Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Coburg en Van Amsberg: beiden alsjeblieft geen koning - 4
C.V. Lafeber

...Noch constitutioneel noch ceremonieel: België en Nederland moeten gewoon allebei een republiek worden.

 

IV. Administratieve scheiding en oorlog (1830)

 

A. De Staten Generaal besluiten tot scheiding
Nog geen etmaal na het begin van de Brusselse ongeregeldheden waren de eerste berichten er van al tot Den Haag doorgedrongen. Willem had onmiddellijk ter handhaving van de orde zijn twee zoons aan het hoofd van een troepenmacht naar Brussel gestuurd, die 30 augustus in Vilvoorde aankwam. Tegelijkertijd had hij de Staten-Generaal voor een buitengewone zitting op 13 september naar Den Haag opgeroepen om over de stand van zaken en een eventuele wijziging van de bestaande staatsinrichting te spreken.

De kroonprins wilde onmiddellijk na zijn aankomst Brussel bezetten, maar zijn meer bedachtzame broer vond de troepenmacht daartoe te zwak. In plaats van op versterking te wachten, koos de prins van Oranje voor een totaal andere oplossing. Hij trad in onderhandeling met de leiders van de Garde Nationale, die met succes op hem inpraatten om in Brussel zijn intrek te nemen en zijn leger buiten de poort te laten. Dat deed hij.

Opstootje op de Grote Markt in Brussel

Op 1 september kwam de onnozele hals tegen de middag lachend en wuivend als Sinterklaas op zijn paard de stad binnenrijden. In het paleis was alles voor hem in gereedheid gebracht. Af en toe bracht de burgerwacht enig rumoerig volk bij elkaar ter heilzame intimidatie. De prins moet zich als een gevangene gevoeld hebben, hetgeen ook de bedoeling was. Buiten hoorde hij de mensen schreeuwen en binnen vroegen zijn liberale gasten - of gastheren -, die zich steeds duidelijker als leiders van de opstand profileerden, op zeer hoffelijke maar niet minder indringende wijze hem om herstel van grieven, administratieve scheiding, onmiddellijke verwijdering van minister Van Maanen alsook om het leger op Antwerpen terug te trekken. De prins zegde toe op 3 september in Den Haag deze voorstellen met zijn vader te bespreken. Van hun kant beloofden de liberale voormannen en de officieren van de burgerwacht dat zij geen verandering van dynastie zouden gedogen.

In een 'mengeling van boosheid en machteloosheid' 1 over de gang van zaken en het gedrag van zijn zoon, ontsloeg de koning Van Maanen, terwijl hij tevens verklaarde de mogelijkheid van administratieve scheiding aan de Staten-Generaal voor te leggen, die hij immers al per 13 september in buitengewone vergadering had laten bijeenroepen. Tegelijk legde hij aan de mogendheden die in 1815 de vereniging op basis van de Acht Artikelen hadden gegarandeerd, de vraag voor of de gewijzigde omstandigheden een verandering van deze grondslag nodig maakten.

Op 13 september begon de buitengewone zitting der Staten-Generaal. Bijna alle volksvertegenwoordigers waren aanwezig ondanks de pessimistische verwachting dat de Zuid-Nederlanders wel verstek zouden laten gaan. Onderweg naar Den Haag waren wel twee Belgische députés in een sloot gegooid en aangerand. Even onaangenaam was de ontvangst in de Staten-Generaal. Geen Noord-Nederlander wilde ook maar één woord Frans spreken. Alle Zuidnederlanders werden vanwege 'hun oproer' en 'anti-vaderlandse gedrag' met hoon en afkeuring overladen.

Dat de opstand slechts in twee provincies was uitgebroken, dat Vlaanderen op Brussel na zich afzijdig had gehouden, dat er naast de politieke grieven ook sociale ellende een woord meesprak, dat alles werd nauwelijks onderkend. De leuze was dat 'de' Belgen in opstand waren2. Door het miezerige gedrag van de Noord-Nederlandse parlementariërs voelden alle Belgische volksvertegenwoordigers zich gekrenkt. Politiek erger was dat zij, op één hoop gegooid, zich nu ook als groep verworpelingen gingen gedragen.

 

B. Het eerste geweld
Over wat de koning nu precies wel of niet wenste, heerste onduidelijkheid. Bij de opening op 13 september had hij de afgevaardigden wel expliciet gevraagd of in het licht van de omstandigheden een wijziging van de grondwet noodzakelijk was en zo ja, of dan een administratieve scheiding moest worden doorgevoerd. Door het zo te formuleren leek het erop dat hijzelf de administratieve scheiding geaccepteerd had. Onbegrijpelijk was het dan ook dat hij, terwijl de Staten nog aan het delibereren waren - pas op 30 september spraken, zij zich met grote meerderheid uit vóór wijziging van de grondwet en vóór administratieve scheiding van de twee landsdelen - zich duidelijk klaar maakte voor het inzetten van het leger. Een harde militaire bestraffing zou hem zeker in het Noorden aan populariteit doen winnen. Aan dat optreden van de koning ontbraken alle logica en consistentie. Dat Willem naar het gebruik van geweld overhelde, was ook toe te schrijven aan de radicalisering in Brussel, waar - mede omdat de beslissing in Den Haag over de bestuurlijke afscheiding zo lang uitbleef - door Franstalige journalisten en politici steeds luider onmiddellijke inwilliging van alle Belgische voorwaarden geëist werd.

September 1830

We weten al dat door de politieke instabiliteit steeds meer arbeiders hun werk kwijt raakten. De werkloosheid veroorzaakte honger en armoede. De oude gezagsstructuur was niet door een adequate nieuwe gevolgd. Onder het mom van afkeer van het Noorden, die als een dichte mist alles wat in het Zuiden verkeerd ging toedekte, groeiden wetteloosheid en anarchie. Op 17 september was het dan zover: de koning besloot met geweld de oude toestand te herstellen. Brussel moest voor het oog van de buitenwereld clement behandeld worden, doch zo nodig uitgebrand. Willem adviseerde opperbevelhebber Frederik – de andere opperbevelhebber was persona non grata vanwege diens eigenmachtig gedrag van 3 september – zelf zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven en anderen het vuile werk te laten doen.

Het pleit voor Frederik dat hij een hard hoofd had in een militaire oplossing. Het leger, dat slechts 10.000 man telde, bestond voor het grootste deel uit Zuid-Nederlanders. Het was teveel van hen gevraagd op hun compatriotten te schieten, het eigen land te verwoesten en Brussel in brand te steken. Gelukkig voor de koning waren er ook enkele Brusselaars die de prins ervan overtuigden dat de stad door een minderheid geterroriseerd werd en dat de bevolking hem met open armen zou ontvangen, zodat hij zijn gewetensbezwaren opzij zette.

Frederik deelde de Brusselaars per proclamatie van 21 september mede dat hij de volgende dag met zijn leger zou arriveren. Brussel maakte zich onmiddellijk op voor de strijd. Van de in het vooruitzicht gestelde open armen bleek niets. Sinds 11 september leidde een Commission de Sûreté Publique3 onder leiding van de liberalen Gendebien en Van de Weyer en van de katholiek de Mérode de opstand. De Commission verwierf zich de steun van de volksmassa door het uitdelen van brood en geld terwijl katholieke geeselijken hun geloof verkwanselden door wapens en soldaten te zegenen4. De katholieken trokken zo doelbewust naast de liberalen op in de gemeenschappelijke oorlog dat een Fransman hen als 'kokend wijwater' betitelde5. Brussel was vol revolutionaire pastoors.

Toen het vijandelijke leger naderde, had de Commission het verzet grondig georganiseerd: overal in de nauwe straten waren barricades opgeworpen; haastig opgeroepen en slecht bewapende soldaten bewaakten de poorten en muren. Frederik trok vechtend naar het centrum van de stad, terwijl hij tegelijk de onderhandelingen gaande hield. Deze waren uitzichtloos.

Frederik geloofde het verder wel. In de nacht van 26 op 27 september verliet hij in alle stilte de stad. De volledig overbodige militaire excursie had niet alleen 1.500 doden gekost, zij had, zoals de éénoog in het land der blinden beseft had, een politieke oplossing van het conflict, waar men vlakbij was, voorgoed onmogelijk gemaakt. Het Nederlandse leger, achtervolgd door de Belgische 'blauwkielen' met hier en daar een Franse vrijwilliger, trok zich terug achter de oude Generaliteitsgrens. In Noord-België hield vooralsnog alleen Antwerpen stand. Het de koningsgetrouwe Gent werd 15 oktober door een Waals-Franse legergroep ingenomen.

Het 'Gouvernement Provisoire' van 1830. > Klik om te vergroten

De Brusselse Commission, waartoe de uit ballingschap teruggekeerde volksheld De Potter – 'de Belgische Lafayette' was toegetreden, had zich tijdens de gevechten op 26 september uitgeroepen tot Gouvernement Provisoire. Het nieuwe bewind ontsloeg alle soldaten en ambtenaren van de eed van trouw aan de vorige regering en verving zoveel mogelijk de oude functionarissen door nieuwe. De septemberslachting had de Belgen in een alles-overweldigend nationaal gevoel opgezweept tegen de schavuit, die het bloed van zijn volk had laten vergieten om het Zuiden tot servitude6 te brengen. De aangepaste tekst van de kort te voren gecomponeerde Brabançonne luidde dat 'la mitraille a brisé l 'Orange sur l'arbre de la Liberté'. Het Haagse besluit tot administratieve scheiding van 30 september was een doodgeboren kind.

 

C. België een onafhankelijke staat
Op 4 oktober proclameerde het bewind de onafhankelijke staat België. Een commissie werd benoemd om een grondwet op te stellen. Veertien dagen later werden er verkiezingen uitgeschreven voor een Nationaal Congres, dat grondwet en staatsvorm zou vaststellen. Het Nationaal Congres kwam op 10 november bijeen. De Potter trok zich terug omdat hij een verslagen tegenstander was van een erfelijk koningschap, tot de insteling waarvan het Congres al de eerste dag had besloten7. Het Oranjehuis zou na de misdaad van Chassé in Antwerpen – waarover hier onder meer – definitief van het koningschap worden uitgesloten. Uitgerekend op de dag dat België zich tot nationale staat proclameerde, gaf de koning de opperbevelhebber der strijdkrachten - dat was nu weer Willem - opdracht de admistratieve scheiding door te voeren. Nu Frederik uit de gratie was geraakt, had de kroonprins dus weer het weerhuisje mogen verlaten. Hij moest het trouw gebleven deel van het Zuiden besturen en mocht, als de Belgen hem de soevereiniteit over 'het opstandige deel van het koninkrijk' aanboden, deze aannemen. Aan deze autorisation tacite8 heeft de prins een elastische interpretatie gegeven. Blijkbaar dacht de koning dat het sturen van zijn in België in zekere kringen min of meer populaire zoon als bewijs van zijn vredelievendheid zou worden opgevat.

De zaken verliepen zoals ze verdienden te gaan. De prins van Oranje zocht in het Zuiden zijn oude vrienden op, trad in onderhandeling met het Voorlopig Bewind en verklaarde - op l6 oktober – plechtig aan de Belgen en dat hij na diep beraad België als onafhankelijke natie erkende en hij zich volgaarne aan het hoofd van de onafhankelijkheidsbeweging stelde. Hij motiveerde zijn gedrag dat, mede door persoonlijk gewin werd ingegeven, nog met het op zijn minst irrelevante verhaal, dat hij in Waterloo zijn kostbaar bloed voor de onafhankelijkheid van dit land had vergoten. Hij doelde daarmee op het schrammetje –, waar zat het ook weer, o ja: in zijn nek. De koning was aussi surpris qu'affligé9. Groen van Prinsterer gruwde van 'zulk een ontaard schepsel als de kroonprins. Moge hij nimmer weder den voet zetten op Hollandschen bodem, nimmer de asch zijner voorvaderen ontheiligd worden door zijn lijk.' 10

 

D. Te Wapen
Een mogelijk gunstig effect van het zenden van de kroonprins werd al de volgende dag - 5 oktober - dus nog voor de vredesapostel in België was aangekomen – door mijnheer de majesteit zelf teniet gedaan. Wellicht geadviseerd door de ijlings weer in ere herstelde Van Maanen, riep vader Willem, 'uitsluitend bedacht op het welzijn van zijn volk' en tegelijkertijd 'onder ootmoedig en biddend opzien tot den almagtigen God, die Nederland en Oranje zo dikwijls uit de grootste gevaren gered had' 11, dat zelfde volk 'Te Wapen. 'Welaan! Te Wapen, op de dringende bede van Uwen Vorst. Te Wapen voor de zaak van orde en regt'. Tegelijk werd aan de mogendheden om militaire steun gevraagd. Dit uiteraard voor het geval God het niet alleen zou af kunnen.

Als gevolg van de oproep tot volksbewapening tegen de Belgen verheugden zich de schutterijen, belast met de territoriale verdediging in een grote toeloop. Overal formeerden zich vrijwilligers om God de helpende hand te bieden tegen de ontaarde schelmen, die de nationale en internationale rechtorde met voeten hadden getreden. Commandanten van studentenweerbaarheidscorporaties – een mengeling van praalzucht, onnutte vrijetijdsbesteding en militaire onhandigheden – konden niet dan met de grootste moeite hun kleurig geüniformeerde potentiële helden in bedwang houden. Voorlopig gebeurde er feitelijk dus niets. Eigenlijk stond Nederland militair voor aap. Het zou nog tot augustus volgend jaar duren voor het de helden gegund was het kostbare bloed voor het herstel van het Verenigd Koninkrijk, wat niemand wilde - behalve de koning - te mogen storten.

Het vervoer naar de oorlogsbestemming vergde voorlopig genoeg vaderlandsliefde. In Leeuwarden werden 150 paarden en boerenkarren gerequireerd om de manschappen van een kazerne in een andere behuizing achter het Belgische front te dumpen. Na 30 kilometer stonden er bij een verversingsstation 150 andere boeren met karren klaar om de lading over te nemen. Zo ging dat door tot het front bereikt was. Kwartiermakers hadden iedere avond ergens voor onderdak gezorgd. Soms ging er iets mis. Aangewezen dorpen bleken niet geïnformeerd te zijn, en op plaatsen die voor huisvesting alles in orde hadden gemaakt kwam niemand aanzetten. Het is ook voorgekomen dat de colonne onderweg malheur had gekregen waardoor het schema in de war raakte of dat de aanvoerder de verkeerde weg was ingeslagen. De rivierovergangen waren een temptatie. Niet alleen de soldaten hadden reden tot beklag. Voor de burgers was de ellende niet minder. Zowel het transito als de inkwartieringen gingen gepaard met naargeestigheden als diefstal van groot en klein vee, schofferingen en verkrachtingen12.

Het meest gememoreerde en in de Noordnederlandse militaire historiografie tot heldendaad bestempelde optreden was dat van generaal Chassé, plaatsvervangend opperbevelhebber van de in het diepste geheim 'op diplomatieke missie' naar Londen gestuurde kroonprins. De deugniet Chassé, die tot 1833 – toen een Frans leger hem verjoeg - Antwerpen zou blijven terroriseren, liet eind oktober 1830 vanuit de veilige citadel de stad bijna vijf dagen lang bombarderen. Meer dan 100 doden vielen er en de schade was niet te overzien. De nodeloze vernietiging van de stad was de reden dat het Congres in november met 1161 tegen 28 stemmen het moorddadige Oranjehuis uitsloot à perpétuité de tout pouvoir en Belgique.13 Het Frans waarin dat besluit genomen werd, was ook symbolisch voor de overgang van Antwerpen van Vlaams naar Frans. Zelfs het folkloristisch gebruik van de lantaarnopstekers en straatvegers om hun nieuwjaarswens uit te komen spreken moest sindsdien in het Frans geschieden14.

Van Speyk voor het graf van De Ruyter (1832, Hendrik Breukelaar)
> Klik om te vergroten

Chassé en zijn maat Van Speyck zijn in de minder serieuze geschiedschrijving tot een heldenduet verenigd. Laatstgenoemde – een kanonneerboot-commandant – zou, toen diens schip op 5 februari 1831 in de haven van Antwerpen door de sterke wind tegen de kade woei en de bevolking zich meester maakte van de vlag, het kruit in brand gestoken hebben waardoor het schip met bemanning, bezetters en toeschouwers in de lucht vloog. Volgens deskundigen ging het moreel van de Nederlandse soldaten en het Nederlandse volk daardoor met sprongen omhoog. Schilder Breukelaar portretteerde Van Speyck als Amsterdams weesjongetje naast het praalgraf van De Ruyter in de Nieuwe Kerk. De familie De Ruyter zelf overwoog hem naast de oude Michiel te ruste te leggen. Ook is het idee gelanceerd om Van Speycks botten in de grafkelder van de Oranjes in Delft bij te zetten15. Ik weet niet waarom het nooit gebeurd is. Missschien was de door ontelbare volksdichters en rijmelaars opgeklopte 'volksgeest' alweer verlopen.

 

In aflevering 5: Reacties der mogendheden, al dan niet onherroepelijke scheidingsverklaring, het Belgische koningsprobleem, en het zinloze doorvechten (1830-1839)

 

 


1 AGN XI 269
2 Postma 51
3 AGN, XI 272
4 id. 276
5 Kossmann 106
6 AGN XI 275
7 Bock 57
8 Tamse-Witte 264
9 id.
10 Hoeven, 122
11 AGN XI, 277
12 Woud, Lege land 491
13 Blok, IV 305
14 Bock 59-60)
15 Tamse-Witte 182




ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander