Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil - deel 2
C.V. Lafeber

Ter inleiding op de kerstboodsschap van mevrouw Van Amsberg

Een stukje geschiedenis (Voor te lezen door een freule of door Gerard Arninkhof, de nationale huilebalk van de NOS).

Zoals immer bij het uitbreken van een oorlog verkondigden ook in 1914 zij die hem hadden doorgedreven, tevens dat deze van korte, zéér korte duur zou zijn. Hoe zou men het volk immers warm kunnen krijgen om de te verwachten grootste verliezen en de meest gigantische vernietigingen te aanvaarden wanneer dat lijden eindeloos zou voortduren? Dus logen de - in ieder land - massaal opgezette propagandadiensten over de voorziene duur van de oorlog, terwijl het tevens werd voorgesteld als zouden er geen alternatieven voor de oorlog zijn geweest. Verder was het buiten kijf dat 'onze' legers met behulp van God superieur waren aan hun duivelse tegenstanders.

In elke eeuw - ook de 21e - zijn alleen de namen anders, voor de rest is alles precies hetzelfde.

Wat de Eerste Wereldoorlog betreft: de technici van Krupp hadden gelukkig het uitbreken van die oorlog al in 1875 zien aankomen zodat zij zich hadden kunnen toeleggen op de productie van de 98 ton zware mammoet-kanonnen van 8 meter lengte, die hun 800 ponders over een afstand van 9 mijl op de toekomstige vijanden zouden kunnen verschieten (Tuchman, Kanonnen 197-8). Ook bezaten de Pickelhauben in 1914, dank zij de goede zorg van hun militair-industrieel complex zeppelins, duikboten en een onbehoorlijke hoeveelheid gifgas.

De wapenfabrikanten der geallieerden hadden zich - met uitzondering van België, dat wel moedige padvinders en een ring van forten rond sommige steden had maar nauwelijks soldaten, wapens en transportmiddelen - eveneens al jaren te voren op de 'grote oorlog' voorbereid. Afgezien echter van het feit zij uiteindelijk bij het uitbreken van de oorlog toch militair zwakker bleken dan de Duitse oorlogvoerders, kampten de Franse, Britse - en Russische - hoofdkwartieren met onderlinge verbindings-perikelen en - op kapiteinsniveau - met eindeloze kifterijen.

Dat de Fransen niettemin ondanks de telbare onderlinge communicatiestoornissen, logistieke en structurele fouten en gevallen van insubordinatie toch de Duitsers aan de Marne in september 1914 tot terugtrekken konden dwingen, wordt in de krijgsgeschiedenis toegeschreven aan de grove blunders van de Duitse legerleiding.

Misschien ligt de problematiek echter wat ingewikkelder. Wellicht geldt voor elke oorlog de vraag of de eisen die politici en legerleiders aan de mensen, dieren en het dode materiaal stelden, wel realiseerbaar waren gezien de beperkte technische staat van het moment. Militaire plannenmakers leven immers altijd buiten de werkelijkheid. Een militair concept houdt immers geen rekening - kan geen rekening houden - met het falen van mensen en materiaal. Mens en dier raken gewond en sneuvelen; zij worden ziek, hongerig en vermoeid, terwijl mensen ook nog kunnen deserteren, geen kennis of inzicht hebben en op de duur onverschillig worden.

De militaire quasi-geleerden doen altijd alsof zij overal rekening mee hebben gehouden. Ze hebben - in hun woordgebruik - 'alles in de klauw'. In 1914 ging het om een industriële oorlog met 21 miljoen soldaten als uitvoerders, waarvan het model de oorlog van 1870-71 was. Ze hadden niets in de klauw.

Het Schlieffenplan was van meet af aan gedoemd tot mislukken, omdat het te hoog gegrepen was. Zo ook verging het ook de 'vredes'-operaties in Vietnam, Irak en Afganistan. Zo zal het altijd blijven.

Als andere oorzaken van de Duitse nederlaag zijn verder serieus de vrijmetselarij genoemd, de vrouw van generaal Moltke die haar man verkeerde voorspellingen had gedaan en ten slotte God zelf die op een gegeven moment de de hemelse hulp aan de Duitsers heeft stopgezet (Wesseling, Frankrijk 142). Na de catastrofe aan de Marne hebben de Duitse en geallieerde legers desperaat geprobeerd de oorlog in hun voordeel te beslissen. Beide partijen poogden de ander vóór te komen - om hem in een 'tang' te krijgen en des te gemakkelijker te kunnen vernietigen (Keegan 145) - , maar slaagden daar niet in. Het gevolg was wél, dat het front in Vlaanderen zich uitbreidde tot aan Nieuwpoort en - aan het andere einde - bij Soissons en Berry-au -Bac (aan de Chemin des Dames) waar de nieuwe linie aansloot op de loopgraven aan de Aisne, die daar na het mislukken van het Schlieffenplan waren aangelegd. Vandaar liep het front door naar Reims, Verdun, de Vogezen tot aan het Zwitserse Bazel.

Het front - sinds november - vormde nergens een rechte linie. Overal zaten er bobbels en deuken in. Iedere soldaat wist dat die uit- en instulpingen de gevaarlijkste plekken waren. Het gevaar dreigde niet alleen 'frontaal' maar tevens van links en rechts.

De lengte van de nieuwe frontlinie bedroeg 780 km maar door het netwerk van parallel- en dwarsstraten telde zij 40.000 km. (Barthas 9). De loopgraven waren 2 tot 3,5 meter diep en 1,5 meter breed. In de wanden waren op regelmatige afstanden gaten gemaakt waar een paar soldaten zittend konden slapen. In de loopgraven waren 'straatbordjes' aangebracht: Piccadilly Lane, Imperial Avenue, Hexenkessel, Südstrasse. Andere borden bevatten waarschuwingen. Twee rode sterren betekenden: de vijand valt aan; twee groene: in het loopgraf blijven. Eén rode en één groene: gifgasaanval.

De situatie in de loopgraven was afschuwelijk. Door de regens, de taaie klei, het rottende en stinkende water, de lijken van mensen en dieren, het prikkeldraad, de faecaliën, het bloed, de urine, de luizen, de vlooien, de muizen, de ratten - zo groot als jonge honden - , de mieren zo groot als eieren - en de muggen was het leven er één doorlopende verschrikking. Natuurlijk waren de loopgraven ook kweekplaatsen van allerlei ziekten: tyfus, dysenterie, bronchitis, longontsteking, reuma, jeuk-infecties en gewoon griep. Overal heerste de doodsangst, waarbij die voor de vijandelijke kogels de grootste was. Dag en nacht donderde het geschut dat in Duitsland in de steden en dorpen in het Rijnbied en in Baden te horen was (Chickering, Germany 100).

Tussen twee loopgraven, met elk een leger van miljoenen, lag het dode land dat van niemand was (Jörgs 170-1). Het had nergens een grotere diepte van één km. en in heuvelachtig gebied nooit meer dan 20 meter (Wesseling, Frankrijk  144).

In het loopgraf golden ongeschreven regels: nooit schieten bij een bezoek aan de latrines of tijdens het ontbijt. Men wist dat van elkaar en voorzover er onzekerheid over bestond, werd er boven het loopgraf een stok met een bord bevestigd. Pas als het bord omlaag was gehaald, kon de oorlog verder gaan(Jörgs 79).

Er zijn in de in de oorlogsjaren veel loopgravenkrantjes uitgegegeven. Daarin zal men tevergeefs zoeken naar groten woorden als moed, vaderlandsliefde, beschaving, offerbereidheid van de de regeringspropaganda. Ze staan wel vol over de zorgen van elke dag: zoals dorst, voedsel, kou en hitte.Ook de doordringende regens worden voortdurend genoemd. Er zijn zelfs regenwapenstilstanden bekend (Wesseling, Frankrijk 146). In deze situtatie krepeerden miljoenen mensen. Op hoog bevel.

Ik geef nu het woord aan mevruw Van Amsberg, die U iets zal vertellen over het Stille Nacht en Merry Christmas in de loopgraven van 1914, nu 95 jaar geleden.

Haar toespraak is anders dan U van haar gewend bent. Het zal U ook op gewoon menselijke toon worden uitgesproken. De gebeurtenissen van de laatste maanden hebben haar aan het denken gezet en haar tot een ander mens gemaakt.





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander