Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Coburg en Van Amsberg: beiden alsjeblieft geen koning 1
C.V. Lafeber

...Noch constitutioneel noch ceremonieel: België en Nederland moeten gewoon allebei een republiek worden.

 

Introductie
Tussen de heren Coburg en Van Amsberg - zich noemende kroonprinsen van België en Nederland - bestaan grote overeenkomsten: allebei zijn ze niet de snuggersten van hun land, allebei willen ze constitutioneel koning zijn (want dat betekent veel macht, veel aanzien en vooral veel geld: zo simpel is het) maar allebei zullen ze óók, als puntje bij paaltje komt, 'genoegen nemen' met een ceremonieel koningschap. In Nederland wordt – zo gaan ijzersterke geruchten - momenteel een spelletje gespeeld, daaruit bestaande dat moeder en zoon Van Amsberg zich niet zullen verzetten tegen invoering van een ceremonieel koningschap om aldus een groter kwaad - de republiek - te blokkeren. Naar de oprechte overtuiging van Pro Republica zullen de Van Amsbergers ook vanuit een afgesplinterde machtspositie voldoende zeggingschap behouden om hun macht, geld en privileges te continueren en daarna weer uit te breiden. Met de omzetting van een constitutioneel in een ceremonieel koningschap zullen we derhalve de republikeinse regeringsvorm voor jaren, zo niet voor decennia of eeuwen, wel kunnen vergeten.

Deze serie artikelen is uiteindelijk een waarschuwing zowel voor Belgische als Nederlandse republikeinen om zich niet in de luren te laten leggen door bedriegelijke bespiegelingen over een eerste zogenaamde monarchale concessie, die, naar men beweert, dan de weg zou vrij maken voor de uiteindelijk definitieve republiek. Stel op prinsen geen vertrouwen.

Voor degenen die iets meer willen weten in Nederland van het Belgische koningschap vang ik aan met een uiteenzetting over de beginperiode daarvan. Bij alle overeenkomsten tussen de twee landen en de twee monarchieën bestaat er echter het fundamentele verschil dat de Coburgers broekjes op het nationale toneel zijn vergeleken bij de oude Oranjes, Nassaus, Mecklenburgers, Ranitzen, Lippes en Van Amsbergers. Niet dat die ouderdom iets zegt over meer gezag, waardigheid of andere flauwe kul, maar wel is het zo dat die Nederlandse kliek daardoor een eeuwen langere ervaring heeft in het zich vastnestelen in de maatschappij dan de Coburgers in België. Het aantal lage en hoge monarchale luizen is dus naar alle waarschijnlijkheid in België aanzienlijk geringer dan in Nederland. Volgens een niet al te gewaagde voorspelling zou daardoor de vestiging van een republiek in België eerder beginnen en gemakkelijker verlopen dan in Nederland. Uiteraard zal in beide landen de republiek de winnaar zijn. Immers, zowel voor Nederland als België gelden dezelfde intrinsieke bezwaren tegen het monarchale systeem als overal elders: de dwaze erfelijkheidsclausule, het clandestiene nepotisme, de zogenaamde Goddelijke uitverkiezing, de onuitstaanbare arrogantie, de politieke intransparantie, de tot systeem verworden geschiedvervalsing, de wederrechtelijke toeëigening van privileges, een peperdure en zinloze hofhouding en het walgelijke jetsetgedrag. Wanneer we de meer of minder hinderlijke aanwezigheid van luizen buiten beschouwing kunnen laten, zijn er overeenkomsten genoeg om van elkaar te leren en om intensief samen te werken.

 

I. Hoe begon de vereniging van België en Nederland (1814-5)?

A. Oranje als uitvoerder van Gods ondoorgrondelijke plannen met België en Nederland
De mogendheden beslisten in de nadagen van Bonaparte dat de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden samen één sterk bolwerk zouden vormen tegen een mogelijk oplevend agressief Frankrijk. Zij grepen daarbij terug op de oude – 17, welk getal stond voor 'zeer vele' - Bourgondisch/Habsburgse Nederlanden, ondanks het feit dat de twee delen zowel economisch als kerkelijk totaal van elkaar vervreemd waren: een protestants handelsland - met een sterk superioriteitsgevoel - en een katholiek, goeddeels verfranst en verpauperd Zuiden, waar de meeste mensen niet meer dan 'werkbeesten' waren om de eigen voedselproductie enigszins op peil te houden1. Engeland, Pruisen, Oostenrijk en Rusland waren de grote drijvers achter het plan tot vergroting van Nederland en erfprins Willem was de zéér belanghebbende, die een en ander gaarne wilde uitvoeren. Hij verschilde met hen 'alleen' van mening over de grootte van de annexaties, die wat hem betrof vele malen royaler dienden te zijn dan alleen een vereniging met België. Voor zijn aandeel aan de mogelijke 'boulevard de l'Europe contre la France' eiste hij naast België en Luxemburg ook gebieden op de linker Rijnoever ten noorden van Keulen en al het land ten zuiden van deze stad tot aan de Moezel.

De gretigheid van Willem voor de onrijpe verenigingsplannen der grote mogendheden staat in groot contrast tot het zwijgend berusten van de bevolking, al werd er met name in België hier en daar tegen de plannen – voorzover ze uitlekten – heftig geprotesteerd. De zaak der 'schildwachten' om Frankrijk in toom te houden werd voor het eerst door Engeland officieel aangekaart na de slag bij Leipzig in oktober 1813. Oranje kreeg bij de eerste vrede van Parijs (mei 1814) de vereniging met België toegezegd maar greep volledig naast het eveneens geclaimde gebied tussen Rijn, Maas en Moezel, dat – met uitzondering van Luxemburg - aan Pruisen werd beloofd. De vergroting van Nederland liep dus uit op een vereníging der lage landen aan de zee. Men sprak dan ook graag van een 'hereniging'. De grondslagen van deze 'réunion', die 'intime et complète' moest zijn, werden in de Acht Londense artikelen van juni 1814 vastgelegd. Daar, naar gezegd, over de oostgrens van het nieuwe land geen overeenkomst kon worden bereikt, besloten de heren min of meer ten einde raad, ook deze kwestie te laten oplossen door een congres in Wenen (november 1814 – juni 1815) dat bij de Wiener Schlussakt het grootste deel van het door Willem geëiste gebied aan Pruisen toewees.

Op 14 augustus 1814 was het zover dat Willem in Brussel het bestuur van 'België' in handen kon nemen, waaraan dus pas vele maanden later – bij die genoemde Wiener Schlussakt, alzo vlak vóór Waterloo - de Pruisische gebieden ten oosten van de Maas zouden worden toegevoegd. Van de Nassause erflanden kwam Siegen aan Pruisen en kwamen Dillenburg en Dietz aan het huis Nassau-Weilburg, waarvoor Willem als schadeloosstelling het groothertogdom Luxemburg verkreeg2.

 

B. De Cent Jours van Bonaparte, de proclamatie van het verenigd koninkrijk door Oranje en de slag bij Waterloo
Zeven maanden jaar later, toen de mogendheden in Wenen nog volop dansten en congresseerden, landde Bonaparte - op 1 maart 1815 - met duizend soldaten in de Provence. Tegen hem uitgetrokken boeren liepen al even snel als de soldaten van het reguliere leger naar hem over: 'nous allons voir le grand Napoléon, le vainqueur de toutes les nations'3. Maarschalk Ney, die trouw gezworen had aan Lodewijk XVIII en kort tevoren nog uitgeroepen had, dat als hij de tiran in handen kreeg, hij hem in een ijzeren kooi naar Parijs zou brengen, liep met pak en zak over. Daarna gingen de heren samen ontbijten, waarbij zij zich kostelijk vermaakten over de onbenullen in Wenen, die, toen ze van de ontsnapping hoorden, als hazen uiteen stoven omdat iedereen nu op zijn post diende te zijn.

Het nieuws van de ontsnapping van Bonaparte uit Elba bereikte Den Haag op 10 maart, van welk bericht Willem zes dagen later gebruik maakte om in de Staten-Generaal de vereniging van de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden te proclameren alsook het 'koninkrijk der Nederlanden'. Daarmee waren twee vliegen in één klap geslagen. Willem bleek daarbij niet vies te zijn van enige leugens. Zo vertelde hij de volksvertegenwoordigers dat de gebiedsuitbreiding in het Zuiden boven alle verwachting was én dat de Belgische ingezetenen van harte instemden met de vereniging. Willem was wel zo verstandig om de Godgewildheid van de uitbreiding van het Noordnederlandse territorium noch van zijn eigen machtsvergroting al te zeer te benadrukken. Van Hogendorp was echter dommer en corrigeerde dit verzuim door te antwoorden dat 'uwe majesteit klaarblijkelijk de gunst des Hemels op uw ondernemingen geniet, en dat uw kort bestuur reeds vergezeld is van eene reeks wonderen, waarvan de wedergade nauwelijks op te speuren is onze vaderlandse geschiedenis. Wie erkent niet in dit alles de zichtbare hand des Almachtigen?4. Het driewerf 'leve de koning', waarmee Van Hogendorp zijn rede beëindigde, werd tot zijn stomme verbazing door de leden niet overgenomen. De heren waren kennelijk noch verheugd over het koningschap noch over de vereniging met België. Voor hen was de hand des Almachtigen kennelijk niet zo zichtbaar geweest. Merkwaardig was dat er in een zijzaaltje een aantal ambtenaren en hoge ambtenaren aanwezig was, die Van Hogendorp niet tot de vergaderruimte had willen toelaten, omdat 'ik meende dat de tegenwoordigheid van generaals kwalijk uitgelegd zou worden als ware de vergadering niet vrij geweest'5.

De kersverse koning, op kennismakingstoernee bij zijn nieuwe onderdanen, werd in België geconfronteerd met de oprukkende Napoleon, die 15 juni 1815 met 124.000 de Zuidelijke Nederlanden was binnen getrokken om de vereniging van het 120.000 man sterke Pruisische leger onder leiding van Blücher met de 100.000 Engelsen en Hollanders – van wie 6.000 Belgen - onder commando van Wellington te voorkomen. Terwijl Bonaparte op 16 juni Blücher bij Ligny versloeg, vond dezelfde dag bij Quatre Bras een treffen plaats met Wellington, die op 18 juni in de slag bij Waterloo een einde maakte aan Bonapartes loopbaan. De contemporaine geschiedschrijving heeft de heldendaden van de Belgische en Nederlandse soldaten bij de boerderij van Gemioncourt6 onder de weergaloze leiding van de prinsen van Oranje voor het nageslacht nauwkeurig geboekstaafd.

Het is echt zielig – een ander woord is er niet – voor wat de oranjevervalsers van deze onbeduidende knullen gemaakt hebben. God zij dank zijn er echter te veel berichten – waarop de toentertijdse RVD geen vat had – die erop wijzen dat de geallieerde bevelhebbers meer last dan voordeel van de Nederlandse presentie hadden7 dan dat we die hagiografen zomaar willen en kunnen geloven. De Nederlandse cavalerie gedroeg zich alsof zij geen enkele slagveldervaring had. Die had zij ook niet. Toen de Britse generaal Uxbridge de Nederlandse ruiters wilde inzetten en met steeds waanzinniger sabelgebaren naar het slagveld trachtte te dirigeren, begrepen zij daar niets van. Zijn geschreeuw om snel op te komen draven verstonden zij als een bevel juist ter plekke te blijven. Ze wisten niet eens wie die halve gare eigenlijk was.

Over de kwaliteiten van de twee prinsen Willem en Frederik - naar men zei ervaren strategen, hoewel de laatste nauwelijks 18 jaar oud was -, werd buiten Nederland alleen maar meesmuilend gedaan. Nadat de oudere broer al bij Quatre Bras vergeten had een cruciale order uit te voeren8, beging hij te Waterloo weer een blunder van jewelste. In de veronderstelling dat de troepen die hij in de verte achter de Fransen zag aankomen, zijn eigen cavaleristen waren, viel hij de uiterst sterke Franse linie aan. Het waren echter geen Franse troepen, die hij in zijn bijziendheid niet had kunnen onderscheiden, het was het Hannoveraanse legioen waarop hij het vuur liet openen.

Tot excuus van de kroonprins is aangevoerd dat zijn gedachten misschien nog bij het bal waren dat de lieftallige hertogin van Richmond aan de vooravond van de slag had georganiseerd en waaraan hij en de gehele generale staf hadden deelgenomen9. Het bal moest halverwege onderbroken worden omdat Bonaparte veel te vroeg de slag begon. Ieder repte zich naar huis om zich voor het gevecht te kleden, wat op te frissen en zo nodig te ontnuchteren. Onze kroonprins vergat inderhaast zijn sabel naar het slagveld mee te nemen. De Nederlandse opperbevelhebber werd tijdens het gevecht aan zijn nek gewond. Hij slaagde er in te vluchten, hoewel dat geen grootse militaire prestatie was. De jonge strateeg is mede vanwege die wond uitbundig om zijn moed geprezen. Ze hadden hem beter voor de krijgsraad kunnen roepen. Bij Waterloo zijn bijna 7.000 Noord- en Zuidnederlandse doden en gewonden in de bossen en in het veld teruggevonden10.

Ontroerend is het verhaal bij Couvee11 over de gebeurtenissen op de avond van 19 juni in Huis ten Bosch. Willem sr. zat er met enige ministers aan de avondboterham. Het etentje werd onderbroken door een defilé van het Leidse studentenweerbaarheidscorps, dat op het punt stond in België lauweren te gaan oogsten. Terwijl de Oranjes op het bordes stonden, kwam het bericht binnen dat de kroonprins gewond was. Over de slag zelf noch over de afloop daarvan werd iets meegedeeld. Vertrouweling Falck schreef dat hij door de koning in het kabinet was geroepen, 'waar ik getuige was van zijn eigen weemoed en van de diepe droefheid der koningin'. Zo verdrietig als die mensen waren: net gewone mensen.

De volgende ochtend kwam echter het bericht dat toch de zege behaald was en dat de gewonde prins het goed maakte. Hij had een schampschot in de nek gekregen, waardoor hij helaas niet aan de achtervolging van de Fransen had kunnen deelnemen. Op 25 juni - ik citeer nog steeds Couvee12 - mocht Nederland zich verheugen over goede berichten inzake de gezondheidstoestand van de prins. Volgens de hagiografie ging er een zucht van opluchting door het volk: die voortreffelijke, onmisbare, knappe, aardige, dappere en sympathieke zoon des konings was door God zelf gered uit de klauwen van de dood. De staatscourant maakte er melding van dat de bijna-majesteit een zeer goede nachtrust had gehad en dat de schram al goed heelde.

Op 24 augustus 1815 kwam de kroonprins thuis, begroet door een 'aantal jonge juffrouwen; die hem met bloemen bestrooiden en hem een lauwerkrans aanboden, vergezeld van gepaste dichtregelen. Als men alles moet geloven – ik citeer maar door - wat uit de Nederlandse dichtersaderen gevloeid is, waren Clausewitz en Wellington beginnelingen in de krijgswetenschap vergeleken bij die kroonrins van ons. Ook voor het broertje, de tweede veldheer, kwam het volk loftuitingen tekort Hij was dan wel niet zo zwaar gewond - hij was zelfs helemaal niet gewond – maar hij had wel meegeholpen aan de achtervolging. Hij zou 'misschien' ook het door Bonaparte achtergelaten vluchtrijtuig hebben gezien. Reden genoeg om ook deze held luisterrijk te fêteren. In de schouwburg werd hij 'met de uitbundigste vreugde' toegejuicht.

De mogendheden hebben de rekening met het post-bonapartistische Frankrijk vereffend bij de Tweede Vrede van Parijs in november 1815, waarbij de weer op de troon geplofte Lodewijk XVIII instemde met enkele grenscorrecties in Namen en Henegouwen ten gunste van het nieuwe koninkrijk in het Noorden13.

In aflevering 2: Het despotisch gedrag van Willem I en het begin der beroerten (1828-30)

 

 


1 AGN, X, 127
2 Gosses-Japikse 778
3 Beaufort GKH, 264
4 Tamse, Monarchie 45
5 id. 46
6 Homan 153
7 Schama 745
8 Schama 75
9 Amersfoort, Koning 148
10 Beaufort 268
11 Pikkemaat, 134-5
12 134-7
13 Gosses-Japikse 778




ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander