Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Eer
Diogenes Sinopensis

Op het Binnenhof was nu toch niets meer te beleven, en achteraf viel de verhuizing nog best wel mee. Vanachter het kitscherige barokfonteintje voor de Ridderzaal rolde de kynicus zijn ton via het Buitenhof, langs de Plaats met zijn held binnendoor via de Oude Molstraat richting Noordeinde. De grijze filosoof was inmiddels een vertrouwde verschijning geworden, niet alleen vanwege zijn zonderlinge uiterlijk, maar vooral om zijn bulderende schaterlach. Vanavond nog had hij zich op de knieën geslagen van plezier bij het aanhoren van de draaikonterijen van de Limburgse Jezuïet die zijn persoonlijke ijdelheid probeerde te verhullen onder de geveinsde bescheidenheid van partijpolitiek verlies. Voor het overige zou alles zich elders afspelen, in het werkpaleis, tussen het winkelend publiek. Terwijl hij zijn ton strategisch stationeerde tussen het struikgewas braakte een autobus minstens veertig Japanners uit, die hysterisch begonnen te fotograferen zodat zij later thuis zouden kunnen bekijken waar zij geweest waren. Het was stil, want de homo ludens bleek telkenmale de sterkste kracht. Gelukkig was het weer aangenaam, dus kroop de hondmens uit zijn ton en urineerde uitgebreid in het loof alvorens hij het standbeeld van Willem beklom. Dít was pas uitzicht, en Diogenes had het naar zijn zin.

 

Al loerend over het hoge paleishek gleed zijn blik over de rode loper naar de dubbele deur die toegang verschafte tot - ja, tot wát eigenlijk? Hij streek over zijn groezelige baardstoppels en vroeg zich af of de Deftige Duitse Dame wellicht haar troon had verruild voor een comfortabeler vliegtuigstoel. De bladeren ritselden vriendelijk en de ijscoman deed voor het paleis goede zaken. Later zou hij wel kijken wat er overgebleven was; dit was immers een land waar het eten op de grond lag. In zo'n tot op het bot verdeeld koninkrijk verdichtte de macht zich binnen de duistere paleisvertrekken terwijl onder de danen bij gebrek aan brood vuvuzela's werden uitgedeeld. Te weinig brood? Dan meer spelen! Tenzij hij zich etnisch zou moeten registreren overwoog Diogenes serieus in dit land te blijven. Brood op straat en spel uit de muur, wat kon deze dolgedraaide Socrates zich nog meer wensen?

Ineens verstrakte zijn blik. Voor de ingang van het paleis ontwaarde hij een lange dunne gestalte met uitstekende oren en omhoogkrullende mondhoeken die niet anders leken te kunnen. Hoewel Diogenes niet al te scherp meer zag, meende hij er toch duidelijk Jacobus van Frisia in te herkennen. Om er zeker van te zijn trok de filosoof het ambtenarenperiodiek republic onder het touw vandaan dat hij om zijn middel gesnoerd had. Overheidsdienaren die trouw zwoeren aan de almachtige koning en vervolgens een blaadje voerden dat republic heette, dat kon toch alleen in deze bespottelijke Lage Landen. Thuis zouden ze hem nooit geloven.
Maar wat deed die Jacobus hier? Zijn rol was toch helemaal uitgespeeld? Diogenes kon het niet laten en riep zo hard als hij maar kon: 'Hé Jack! Geile testosteronbrigadegeneraal!' Hij gierde van het lachen en terwijl zijn rauwe stem nagalmde tussen de paleismuren, keken een paar toeristen niet-begrijpend naar boven. Even leek de gevallen bewindvoerder op te willen kijken, maar juist op dat moment openden zich de paleisdeuren. Vanaf dat ogenblik leek alles zich even vertraagd af te spelen; met langzame, statige schreden stapte de voormalig staatssecretaris van oorlog naar binnen en sloten de massieve deuren zich achter hem.

 

Toch duurde het niet erg lang, want enige minuten later verscheen hij weer, ditmaal met een trotse glimlach op zijn gezicht. Hij was ontslagen, maar dan wel 'op de meest eervolle wijze, onder dankbetuiging voor de vele en gewichtige diensten door hem aan Haar en het Koninkrijk bewezen'. De maiestas, de draagster van de koninklijke waardigheid had het behaagd om met haar speciaal ingerichte morele hersenkwab neoplatonistische promiscuïteit te belonen met de allerhoogste eer. De hondmens kon zich nog net vastgrijpen aan Willems hoed, want anders was hij van het lachen van het standbeeld afgegleden.

Nu wist hij het zeker, in dit land, waar misdadigers slechts welkom waren in twee huizen, het huis van bewaring en het huis van oranje, waar gristelijke ontrouw door het staatshoofd werd gehonoreerd met de grootst mogelijke eer, in dit land wilde hij wel blijven. Want hier gebeurde het, hier kon je álles verwachten.





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander