Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Fasseur en de contramine
Prof. Dr. C.V. Lafeber

Het Tijdschrift voor Geschiedenis, gerenommeerd vakblad der historici, vroeg voor zijn februarinummer 2009 Maria Grever, Lambert Giebels, Coen Tamse en Carla Hoetink naar hun mening over het boek Juliana en Bernhard van Cees Fasseur. Pro Republica schenkt aandacht de mening van deze historici.


Cees FasseurMevrouw Grever corrigeert Fasseur die in zijn voorwoord meedeelt dat na het schrijven van zijn Wilhelmina-biografie bij hem ‘het plan rees om een studie te maken van Juliana en Bernhard’. Volgens Grever heeft Fasseur echter tijdens een bijeenkomst van de Onderzoeksgroep Monarchie op 23 januari 2009 meegedeeld dat er naar de mening van Amsberg sr (1) nu maar eens een einde moest komen aan de hype rond de Greet Hofmans-affaire ‘en graag vóór 2009, haar moeders 100e geboortedag.’ ‘Mogelijk heeft ook de wens van Amsberg jr een rol gespeeld. Want de moeder wilde kennelijk ook dat haar zoon van de erfenis verlost moest worden in verband met de erfopvolging. ‘In één keer door de zure appel heen bijten, heeft ze misschien gedacht’ (2). Zo behield zij echter in elk geval wel ‘als opdrachtgever de mogelijkheid van regie over het onderzoek’.

Het is een goede zaak dat Grever nog eens Fasseurs partijdige pro-Bernhard-visie aan de kaak stelt, waarmee zij onderstreept met welk een schobbejak Juliana zichzelf en het land heeft opgezadeld, terwijl zij tevens de kans aangrijpt om Fasseur als historicus de les te lezen. Aan de andere kant vind ik het triest dat zij haar nek niet durft uit te steken. Wij lezen wel dat ‘diverse bewindslieden bereid waren veel tijd en energie te besteden aan de bescherming van de monarchie’ (3) - wat we allang wisten -, maar dat de historica Grever niet minstens laat blijken dat de monarchie een instituut is dat allang op de vuilnisbelt der geschiedenis beland had moeten zijn, getuigt van weinig intellectuele moed. De emancipatie der vrouwen zou zonder de steun der wetenschap nu nog in haar kinderschoenen staan, wanneer de historicae zich ter zake even slijmballerig zouden hebben gedragen als nu haar hedendaagse collegae doen met betrekking tot de monarchie. Welke excellente mogelijkheden laten Grever en al die om de hete brij heen draaiende geschiedschrijvers nu voortdurend liggen om de dynasten hun plaats in de geschiedenis eens goed onder ogen te brengen.

Lambert Giebels, de man van het knappe proefschrift over Beel (2001), valt met name premier Balkenende aan wegens diens lafheid om de motie-Kalsbeek van 2005 (4) - die gevraagd had om alle documenten in het huisarchief (KH), die betrekking hebben op de uitoefening van de functie van staatshoofd over te dragen aan het Rijksarchief - uit te voeren. Jan Peuter motiveerde zijn gebrek aan politieke moed op de van hem bekende manier met de verklaring het eens te zijn met de strekking der motie maar ook met de bewering dat het rapport-Beel 'nu eenmaal tot het particuliere archief behoort’. Niettemin zegde de goedzak ‘vanwege het historisch belang’ toe dat mevrouw Amsberg het rapport openbaar zou maken op een wetenschappelijk verantwoorde wijze. Daarmee doelde hij op de komst van …Fasseur. De ‘lieve’ m.p. was echter niet van plan te tornen aan Amsbergs beslissing alléén deze man tot het KH toe te laten. Noch Amsberg noch Balkenende realiseren zich dat ‘het eerste vereiste van wetenschappelijke geschiedschrijving’ de toegankelijkheid van alle bronnen is. Van de ongeveer 700 noten verwijzen er meer dan 300 naar 9 dossiers in het KH, die nièt toegankelijk zijn (5) .Daarmee valt de wetenschappelijke waarde van Fasseurs werk niet te beoordelen. Giebels hoop is nu gevestigd op een 2e – echter verworpen – motie-Kalsbeek (eveneens van 2005) waarin de regering verzocht werd de documenten in het KH duidelijk te doen inventariseren. In november 2008 heeft de Kamer daarover 13 vragen gesteld, die door Balkenende werden weggelachen. De Kamer zal met een initiatiefwet (6) moeten komen om regering en staatshoofd voor het blok te zetten.

Coen Tamse vraagt zich af of de twee vechtend over de straatstenen tollende echtelieden het zover hadden laten komen als er toen een principieel anti-monarchaal standpunt zou zijn geformuleerd zoals nu door de republikeinen wordt verwoord. Daarmee wijst hij op het belang van een ‘principieel-republikeinse tegenmelodie’ voor de Oranjes (7).Het is echter de vraag of Amsberg sr, Mabel, Piet, de familie Zorreguieta samen met de slippendragers in kabinet en parlement en de lakeien van NOS en Volkskrant in staat zijn om de ontwikkelingsgang der geschiedenis inderdaad te vertragen. Dat momenteel over de jaren ’50 nu met schaamte wordt gesproken over het ‘onbegrijpelijk geworden ontzag voor royals’( 8) is voor republikeinen het bewijs dat zij op de goede weg zijn. Volhouden dus.

Tot slot is er Carla Hoetink, die vooral de huwelijksperikelen bespreekt. Zij komt woorden te kort om Fasseur - die ‘tot de voorhoede behoort van de historici die de wetenschappelijke biografie hebben herontdekt’- (9) in bescherming te nemen. Bernhards stadhoudersbrief bestaat niet en is er nooit over Juliana’s opname in een psychiatrische kliniek gesproken. De heren kwamen duidelijk om een potje te klaverjassen en mens-erger-je-niet te spelen.

Deze recensent weet wel beter over de zondagse gesprekken met Beel en Romme ten huize van Dr. Edward (voor intimi Wardje) Hoelen, Nassaukade 8, Den Haag. Verder waren er in Soestdijk geen vleugels en heeft mevrouw Lippe zich nooit iets aangetrokken van Greet Hofmans. Neen, junior onderzoeker Hoetink moet nog heel veel leren. Ze zal best wel eens promoveren. Ik ken wel een hoogleraar bij wie haar dat kan gelukken.

Tot slot mocht Fasseur zelf een repliek geven, waarvan het enig interesante zijn slotwoorden zijn: ’ware er een tweede kans een boek als dit opnieuw te schrijven, het zou er op sommige punten geheel anders uit zien’. Hij heeft dus knoeiboel geleverd.


Notenapparaat

(1) Republikeinen gebruiken niet graag aanduidingen als koning(in), prins(es), majesteit, Uwe Koninklijke Hoogheid. Deze woorden die de strekking hebben vorsten als een speciaal maaksel – koning bij de gratie Gods, in elk geval iets bovenmenselijks – voor te stellen - , worden bij hen vervangen door hun normale achternaam. Het is toch van den zotte, dat Fasseur het heeft over ‘majesteit die dit en dat wilde’ of dat journalisten als ze Amsberg jr. die slecht luistert, toeschreeuwen:‘heeft Uwe Koninklijke Hoogheid al zijn 23.000 euro van DNB binnen?’ of wanneer de kinderjuf in Wassenaar niet Mientje, Jaantje en Alexiaatje of hoe heten die stumpers, op het potje zet maar een drietal hoogheden.
(2) 224
(3) 227
(4) 228
(5) id.
(6) 231
(7) 234
(8) id.
(9) 236





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander