Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Coburg en Van Amsberg: beiden alsjeblieft geen koning - 2
C.V. Lafeber

...Noch constitutioneel noch ceremonieel: België en Nederland moeten gewoon allebei een republiek worden.

 

II. Het despotisch gedrag van Willem I en het begin der beroerten (1828-1830)

A. Het monarchische Prinzip

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I.
Klik om te vergroten

Het Verenigd Koninkrijk is van meet af aan een mislukking geweest. Graag had ik hier de geschiedenis ervan beschreven. Ik beperk me echter tot de rol van Willem I bij het uiteenvallen, die al even kwalijk-egoïstisch was als bij de eenwording. Dat is jammer want de 'Kanalen-koning' was méér dan alleen maar een politieke ritselaar en een financiële knoeier. Hij was een typische verlichte despoot en dat in optima forma. De instelling onlangs door Van Amsberg en Balkenende van de geschiedvervalsingscommissie-Lubbers – 'no nonsense'- , die een ultieme poging is om te redden wat er van de macht der Oranjes nog te redden valt, moet het Nederlandse volk op dit allerlaatste moment nog echt ervan overtuigen dat Willem en zijn opvolgers juist helemaal geen despoten waren doch – integendeel – constitutionelen, liberalen avant-la-lettre, democraten en volksvrienden. Onze nieuw ingestelde Reichsdienst für Propaganda und völkische Aufklärung dient geen enkel wetenschappelijk doel. We hebben hier te maken met de spreekwoordelijke kat in het nauw, die rare sprongen maakt. Eén en ander kost wel heel veel geld, dat er zo goed als niet is. Groter dan de hoon die over Van Amsberg-Lubbers na het beëindigen van deze volledig overbodige en zelfs krankzinnige studie over de Lippe-luizen zal neerkomen is de onmeetbare schade die aan de wetenschap der geschiedenis wordt toegebracht. De onvergetelijke Presser klaagde eens, Schopenhauer citerend, dat Klio, de muze der geschiedenis, door belanghebbenden wordt uitgedost 'in de sierlijke, modieuze gewaden, die het publiek verlangt en dat geen mens vermoedt dat deze Muze 'mit der Lüge so durch und durch infiziert ist, wie eine Gassenhure mit der Syphilis'1.

Gelooft derhalve geen woord van wat die commissie-Lubbers als koninklijke staatswaarheid u en mij gaat voorhouden over de democraat Willem. Het is onomstootbaar dat die koning nimmer iets van een vertegenwoordigende staatsregeling heeft willen weten 'daar Nederland slechts 'eene door een grondwet getemperde monarchie' is. En van die monarchie beschouwde Willem 'zich als de alfa: hij was er immers vóór de grondwet er was'. Hij alleen droeg de verantwoordelijkheid voor het welzijn van het volk: 'le roi décide seul'2. De grondwet was niet meer dan de 'schriftelijke neerslag van de bestuurlijke intenties van de koning, terwijl de Staten-Generaal niet meer waren dan 'constitutionele hulpmiddelen' Het destijds over de gehele wereld gehuldigde 'monarchische Prinzip' had in de Nederlanden een soortgelijke zetbaas als in Oostenrijk, Rusland, Pruisen of Lippe-Biesterfeld. De koninklijke besluitenregering was niet meer dan een persoonlijke, eigenmachtige wetgeving, waarbij de standenvergaderingen er voor spek en bonen bij zaten, de ministers het vuile werk deden en het volk koest moest blijven met Oranje-zoethoudertjes – geheel in de traditie van de vroegere stadhouders - dan wel met knoet en knuppel uit elkaar geranseld worden. Met moderne democratie zoals het duistere duo Van Amsberg en Lubbers deze uit de moderne tijd willen terug projecteren heeft dat despotisch bewind niets van doen.

 

B. Het eerste petitionnement
Louis de Potter

Louis de Potter

Aan het eind van de 20er jaren – waar ik het verhaal van de Wilhelminische despotie en van de Belgische Beroerten wil aanvangen – hadden zich bij het vele oude zeer – de samensmelting der staatsschulden, het gelijke aantal kamerzetels en de aanhoudende bevoordeling van de Noordelijke ambtenaren en officieren- , dat er tussen de regering en met name de Belgische leden de Staten-Generaal bestond, veel nieuwe grieven gevoegd over Willems taal-, belasting- , onderwijs- , kerkelijke en perspolitiek. Om van de laatste een voorbeeld te geven: tot 1828 zijn 23 kranten en meer dan 80 journalisten vervolgd. Tegen alle onvrijheden van drukpers had de in de gevangenis zittende Belgische journalist Louis de Potter in december van genoemd jaar een eerste petitionnementsbeweging (1828-1829) georganiseerd. De liberalen leverden er de kwaliteit van, de katholieken de kwantiteit. Pastorieën werden opengesteld voor informatie, er werd hier en daar gepreekt over de noodzaak van het tekenen en er werden zelfs missen gelezen 'tot welslagen van het petitionnement'. Alle Zuidelijke provincies deden mee, ook Noord-Brabant. In februari-maart 1829 bereikte de beweging haar hoogtepunt. Pakken papier werden op het bureau van de voorzitter van de Tweede Kamer gedeponeerd3. Alleen in februari werden er 119 petitities voor vrijheid van onderwijs, 66 voor vrijheid van drukpers en enkele tientallen over andere onderwerpen, in totaal door meer dan 40.000 mensen getekend, in Den Haag afgeleverd.

De ernstige onrust in de zomer van 1829 weerhield Willem er niet van een geplande reis door België te maken. Toen hij - de koning, die zich tegelijk afficheerde als de man van het volk – in Vlaanderen was, waren de toejuichingen niet van de lucht. In Gent spande de enthousiaste bevolking de paarden los van zijn koets, welke door 70 fabrikanten-ruiters omgeven was, om haar zelf voort te trekken4. Onder de indruk van de ovaties sprak de koning te Ans in het Luikse smalend van 'ces prétendus griefs dont on a fait tant de bruit'. Hij hekelde 'quelques particuliers qui ont leurs intérêts à part' en betitelde hun gedrag als 'infâme'. Het was het werk van enkele verwende liberalen en boosaardige geestelijken. Willem meende dat de grote welvaart waarvan het land dank zij zijn politiek genoot, alle kerkelijke en grondwettige bezwaren verre in de schaduw stelde.

De bewering van de oppositie dat het verzet niet de persoon van de koning gold maar zijn ministers, wierp hij verre van zich. Met deze verdraaiing bedoelde de oppositie in feite hem, de koning zelf te treffen. Iedereen wist immers dat Willem het beleid bepaalde en dat het ministerie homogeen was. Tot de opposanten behoorde ook de kroonprins, die na jarenlange afwezigheid in 1829 benoemd werd tot minister-president en vice-voorzitter van de Raad van State. Willem jr. werd natuurlijk niet tot premier benoemd vanwege zijn formidabele kwaliteiten noch om zijn hoogstaande ethische of morele principes. De Britse gezant vond hem 'au fond much less constitutional in his principles and much more despotic than his father'5. De koning wilde met de benoeming van zijn zoon zijn politieke macht accentueren. Nederland diende te weten dat het geregeerd werd door de BV Oranje en door niemand anders.

Het verontrustte de koning dan ook hoegenaamd niet dat er in Brussel een medaille – 'fidèle jusqu'à l'infâmie' – geslagen werd of dat er affiches opgehangen werden met daarop de Leo Belgicus, die slechts tien pijlen in zijn klauw had en die op het altaar van het Belgium foederatum een slang vermorzelde. Hij was ook blind en doof voor de talloze toespelingen op de 16e eeuwse opstand en de vergelijkingen tussen hem en Philips II. Dat Vlaamse afgevaardigden wier herverkiezing door Willem niet gewenst werd, toch herkozen werden, maakte hem boos, maar verontrustte hem niet.

De koning moge nog zo overtuigd zijn geweest van zijn gelijk en naar buiten de schijn van onaantastbaarheid hebben opgehouden, de felle kritiek liet hem niet onberoerd. Sinds 1829 druppelden er steeds meer kleine en grote concessies uit de regeringskraan. De Franse en Nederlandse taal werden gelijkgesteld; de studie aan het gehate Collegium Philosophicum werd facultatief. Vooral de afschaffingen van de belastingen op het gemaal en het geslacht waren voor de armen een verademing. Brood en vlees waren er immers onbetaalbaar door geworden. De sociale nood van de werkende mensen is zeker niet de oorzaak van de nu snel uitbrekende opstand geweest, maar zij verklaart wel waarom de katholiek-liberale unie zo gemakkelijk de arbeiders achter zich kreeg. De reeds genoemde De Potter heeft met zijn strijd tegen de belastingpolitiek geen populariteit gezocht maar wel gekregen. Vanuit de gevangenis bleef hij in 1829 felle artikelen tegen de belastingen en tegen Willem schrijven. De koning was als de dood zo bang voor hem.

 

C. Het tweede petionnement
Louis de Potter in de gevangenis

Louis de Potter in de gevangenis

Door Willems concessies werd de katholiek-liberale Unie zich steeds meer van haar kracht bewust. Om de regering tot volledige capitulatie te dwingen werd in oktober 1829 tot een tweede petionnement (1829-30) besloten, dat nog groter en nog indrukwekkender zou zijn dan het eerste. Ook de clerus deed weer - en nog meer van harte - mee. Het initiatief kwam ook uit een pastorie en wel die van Moorslede bij Roeselaere in West-Vlaanderen. Priesters meldden zich als de eerste ondertekenaars. Triomfantelijk meldde de Catholique des Pays Bas op 10 oktober dat 'un grand exemple vient d'être donné par la commune de Moorslede: pour la première fois, le clergé s'est mis en tête des pétitionnaires'6.

Het goede voorbeeld deed goed volgen. Nog voor op 21 oktober de gewone vergadering der Staten-Generaal geopend en de troonrede uitgesproken werd, verspreidde de beweging zich over heel West-Vlaanderen. Een gematigde, toegevende troonrede zou wellicht de rollende wagen nog tot stilstand hebben kunnen brengen7. Nu dat niet het geval was, sleepte West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen mee, dat enkele dagen na de troonrede ook met petitionneren begon. Daarna volgden Antwerpen, Henegouwen, Luik en Limburg. Het hoogtepunt viel tussen december 1829 en februari 1830.

Het doel van het massale protest is zeker bereikt, wat, zoals gezegd, vooral te danken was aan de inzet van de geestelijkheid. Veel meer dan bij het eerste petitionnement werd er vanaf de preekstoel gewezen op de christelijke plicht een kruisje te zetten. In de biechtstoel werd geïnformeerd of de biechteling al getekend had. Zelfs gingen op het Vlaamse platteland de kapelaans persoonlijk huis aan huis om handtekeningen in te zamelen. De gealarmeerde regering richtte een eigen verzamelbureau voor informatie over de 'schelmstukken' van de geestelijkheid in bij het parket van het Brusselse Hooggerechtshof. Daar vernam de procureur-generaal – die dit doorgaf aan de minister van justitie - dat het dorpje Deuterghem in het arrondissement Kortrijk een 'nec plus ultra was van alle helsch gebroedsel, dat de geestdrijverij op het aardrijk uitgewalgd heeft, ziel- en ligchaam bestierders, ambtenaren en onderhoorigen, alle om strijd putten hunne kragten aldaar uit, om uit te munten in bijgelovigheid en strafbaren woelgeest'8. Spionnen wisten precies te vertellen of en waar in de kerken na de hoogmis het zondagse 'Domine salvum fac regem nostrum Gulielmum' wel of niet aangeheven was, of het gezegd dan wel gezongen was en welke woorden waren weggelaten. Bij de Permanente Commissie voor R.K. zaken van de Raad van State heerste eenzelfde pesterige houding als op het ministerie van justitie. De heren hielden zich daar zelfs bezig met het aanvangsuur van de godsdienstoefeningen, en droegen als kandidaat voor een vacante bisschopszetel de oud-katholieke bisschop voor. Bovendien adviseerden ze de bisschop een bepaalde persoon niet aan te stellen, 'omdat er anders twee hanen op dezelfde mesthoop kraaiden.9

Meer dan 350.000 mensen hadden intussen getekend of een kruisje gezet. Zij waren allen voor vrijheid van de voorvaderlijke religie, voor vrijheid van onderwijs dat zij niet volgden, voor vrijheid van drukpers 'hoewel ze niet konden lezen' en voor vrijheid van een 'taal welke ze niet spraken'10. Ook wilden ze geen belasting betalen en moest De Potter worden vrijgelaten, terwijl de besluitenregering ook niks was. In een in Oost- en West-Vlaanderen ondertekende petitie was te lezen 'dat een eynde gesteld worde aen den algemeynen voorkeur, welke aen de Hollanders boven de Belgen vergund wordt. Vryheyd van taal: dat men aen Vlamingen, en nog veel min aan Walen het Hollandsch niet opdringhe'11. In een petitie uit Ieper heette het dat: 't die heeren niet genoeg is ambten en bedieningen aen protestanten en vreemdelingen bij voorkeur te geeven en de belangen van het Zuyden aen die van het Noorden te slagten: zy willen ons nog eene tael opdringen waeraen de Belgen zig noyt zullen gewennen'12.

 

In aflevering 3: Juli-revolutie en de hete nazomer van 1830

 

 


1 Napoleon 10
2 AGN, XI 233 e.v.
3 Jonghe, Taalpolitiek, 229
4 Tamse, Nassau 250
5 Sas 281
6 Jonghe 243
7 id. 244
8 Manning, Bommel 132
9 id.146-7
10 Kossmann, Lage Landen 100
11 Jonghe 248
12 id. 249




ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander