Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Herrie in diverse monarchale tenten
door Leo Brabanticus

Ware het niet dat we beter kunnen weten, een krantenlezer krijgt dezer dagen wel de indruk dat er in monarchaal Nederland niets aan de hand is. We maken ons nu druk om de bank van Dirk Scheringa, die haar laatste adem aan het uitblazen is - opvallende overeenkomst met de monarchie - of om het unieke boek - de enige autobiografie die iemand ooit vóór zijn sterven heeft geschreven - van Louis van Gaal die in domheid, arrogantie en eigenzinnigheid bijna de evenknie is van Amsberg jr. Daarbij denken we niet aan dat op de Eikenhorst, in paleis Noordeinde en in het Huis in het Bosch alsook elders het Kamerdebat en de berichtgeving in de Volkskrant over Machangulo geëvalueerd zijn en ieder zich daarbij bijna wanhopig heeft afgevraagd wat de naaste toekomst voor de monarchie zal zijn.

De minst wanhopige is nog de man om wie het draait en die in zijn aandoenlijke domheid ook nu nog volhoudt dat - met een slinkse knipoog naar zijn vrouw - 'wij gewonnen hebben'. Zijn brief aan Balkenende, door deze in de Kamer voorgelezen, heeft - zo zei hij - eenzelfde verpletterende indruk gemaakt als enige tijd geleden zijn brief aan de rechtbank, met dit verschil dat die in de Kamer aantoonde dat hij ten overvloede had bewezen dat in ons land het erfelijk staatshoofd, de kinderen en de schoonkinderen het voor het zeggen hebben en dat het volk en zijn vertegenwoordiging er voor Piet Snot bijzitten. Hij, Willem - zichtbaar in in het het bezit van dezelfde genen als die van overgrootvader, destijds in hofkringen aangeduid als 'ons roze varkentje' - had definitief bewezen dat hij geheel in de stijl van voorvader Gorilla en moeder stampvoet de monarchale traditie goed kan voortzetten.

Zijn vrouw, gewend aan dit gekakel en vooral doodsbang voor het verlies van haar macht en rijkdom en in het vooruitzicht dat het einde van haar wekelijkse trips naar Milaan en Parijs, New York en Rome om zich de nieuwste pumps, kleren en sieraden aan te schaffen aanstaande was, reageerde totaal anders. Ze had - ook deze ochtend - weer stiekem naar de website van Pro Republica gekeken. Ze maakte, zo krijtte zij, zich grote zorgen over de populariteitscijfers van de monarchie: 'Kunnen we bij dat statistisch bureau niet een wat betrouwbaarder man laten aanstellen? Dat gaat zo niet langer met al die berichten over de groei van het republicanisme in alle partijen en over de plannen van de Pro-Republica-aanhang. Nu willen ze misschien zelfs van onschuldige voorlichting overgaan tot het oprichten van een puur republikeinse partij. Dat overleven we nooit', waren letterlijk haar woorden.

De Argentijnse mevrouw was vooral daarom zo verdrietig - ze was al aan haar negende zakdoek bezig om de tranen af te vegen - omdat de Volkskrant1, ja die krant van huisvriend Hoedeman, zaterdag een verhaal had, over de 'jetsetkolonie' - welk een vernederende term voor deze weldoeners der mensheid, mede-investeerders in geluk, welvaart en welzijn der arme zwartjes - in Machangulo, die, als ze het goed begrepen had, het liefst zouden zien dat zij, haar man en de drie dochters maar zo snel mogelijk moesten 'oprotten' om een in huize Eikenhorst normale term te gebruiken, en elders een vakantiehuisje te huren.

Haar man, die beteuterd uit zijn neus stond te eten - ze hadden nog niet geluncht - beet haar toe op te houden met dat gegrien omdat 'er nu toch niemand toekeek'. Maar signora was niet te stuiten. Vooral woest was zij over, zoals zij het noemde, de 'dolk in de rug' van Flick, een kameraad van haar vader. En de 'doodssteek' van Jan Karel Ullens van Schooten die nota bene via het Heilig Doopsel van - laat me niet lachen' - prinses Vulgivaga had ontvangen. De naam heb ik nooit precies genoteerd omdat ze me geen klap interesseerde, maar nu hoorde ze toch ook een beetje tot hun familie.

De toekomst voor de paradijselijke jetsetkolonie zag er inderdaad zeer somber uit. Het was nog maar zeer de vraag of er überhaupt nog wel toekomst was voor dit 'idealistische' project, dat met de beste bedoelingen en 'zonder enig winstbejag' - men zou het kunnen vergelijken met haar mini-kredieten - was opgezet. Wanneer iedereen zich beteuterd terugtrok, bleef er van het ongestoord, anoniem, exclusief en zo goed als onbereikbaar samenhokken van de mondiale elite niets over. Integendeel: de tweede- of derderangs garnituur en het kapitalistische plebs zouden voor spotprijzen alles wat daar uit de grond gerezen was opkopen, en zelf gaan bewonen.

Misschien was nog wel het allerergste dat de dames en heren kaptalisten onbeschaamd als onnozele pubers in hun hemd waren gezet door het geknoei, de wanorganisatie, de rotzooi, de corruptie en zelfs het wapengeweld waaruit via Nederland bericht was. Wat die media en de websites daarover gemeld hadden, was inderdaad niet mis geweest. De mogelijkheid moest niet uitgesloten worden geacht dat Machangulo het maatschappelijke graf van de Amsbergers en naar alle waarschijnlijkheid ook het politieke van de Nederlandse monarchie zou betekenen.

Madame Zorreguieta vroeg zich af of dát het nu was waarvoor zij jaren lang zoveel offers had gebracht, tegen het volk had gelachen en gewuifd, terwijl ze in haar hart iedereen verachtte en op de maan wenste. Democratie was een ramp, zo had haar vader vroeger altijd al gezegd. Volk was alleen goed om op te schieten of uit vliegtuigen in zee te gooien. Hij had gelijk.

Dat ze ooit nog koningin zou worden kon ze nu wel vergeten. Ze mocht al blij zijn als ze de titel prinses mocht behouden. Of zouden die Petra en Smitje, zoals zij die andere nepprinsessen altijd noemde, ook alles moeten inleveren? En dat allemaal dank zij die vervloekte republikeinen. Ze kon de woorden Pro Republica niets eens meer in haar mond nemen. Ze wist intussen wel dat haar man niet tot de slimsten der aarde behoorde, zelfs niet van de familie, maar toen hij haar durfde te vragen had hij moeten bedenken dat hij haar waard diende te zijn. Op haar beurt was Zorreguieta te dom om in te zien dat Amsberg misschien wel om haar te behagen had willen laten zien welk een flinke vent hij eigenlijk was, en zich niet door Balkenende en Pro Republica - met een van de meest bezochte sites van de Eikenhorst - in de luren liet leggen.

'Kom, zei Amsberg uiteindelijk, we moeten naar het Noordeinde, want moeder zit te wachten'. 'Je moeder, reageerde mevrouw snibbig, je moeder kan me gestolen worden. Uiteindelijk is zij misschien wel de bron van alle elllende. Ze heeft mijn verlovingstijd ronduit verpest met haar heropvoedingsmethoden, zoals ze ook de jeugd van haar eigen kinderen verpest heeft met haar arrogant gedrag. Ik was maar een gewoon burgermeisje, dat blij mocht zijn in zulke hoge kringen te gaan verkeren. Je moet ons huwelijkscontractnog maar eens nalezen, helemaal uit haar pen voortgevloeid. Ik ben niet eens meer baas over mijn eigen kinderen. En wat die hoge kringen betreft; kijk maar eens hoe ze me nu in de steek laten'.

Zo raasde ze nog een tijdje door, redelijke en onredelijke dingen door elkaar halend. Het waren twee zielige mensen die daar stonden. Het was allemaal niet nodig geweest. Spinoza zegt: 'non flere, non indignari, sed intelligere', wat zoveel betekent als dat 'we altijd alles moeten begrijpen'.

Eenmaal op het Noordeinde aangekomen, gebeurde wat te verwachten was: moeder raasde en tierde tegen haar oudste zoon die 'zichzelf en zijn vrouw en vooral de monarchie geruïneerd had. Ze had hem nog zó gewaarschuwd voor verkeerde vrienden; nog pas een paar weken geleden had ze hem gezegd dat het verstandiger was geheel van Machangulo af te zien, maar dat deed hij niet: 'Je liet je door die Balkenende overhalen alles in een stichting onder te brengen, alsof dat zijn ministeriële verantwoordelijkheid zou opheffen. De rampzalige gevolgen waren nu niet te overzien: Machangulo was nu niet meer te redden, de smaad de Amsbergers aangedaan en nimmer meer goed te maken!'

Het drama eindigde met haar pathetische uitroep: 'Hoe moet het nu met mij? Kan ik ooit afstand doen of moet ik maar wachten tot God zelf me zal roepen?'

Tot slot ging het drietal naar Huis in het Bosch waar zij Balkenende en de vice-president van de Raad van State 'ontboden' had. Mevrouw had zich herwonnen en je zag uiterlijk niets meer aan haar. Alleen had ze wel erg rode ogen. Haar kunstgebit leek los te zitten en ze vroeg om een sigaret. Haar arrogantie had het gewonnen van haar droefenis.

Ze viel fel uit tegen de premier, die ze als de oorzaak van alle ellende aanwees. Hij had moeten ingrijpen, hij had haar zoon en schoondochter al die Machangulo-waanzin uit het hoofd moeten praten. Hij had als regeringsleider hopeloos gefaald, zoals ze wel vaker al geconstateerd had. Dat ze daarmee goeddeels zichzelf zat te beschuldigen had ze niet in de gaten, al was Tjeenk wel zo eerlijk tegen haar te zeggen: 'Mevrouw - gisteren zou ik nog Majesteit gezegd hebben - het is allemaal uw eigen schuld en die van uw moeder en grootmoeder, en ga zo maar verder terug. U had de mogelijkheid op een bepaald moment duidelijk te maken dat het de verkeerde kant opging met uw macht. U had echter niet de moed die stap te zetten, omdat u kennelijk de voordelen van de status quo afwoog tegen mogelijke rampspoed in de toekomst. Mevrouw, daarvoor zitten we nu hier'.

'U hebt gekozen te blijven staan aan de verkeerde kant van de historische ontwikkeling. Sterker, u bleef uzelf als Gods Werktuig zien, u bleef de hovaardige, onsympathieke, ongezeggelijke, bemoeizuchtige en de geld- en machtbeluste vrouw. U weigerde zelf ook maar de kleinste stap te zetten naar matiging, terwijl u immer de mond vol had van de noodzaak daarvan voor de gewone mensen. U hielp mee de belastingdiensten te belazeren. U declareerde er maar op los. Toen echter eenmaal de regering zelf maatregelen ging nemen, had u de smerige moed op te merken, dat u ook vond dat u te weinig gecontroleerd werd'.

'Nu is het voorbij, mevrouw van Amsberg. Definitief voorbij. Het spijt me. Maar niet voor u'.


Laten wij, republikeinen, eerljk zijn: ik heb u een Grieks drama naar het leven proberen te schetsten. Ik kan daar ook niets aan doen. Het verhaal toont ten overvloede aan wat een onzin de erfelijke monarchie is. Hier wreekt zich de geschiedenis van hovaardij en domme machtswaanzin van honderden jaren. 'Onze voorouders hebben gezondigd en daarom worden de kinderen blind geboren'.


1 De Volkskrant, zaterdag 10 oktober



ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander