Thorbecke. Sindsdien heeft Nederland een onschendbare koning en een politiek aan de Kamer verantwoordelijke minister.

Om de praktische uitwerking van dit fundamentele democratische beginsel te verzekeren, dient elke wet, elke maatregel van algemeen bestuur en en elk koninklijk besluit mede-ondertekend te zijn door de ervoor verantwoordelijke minister(s). Dat nu is het befaamde 'contraseign'. De koning kan dus niets doen, helemaal niets doen zonder het contraseign van de betrokken minister(s) Zonder die mede-ondertekening - zo werd ons destijds gedoceerd door staatsrechtsgeleerden die minstens even beslagen ten ijs kwamen als de hedendaagse generatie afgestudeerden van de academie voor journalistiek - had een wet of maatregel of besluit géén staatsrechtelijke betekenis en bezat dus geen bindende werking. Zou de koning een dergelijk ongecontraseigneerd besluit toch willen doorvoeren, dan maakte de koning zich schuldig aan schending der grondwet en diende afgezet te worden. Kritiek op regeringshandelingen treft altijd de minister. De koning heeft niets te vertellen. En zo hoort het ook.

Natuurlijk hebben de koningen van Willem Gorilla tot Beatrix Van Amsberg tot Stampvoet voortdurend geprobeerd de oude macht van vóór 1848 zoveel mogelijk vast te houden; daarbij werden ze gesteund door het conservatieve niet-denkende denkend deel der natie, het hofpersoneel, de hoge en lage luizen, het domme en hielenlikkende journaille. Jarenlang is gevreesd dat mevrouw Van Amsberg in de voetstappen van haar grootmoeder en haar vader zou treden. Bij het scheiden van de markt grijpt nu ze alsog de kans haar familie te redden. Ze schuift het hele zaakje door naar Willem de Overbodige en diens machts- en geldbeluste echtgenote, die verder alleen haar uiterlijk plus een grote mond inbrengt, wat in de politiek meer zoden aan de dijk zet dan in het staatsrecht.

Het was dan ook niet vreemd dat heel republikeins Nederland op 7 juli 2010 in rep en roer was toen mevrouw Van Amsberg met haar vriend en kabinetsinformateur Tjeenk Willink het plan lanceerde voor een 'zeer beperkt coalitieakkoord', waaraan de fracties zich gebonden zouden weten. Kwesties die niet in het regeerakkoord waren opgenomen, waren 'vrij en konden dus nooit tot een kabinetscrisis leiden'. En toen kwam het: 'Het contraseign op iniatieven vanuit de kamer wordt geweigerd als de beginselen van de internationale rechtsstaat, de internationale positie van nederland of financiële uitgangspunten in het geding zijn'.

Let wel wat daar staat: wanneer een wetsontwerp tot afschaffing van de monarchie niet in het coalitieakkoord is opgenomen maar de Kamer niettemin een daartoe strekkend onderwerp als een zogenaamde vrije kwestie - die niet tot een kabinetscrisis kan leiden - indient, dat via de normale wetgevingsprocedure tot en met de ondertekening door het staatshoofd weet bevorderd te krijgen, dan zal het contraseign worden geweigerd bij een van de drie genoemde voorwaarden. Hier wordt het woord contraseign misbruikt voor de ondertekening door de koning. Wat is dat voor staatrechtelijke dwaasheid? Pro Republica vreest dat met deze cryptische zin bedoeld wordt dat een dergelijk wetontwerp nimmer door de koning zal worden ondertekend.

Wij stellen twee vragen aan Tjeenk Willink, Van Amsberg, de informateurs en alle Kamerleden:

  1. Bedoelde u met uw tweede voorwaarde inderdaad een invoeringswetsontwerp van de republiek tegen te houden?

  2. Zo neen, maakt u dat dan publiekelijk bekend? Vermeld daar gaarne tevens bij dat de invoering van de republiek bij u op geen enkele belemmering stuit.





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander