Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  

Lezers van het tijdschrift 'De Republikein' hebben in uitgave jaargang 5 nr. 1 kennis kunnen nemen van onderstaand artikel, dat onder de titel De RVD boetseerde de boetserende Beatrix helaas onherstelbaar werd verbeterd door diens redactie. Daarom biedt Pro Republica u de gelegenheid hier alsnog het artikel te lezen zoals de auteur het oorspronkelijk had geschreven.



Beatrix en de kunst
De mythe van de kunstzinnige koningin
door Kurt Haverkort

Het beeld van het koningshuis in de media wordt door de RVD nauwkeurig geregisseerd. Zo wordt Beatrix stelselmatig geroemd om haar kunstzinnigheid. Kennelijk heeft zij haar roeping gemist. Maar hoe realistisch is dit beeld eigenlijk?

Qualis artifex pereo!
(uitroep van Nero voordat hij zich van het leven beroofde: 'Wat een groot kunstenaar sterft er met mij!')

De monarchie bestaat niet bij de gratie Gods, maar dankt haar bestaan aan de mythevorming rondom het koningshuis, die niet zelden naar hagiografie of zelfs ordinaire persoonsverheerlijking neigt. Weinig verheffende karaktereigenschappen en flagrante misstappen worden met de mantel der liefde bedekt of gewoon doodgezwegen, terwijl de geringste prestatie tot duizelingwekkende proporties wordt uitvergroot. Hierdoor ontstaat een beeld dat weliswaar volstrekt niet met de werkelijkheid strookt, maar door de meerderheid van de burgers (onderdanen) wel voor waar wordt aangenomen. En zo wordt de mythe in stand gehouden dat de leden van een zekere familie door afstamming bij uitstek geschikt zouden zijn het hoogste ambt van staat uit te oefenen.

Koninklijk imago
Hieronder volgen twee voorbeelden van dit zichzelf versterkende mechanisme, die niet geheel toevallig beide betrekking hebben op het toekomstige staatshoofd. Immers, voor de RVD is Willem-Alexander veruit de grootste uitdaging tot nu toe, aangezien hij niet over noemenswaardige talenten beschikt en zich - afgezien van het veiligstellen van de troonopvolging - al evenmin kan laten voorstaan op enige prestatie van formaat.
Ter verheffing van dit weinig koninklijke imago werden wij in 1993 deelgenoot gemaakt van het feit dat Willem-Alexander zijn universitaire studie met goed gevolg had afgerond. Het feit dat zijn doctoraalscriptie door de Rijksuniversiteit Leiden angstvallig achter slot en grendel wordt gehouden als ware het een staatsgeheim, doet echter vermoeden dat deze de wetenschappelijke toets der kritiek niet kan doorstaan en geen academische graad waardig is. Toch was alle mediale aandacht voor het afstuderen van de kroonprins wel begrijpelijk, aangezien de koningen Willem I en Willem III, prins Alexander en de koninginnen Wilhelmina en Juliana hun universitaire studie nooit hebben afgemaakt. De Oranjes, Willem-Alexander incluis, zijn nu eenmaal geen intellectuele hoogvliegers.
Enkele jaren later, in 1998, bleek Willem-Alexander zich ineens te hebben ontwikkeld tot een heuse deskundige op het gebied van 'waterbeheer'. Nadere bestudering van de website van het Koninklijk Huis leert wat zijn deskundigheid precies behelst: 'De Prins van Oranje bezoekt zowel in Nederland als daarbuiten bedrijven en instellingen in de watersector.' Hoe 'serieus' Willem-Alexander waterbeheer neemt, bleek toen in augustus 2008 - tijdens de Olympische Spelen! - in Stockholm de World Water Week plaatsvond. Willem-Alexander vloog weliswaar van Beijing naar Stockholm om de openingstoespraak te houden, maar keerde vervolgens spoorslags terug naar China, hoewel de World Water Week - zoals de naam al zegt - toch echt een week duurde.

Onheilig verbond
Olieverfschilderij door Beatrix van AmsbergOlieverfschilderij, vervaardigd door Beatrix op achttienjarige leeftijd

De halve waarheden en hele onwaarheden waarmee de RVD de publieke opinie vergiftigt, worden door de media - zowel de zelfverklaarde royalty watchers als de 'serieuze' pers - kritiekloos overgenomen. Hier openbaart zich het onheilige verbond tussen de media en de RVD als hoeder van het koningshuis, die elkaar in een ijzeren greep houden: de RVD is op de media aangewezen voor de instandhouding van de mythe rondom het koningshuis, terwijl de media voor hun berichtgeving over het koningshuis veelal afhankelijk zijn van de (des)informatie van de RVD. Dankzij de innige samenwerking tussen de RVD en de media weten we ook het nodige over Beatrix. Want terwijl de politieke macht van Beatrix door het 'geheim van Huis ten Bosch' veilig aan het zicht van het volk wordt onttrokken, wordt ons af en toe wel een inkijkje in haar privéleven gegund.
Een van de hardnekkigste mythen over Beatrix die door de RVD in stand worden gehouden, is haar vermeende kunstzinnige aard. Ook in dit geval is het verhelderend de website van het Koninklijk Huis te citeren: 'De Koningin heeft grote belangstelling voor beeldhouwen, schilderkunst, ballet en muziek. Zij heeft regelmatig exposities en voorstellingen, waarbij zij graag contact zoekt met de kunstenaars.' Zonder de verhelderende laatste bijzin zou je kunnen denken dat Hare Majesteit regelmatig zélf exposeert en in een tutu op de planken staat! Wanneer Beatrix een concert, expositie of balletvoorstelling bezoekt, bestaat hiervoor echter meestal een officiële aanleiding zoals de opening van een concertzaal, het jubileum van een ensemble, een beschermheerschap of een staatsbezoek. Dit behoort nu eenmaal tot haar representatieve taken als staatshoofd, haar core business zogezegd. In dit opzicht onderscheidt zij zich waarschijnlijk niet van willekeurig welk ander staatshoofd.
Maar de RVD heeft meer troeven achter de hand: 'De Koningin houdt zich elk jaar intensief bezig met de toekenning van de Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst.' Deze prijs is in 1871 weliswaar door Willem III ingesteld, maar de prijsuitreiking en de aansluitende tentoonstelling staan onder auspiciën van de Stichting Koninklijk Paleis te Amsterdam. Uit het handelsregister blijkt dat Beatrix op geen enkele wijze bij deze stichting betrokken is. En in 2008 had zij al evenmin zitting in de jury. Je vraagt je onwillekeurig af wat de 'intensieve' bemoeienis van Beatrix met deze prijs behelst anders dan de plechtige uitreiking ervan.

Aristocratisch amateurisme
Beatrix' belangstelling voor de schone kunsten gaat echter veel verder dan die van een passieve kunstminnaar, immers: 'De Koningin houdt van beeldhouwen.' Dit banale zinnetje is kenmerkend voor het beeld van Beatrix dat ons door de RVD steeds weer wordt ingeprent. Zo ontbreekt in geen enkel door de RVD goedgekeurd filmportret van Beatrix het beeld van de vorstin scheppend in haar atelier. Maar dit alles zegt hoegenaamd niets over haar kunstzinnigheid. Het is bijvoorbeeld bekend dat Juliana ten paleize toneelstukjes opvoerde, maar daarmee was zij nog geen begenadigd actrice - eerder een dilettante.
Je zou ter verdediging kunnen aanvoeren dat Beatrix les heeft gehad van 'leermeesters die in een degelijke, figuratieve traditie stonden' en dat zich 'her en der een bescheiden werk in de openbare ruimte' bevindt. Deze informatie is afkomstig van de website van de Koninklijke Bibliotheek, waar de vorstin schaamteloos wordt bewierookt. Het is een mooi voorbeeld van 'the flattery inherent in any contemporary assessment of an aristocratic amateur', aldus in een ander verband de Britse dirigent Philip Thorby. Wanneer we bovenstaand citaat serieus nemen, ontleent Beatrix haar artisticiteit kennelijk niet aan enig talent, maar aan het feit dat zij les heeft gehad van zekere 'leermeesters'.
Hoe valt de belangstelling voor het 'werk' van Beatrix dan te verklaren? Het volgende voorbeeld is in dit verband illustratief. In september 2006 werden in Groot-Brittannië 21 aquarellen geveild die aan Hitler werden toegeschreven. De landschapjes brachten maar liefst 118.000 pond op. Dat mensen bereid waren veel geld voor aquarellen van Hitler te betalen, heeft niet zozeer met de artistieke waarde of het kunsthistorisch belang ervan te maken, als wel met de persoon van de 'kunstenaar'. Hetzelfde geldt mutatis mutandis ook voor de belangstelling voor Beatrix' huisvlijt.

Esoterie
Niet zelden liggen aan de overmatige waardering van Beatrix' kunstzinnigheid ook heel aardse motieven ten grondslag. Zo nodigde Rudi Fuchs Beatrix in 2000 ter gelegenheid van haar twintigjarig ambtsjubileum uit om als gastconservator van het Stedelijk Museum op te treden. Deze uitnodiging was minder onbaatzuchtig dan zij op het eerste gezicht misschien lijkt. Want het vermoeden van Hans van den Bergh in het Klein republikeins handboek dat Beatrix zich door Rudi Fuchs 'voor diens image building' heeft laten gebruiken, werd in 2007 bewaarheid, toen Rudi Fuchs - voor wat, hoort wat - door de koningin werd onderscheiden met de eremedaille voor Kunst en Wetenschap, behorende bij de Huisorde van Oranje. Een fraai staaltje Nederlandse koopmansgeest is overigens het feit dat bij het ministerie van Buitenlandse Zaken acht jaar na dato nog steeds een dvd over de door Beatrix samengestelde expositie verkrijgbaar is.
De egards waarmee Beatrix door personen uit de kunstwereld, zoals de sluwe vos uit Amsterdam, wordt behandeld als ware zij hun gelijke, maken duidelijk dat de omgang met iemand die haar ambt 'bij de gratie Gods' uitoefent op menigeen kennelijk een onuitwisbare indruk maakt. Dit verklaart ook de belangstelling voor de bijeenkomsten die Beatrix tussen 1968 en 1975 op kasteel Drakensteyn belegde. Het doel van deze bijeenkomsten, waarvoor beeldend kunstenaars, dichters, musici en schrijvers werden uitgenodigd, was nogal mysterieus: 'Om een werkelijk inzicht in de geest van de tijd te krijgen, moet men de essentie leren begrijpen van de phase van ontwikkeling waarin de geest van de mens, dus de mens zelf, van die tijd en op die plaats verkeert.' In haar jonge jaren deed Beatrix in haar hang naar esoterie blijkbaar niet onder voor haar moeder en grootmoeder. Niet alle uitgenodigde kunstenaars waren gevoelig voor deze hocus-pocus: 'We kregen een onbegrijpelijk soort brief en huilend van het lachen hebben we die aan elkaar voorgelezen', aldus Reinbert de Leeuw.
Wat hierboven over de vermeende kunstzinnige aard van Beatrix is gezegd, kan probleemloos worden veralgemeniseerd. De bijdrage van de Oranjes aan de kunst en cultuur hier te lande wordt schromelijk overdreven: 'De Oranjes en de cultuur is een hoofdstuk op zichzelf, dat zijn belang echter niet aan zijn omvang dankt. Men is er bijster gauw over uitgepraat', aldus Jan en Annie Romein (geciteerd in het Klein republikeins handboek). En daarmee is alles gezegd!





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander