Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Geachte Leo Brabanticus - 2
C.V. Lafeber

A. Korte terugblik op de voorafgaande delen

Het is al meer dan een maand geleden dat van de journalist Artwin Kreekel een boeiend verhaal in NRC Handelsblad1 verscheen over een debat tussen de leerlingen van de 5e klas van het stedelijk gymnnasium Johan Van Oldenbarnevelt in Amersfoort over het onderwerp: 'de verbeterde versie van het staatsbestel'. Niet alleen als historicus en schoolmeester maar ook als lid van de websiteredactie van Pro Republica was mijn belangstelling gewekt mede ook omdat er een voorbeeldwerking van kon uitgaan voor andere scholen, waarbij Pro Republica desgewenst een helpende hand kon bieden.

Het eerste artikel was een inleiding over deze unieke en moedige schoolgebeurtenis, terwijl deel 2 gewijd was aan twee van de vier op school besproken themata, te weten de versnelde negatieve publiciteit waarin de Van Amsbergers de laatste jaren waren geraakt alsook de kosten van al dat koninklijk theater, te weten meer dan € 100 miljoen, 'veel te veel geld, zeker in deze tijd waarin zoveel moet worden bezuinigd'.

Het derde onderwerp 'de koninklijke onschendbaarheid en de ministeriële verantwoordelijkheid' bleek echter erg moeilijk in de klas te liggen, zoals ook de gewone burger daar moeite mee heeft. Schandelijk is echter dat de wetenschap en het hele onderwijs met dit al anderhalve eeuw opzettelijk ondoorzichtig en dubbelzinnig gehouden leerstuk geen raad weet, terwijl de politiek rondweg weigert te erkennen dat de bedoeling van de grondwetswijziging van 1848 was de almacht van de koning definitief te breken maar dat deze personen zulke driftkoppen, grenzenloos arrogante, immer jankende en van woede stampvoetende beroerlingen waren die als een bijtende, agresieve hond elke bezoeker zo de schrik op het lijf joegen, dat van de grondwettelijke bedoeling om dat koninklijke plebs 'ceremonieel' te maken op de duur maar werd afgezien. Althans, er is uiteindelijk niets van terecht gekomen. Een schip op strand...

Vanzelfsprekend waren ook de ministers - op een heel enkele uitzondering na - geen knip voor de neus waard. Die laffe wezels lieten bang voor een koningskwestie of revolutie het wel uit hun hoofd de zich 'majesteit' noemende grondwetschenders aan te klagen. Trouwens, wie had ze moeten veroordelen en achter slot en grendel zetten? Van de rechters waren even slappe knieën als van de politici te verwachten.

Hoe dan ook, niemand zou het ooit aangedurfd hebben om Willem en Wilhelmina en Juliana en Beatrix over hun gedrag openlijk aan te spreken, laat staan hen voor het gerecht te dagen. De enige keer dat er iets op leek was dat van de smeerlap, vader van het huidige staatshoofd, Bernhard Lippe - naar wie nog steeds straten en 'cultuur'fondsen zijn vernoemd! - vanwege even gore wandaden als wapenhandel, vervalsing, fraude om van zijn vunzigheid in de persoonlijke sfeer nog maar te zwijgen. Nauwelijks ging het gerucht dat mijnheer wellicht strafrechtelijk kon worden vervolgd of andere hoge heren; - Den Uyl (PvdA) en Van Agt (KVP) voorop - sprongen al voor hem in de bres. Het ging volgens hen toch niet aan de echtgenoot van de onschendbare koning te vervolgen, een man die bovendien zo onnoemelijk veel voor ons land had gedaan... Ze hebben hem alleen zijn soldatenpak afgepakt en dat vond mijnheer al heel erg.

Hoe dan ook, in Amersfoort kon de ene leerling met recht en reden beweren dat mevrouw niets te doen had en van verveling de godganselijke dag lintjes stond door te knippen en dat lakeien het land afstroopten om haar exposities van konijnen of kippen of honden te laten openen en andere nutteloze dingen te laten doen, terwijl andere leerlingen, die kennelijk ooit een goede leraar staatsinrichting hadden gehad, wisten te vertellen dat mevrouw zich ook intensief met de politiek bemoeide. Ze zat elke dag zelfs vanaf de prille ochtendschemering al te regeren en deed dat tot diep in de nacht. Altijd moest ze zich maar maar inwerken, inwerken. Haar man moet zelfs eens cynisch gevraagd hebben of ze dat nou allemaal echt moest doen en of ze niet een beter deed onder de wol te kruipen. Neen, ze was nog steeds druk bezig de grondwet van 1848 te ondermijnen. Dat was haar zelfbedachte taak. En de ministers en de Kamerleden en journalisten, lafbekken die ze waren, durfden niet tegen de tierende dame - nu ja, dame - in te gaan en deden alsof ze niets in de gaten hadden. Ik denk dat ze echt sliepen.

Wie naar de laatste ministerpresidenten kijkt - Lubbers, Kok, Balkenende - schaamt zich dood mits hij een beetje staatsrechtgeschiedenis kent. Ze zijn groezelige opportunisten - 'no nonsense' of 'business as usual' - en ze lieten zich door mevrouw en haar familie als bedienden behandelen. Prins Pils - de man die een koningschap nastreeft à la Willem III - gebruikt de premier zelfs als boodschappenjongen in het Parlement en wordt daarbij gesteund door een - dat is zeker waar - steeds meer afnemende meerderheid van het volk, al is het tevens ook zo dat die grote groep nog enorm veel invloed heeft op de televisie - met name de NOS -, kranten kranten als De Telegraaf, het onderwijs, het bestuur, het leger, de kerk, de commercie en... de koninklijk onderscheidenen. Die meerderheid weet niets van de liberaal-republikeinse revolutie en van de grondwet van 1848 en van de latere ontwikkelingen af. Voor hen is staatsrechtelijk niets belangrijker dan de hoog opgetrokken knietjes van mevrouw jetslet, de wijsheden van onze veurleesprinses - vergeet vooral niet om HKH vóór Petra's naam te zetten, want dan zijn de rapen eerst goed gaar - en het aanstaande bruidsmeisjesschap van het 6-jarige kleutertje Amalia in Stockholm, die, als het een beeje tegenzit en wij de zaak nu niet oplossen, de vrouw is die ons over een tiental jaren gaat bezighouden met gebrabbel over haar rechten.

Over de theorie en de praktijk van de 'onschendbaarheid van de koning en de verantwoordelijkheid van de minister', discussieerden dus eind april de leerlingen van het VWO in Amersfoort. Het onderwerp boeide niet alleen ondergetekende uitermate maar ook onze gehele websiteredactie, die gemeenschappelijk meer van het onderwerp af weet dan één simpele ziel met de kennis van een krantenlezer. Vandaar dat het derde deel van deze serie meerdere vaders heeft en als een sieraad van de schaarse staatsrechtelijke literatuur over dit moeilijke onderwerp op 20 mei is opgenomen in de kolommen van deze website, zodat het op de een of andere gemakkelijke manier ten faveure van alle onderwijs gepubliceerd kan worden, al weten we nog niet hoe.

B. De twee resterende delen

Inmiddels moet ik nog wel vraag 4 bespreken - waarover in Amersfoort ook veel te doen was - namelijk, hoelang de Van Amsbergers het nog in Nederland zullen uithouden. Zelf wil ik graag ook nog het ceremoniële koningschap (5) bespreken dat veel politieke partijen momenteel belijden als compromis tussen conservatieven en republikeinen, maar dat in Amersfoort bij mijn weten niet besproken is.

4. Hoe lang nog zal het duren?

'Hoe lang nog?' vroeg in 63 v. Chr. Cicero de tegen de staat samenzwerende Catilina 'zult gij misbruik maken van ons geduld en tot hoever zal uw teugeloze overmoed ons nog ergeren?' Deze aloude vraag brandt mij immer op de lippen wanneer de vraag gesteld wordt wanneer het koningschap van ouderdom en ellende in elkaar zal zakken. Cicero heeft niet lang behoeven wachten: binnen het jaar was Catilina al naar de Elyzeese velden vertrokken. De vraag wordt door mij hier alleen maar gesteld omdat zij het rhetorisch hoogtepunt was van de grootste redenaar en filosoof van het oude Rome.

Vooropgesteld zij dat denkende republikeinen zich niet zien als hemel - of Noordeindebestormers maar als geduldige tuiniers die ieder seizoen weer afwachten hoe de natuur haar werk verricht. Zeker, een sturende hand is daarbij immer wenselijk en misschien zelfs noodzakelijk maar uiteindelijk is het de natuur zélf die de groeikracht geeft alsook alsook het stervensproces inleidt en voltooit. De tuinman kijkt ernaar en ziet dat het goed is.

Deze wijsheid maakt dat (sommige) moderne republikeinen hun tijd afwachten, terwijl de monarchale tegenstanders niet zozeer als persoonlijke vijanden worden gezien maar veeleer als onderontwikkelde wezens die zich hun plaats in de ontwikkelingsgang der mensheid nog niet hebben gerealiseerd. Immers, zoals alles wat des mensen zelf vergankelijk is, zo is ook elke menselijke creatie onderhevig aan opgang en ondergang. De strijd tegen de monarchie moge er een zijn tegen intransparante macht, opeenhoping van kapitaal, erfelijkheid en andere slechtigheden, zij is er vooral een tegen de domheid.

In mijn jeugd heb ik eens een oud-Egypisch verhaal gelezen - ik denk dat het bij Herodotus stond - over een jonge koning die precies wilde weten wat de essentie was van alle menselijk leven. Daartoe gaf die koning opdracht aan een groep geleerden die 'alles' over de gehele wereld moesten verzamelen wat van belang was voor de kennis van het leven. Na 50 jaar kwamen de geleerden, oud en wijs, bijeen om de koning het resultaat mee te delen: zij hadden 50 kamelen bij zich, beladen met documenten waarin zij alles hadden verzameld wat bekend was over de essentie van het menselijk bestaan. De koning, uiteraard eveneens een oud man geworden, wees het resultaat van de hand: het was hem onmogelijk al die documenten te bestuderen.
Hij benoemde nu een nieuwe commissie van 10 professoren die opnieuw de opdracht kreeg: te onderzoeken wat overal en altijd het wezenlijke van het menselijk bestaan was geweest. Na 10 jaar hard werken was deze commissie klaar met haar studie en overhandigde zij de koning 10 door ezels aangedragen zakken vol documenten, het absolute minimum over wat wezenlijk was in alle menselijk leven.
Maar ook dit was teveel voor de inmiddels geheel versleten koning, niet meer in staat ooit nog deze zakken papyri te bestuderen. Daarom gaf hij één geleerde, een sterrekundige, opdracht alles voor hem te lezen en hem zo snel mogelijk dat kort te laten samen vatten. De astronoom heeft 5 jaar over het werk gedaan en haastte zich daarna naar het paleis, waar hij de koning stervend aantrof. Daar haalde hij uit zijn zak een klein stukje perkament te voorschijn waarop alles wat essentieel is van alle menselijk leven op aarde was genoteerd, Daar stond in prachtige hiëroglyphen: 'de mensen worden geboren, leven en gaan dood'. Hij voegde eraan toe dat wat voor mensen geldt, voor de hele natuur opgaat alsook voor alles wat door menselijke handen wordt gemaakt. Dat was dus de essentie van alle leven.
Wie daar iedere dag over nadenkt, beseft zijn eigen vergankelijkheid en onbelangrijkheid.

Dit verhaal is geen aansporing Gods water over Gods akker te laten vloeien, maar wél een middel tot relativeren. We kunnen, hoe druk we ons ook maken - om de monarchie af te schaffen dan wel te behouden - niet veel effectiefs doen om dat doel te bereiken. Zoals het voorjaar komt en de winter, zo gaat alles vanzelf zonder enige menselijke inspanning.

De vraag die nu onmiddellijk gesteld zal worden, is natuurlijk: waar maken we ons dan druk over? Het - enige en onbevredigende - antwoord luidt: eigenlijk om iets, wat toch natuurnoodzakelijk zal gebeuren. Daarbij is wel enig commentaar op zijn plaats:

  1. Mensen zijn kennelijk zó gemaakt dat zij zich (on)bewust wijsmaken een bijdrage te kunnen leveren aan een andere, betere wereld;

  2. Zonder deze 'hersenschim' zou de aarde er niet anders uitzien al is die verbeelding wel een realiteit;

  3. van deze verbeelding is de 'vrije wil' een essentieel onderdeel;

  4. misschien - maar dat is een onvrijwillige, mij afgedwongen concessie - is de onvrijheid van de mens niet zo absoluut als hier gesuggereerd wordt: in dat geval lijkt de mens een kleine ruimte te mogen hebben om te manoeuvreren, die de natuur misschien in hem of haar gelegd heeft om te suggereren dat deze de schepping ook een weinig naar eigen hand kan zetten. Men leze de verkiezingsleuzen der partijen er eens op na.

  5. Niets is echter minder waar dan het bestaan van een vrije mens.

Gegeven dus die relatieve (on)vrijheid en de onmogelijkheid om de Djaggernautwagen der historische ontwikkeling de andere kant op te duwen, is het antwoord op de gestelde vraag nog slechts of wij aan de vervalproblemen van mens of instituut enigszins kunnen aangeven wanneer zijn definitief einde daar zal zijn.

Om bij de Van Amsbergers te blijven: er zijn bij die familie te veel degeneratieverschijnselen aanwezig, die erop wijzen dat de monarchie op haar laatste benen loopt dan dat we deze kunnen verwaarlozen. Wie de ontwikkelingsgang van monarchieën bestudeert, constateert, naarmate het einde nadert, een onbedwingbare neiging tot opeenhoping van meer geld en macht dan noodzakelijk is voor het voortbestaan van het instituut, een extravagante consumptieve levenswijze waarvoor men zich eigenlijk schaamt en die dus zo mogelijk in het verborgene moet plaats vinden, de oprichting van geheime diensten die negatieve berichtgeving moeten voorkomen of de gevolgen van uitspattingen moeten opruimen, een steeds grotere huichelachtigheid zich uitend in het creëren van koninklijke voorbeeldfuncties, het creëren van een steeds grotere afstand met het volk, het inzetten van steeds meer charme-offensieven naarmate de troon meer dreigt te kapseizen.

Iedereen die de manoeuvres van de Van Amsbergers - of het nu gaat om de fiscale sluiproutes, de miljoenenuitgaven aan vakantiehuizen in Mozambique en Zuid-Amerika, het bedienend sociaal werk in verzorgingshuizen, de veurleeslessen van (HKH )Petra, het luxueuze leventje van Zorreguieta, de functies van Willem de Overbodige bij de Nederlandsche Bank en het IOC, het onderhoud van de Groene Draeck, de geheime gratis vliegreisjes, het afdwingen van fotoverboden, het begunstigen van fasseurieten, het proberen wit te wassen van de schurken Bernhard en Zorreguieta, het op bezoek laten komen van de Halsema's, Van Bommels en Pechtolds in de hoop dat die 'linkse rakkers' door mevrouw becharmeerd, gecorrumpeerd en omgepraat kunnen worden als het ooit in de Kamer tot een stemming komt of wat dan ook - dag in dag uit volgt, ziet hoe de kat in het nauw zit en rare sprongen maakt. Het politieke uitstel van een machtswijziging - dat gaat in de republiek Duitsland een stuk gemakkelijker, sneller en goedkoper dan in het koninkrijk der Nederlanden - wordt gemaskeerd door nu het huis op De Dam grondig te laten verbouwen, liefst zo lang mogelijk. Daardoor zou mevrouw technisch gewoon niet in staat zijn tot een fatsoenlijke abdicatie.

In Amersfoort gaven de leerlingen de Van Amsbergsers nog 30 jaar regeertijd. Dat lijkt mij rijkelijk optimistisch. Op dit moment probeert mevrouw te redden wat er te redden valt door in het geheim te onderhandelen met politici van CDA en PvdA over een ceremonieel koningschap voor Willem de Overbodige.
Daarop zal ik in het volgende deel ingaan.


1 NRC Handelsblad, 29 april 2010 door Artwin Kreekel.



ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander