Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Boekaanbeveling Frits Hoekstra "De Dienst, de BVD van binnenuit"
Webredactie, 8 juli 2014



iets

Een 'insider'-verslag van wat er allemaal gebeurt binnen de geheime dienst is uitzonderlijk. Het boek van Frits Hoekstra, jarenlang leidinggevende in de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) - thans Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) - is zo'n uitzondering.

Tijdens de Koude Oorlog was Frits Hoekstra betrokken bij het volgen van de CPN en haar mantelorganisaties en hield hij communistische infiltranten in de PvdA nauwlettend in de gaten. Ook hield hij zich bezig met de activiteiten van de IRA en de RAF. Over zijn ervaringen bij de veiligheidsdienst, waarin die tekortschoot of juist successen boekte, schreef hij eerder In dienst van de BVD, een boek dat veel stof deed opwaaien. In De Dienst gaat hij verder in op onderwerpen die daarin aan bod kwamen (omgang van de BVD met de dreiging van de Koude Oorlog). Maar ook beschrijft hij hoe er sinds 11 september 2001 een totale omkering in het politiek-maatschappelijk klimaat is gekomen als het gaat om de omgang met terroristische dreiging.

Over de auteur:
Frits Hoekstra (1946) begon als officier inlichtingen en veiligheid bij de Koninklijke Luchtmacht en trad in 1971 bij de BVD in dienst. Na een aantal jaren van operationeel 'veldwerk', zowel op het terrein van antiterrorisme als op dat van heimelijke politieke beïnvloeding, kreeg hij al op vrij jonge leeftijd de leiding over operationele afdelingen. In 1987 heeft hij de BVD verlaten.

Bekijk het interview van "Altijd Wat" van de NCRV met Frits Hoekstra.



Hieronder een opmerkelijk fragment betreffende het koningshuis uit het boek. Blz 194 - 199.

quote open



In de affaire, waarbij De Roy van Zuydewijn en prinses Margarita via publicaties in HP/De Tijd beweerden door het Koninklijk Huis stelselmatig te zijn dwarsgezeten, heeft de dienst wel een zekere rol gespeeld door een onderzoek in te stellen naar de achtergrond van het aspirant-lid van de koninklijke familie. Er is overigens in die affaire wel op z'n minst onhandig geopereerd door de directeur van het kabinet van de koningin, niet door de dienst, die gewoon gedaan heeft wat gevraagd werd. Verzoeken van dat kabinet waren min of meer sub rosa, niet altijd gedekt door de letter, maar wel door de geest van de wet. Na de affaire is het kabinet onder verantwoordelijkheid van de ministerpresident geplaatst.

Als zogenaamde belangendrager kon de directeur van het kabinet toen nog zelfstandig een dergelijk verzoek doen. En dat de minister daarvan niet op de hoogte was? Een minister kan onmogelijk van alles wat zo'n dienst doet op de hoogte zijn. Akkoord, ietsje meer politieke antenne bij de BVD-leiding had hier wel gekund, dan was die informatie misschien eerder bij de politiek gekomen, maar feitelijk valt de dienst niets te verwijten. In het onderzoek kwam uit het dossier bij de Amsterdamse sociale dienst naar voren dat De Roy van Zuydewijn als buddy voor een aidspatiënt had gefunctioneerd.

Kwade tongen beweerden op grond daarvan later dat hij zich in de Amsterdamse homoscene had opgehouden. Het verzoek voor het onderzoek is door Felix Rhodius, toenmalig directeur van het kabinet, min of meer informeel rechtstreeks aan het toenmalig plaatsvervangend hoofd van de dienst Onno Koerten gericht. Het kabinet van de koningin is onzorgvuldig met de verstrekte informatie van de dienst omgesprongen. Carlos de Bourbon de Parme, vader van Margarita en ex-echtgenoot van prinses Irene, had natuurlijk die informatie niet behoren te krijgen, evenmin als opa Bernhard.

Het idee van De Roy van Zuydewijn dat opa Bernhard achter een en ander zat, is niet helemaal onzinnig. Zijn vader was in de jaren zestig van de vorige eeuw advocaat van de van oorsprong Litouwse uitvinder Alexis Argamakoff, die een rol speelde in zaken die met de wapenindustrie en de affaire-Texeira de Mattos hadden te maken. Ook prins Bernhard speelde op dat toneel een, nog steeds niet geheel ontrafelde, rol. Argamakoff was tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken bij het naziraketprogramma om de V2 te ontwikkelen. Door medewerkers van de bank Texeira de Mattos werd hij in de jaren vijftig financieel in staat gesteld in Amsterdam zijn hittezoekende kristallen verder te ontwikkelen, waarna zij er een commercieel succes van wilden maken. Als bekend is de bank destijds failliet gegaan.

De Roy van Zuydewijn senior heeft Argamakoff met zijn juridisch advies los weten te maken van Texeira de Mattos en voor hem patenten in zowel het Westen als het Oostblok verzorgd. Nadien is de Litouwer door een Franse inlichtingendienst weggekocht om voor de Franse wapenindustrie te werken. Hij heeft zijn laatste jaren aan de Cote d'Azur gesleten. Het is niet ondenkbaar dat Bernhard niet erg ingenomen was met de bemoeienis van De Roy van Zuydewijn en dat er, zodra hij van de banden van zijn kleindochter met een jongeman van die naam hoorde, bij hem bellen zijn gaan rinkelen.

Daarnaast was Felix Rhodius de zoon van een van de oprichters van de handelsmaatschappij Rhodius-Koenigs, die in het interbellum moederbedrijf was van onder meer Degussa en Cellastic. Beide bedrijven hadden connecties met Texeira de Mattos. In de oorlogsjaren heeft Cellastic in Parijs in het kernfysisch laboratorium van Frédéric JoliotCurie, dat al in juni 1940 onder gezag van de Wehrmacht kwam, gewerkt aan de ontwikkeling van een atoombom voor de nazi's. De Nederlandse professor Jacob Kistemaker was daar toen in dienst. Als bekend was Bernhard toen hij in contact kwam met Juliana in dienst van het Parijse kantoor van IG-Farben en bracht hij in juni/juli 1940 nog een bezoek aan Parijs. Het is een kleine wereld.

Bernhard was in 1943 'toevallig' te gast bij de familie van de vrouw van zijn oudste kleinzoon in Argentinië, Zorreguieta, en kleindochter Margarita komt aanzetten met de zoon van die vermaledijde advocaat van Argamakoff... En Rhodius, directeur van het kabinet van de koningin, blijkt de zoon van de oprichter van een dekmantelbedrijf voor de ontwikkeling van een nazi-atoombom... Bernhard zou in de jaren vijftig een poging hebben gedaan de bank Rhodius-Koenigs (kredietverstrekking was de enige overgebleven activiteit) te kopen. Uiteindelijk kwam de bank in handen van de bank Labouchère, een aan het hof ook al niet onbekende familienaam: Martine van Loon-Labouchère is sedert 1984 grootmeesteres onder koningin Beatrix. Daarnaast is opmerkelijk dat de familie Rhodius nauw verwant is aan de Argentijnse familie Bunge, via graanmultinational Bunge Ltd de grootste landeigenaar van Argentinië. Het is inderdaad een kleine wereld ...

Ook in de aanloop naar het huwelijk van prins Johan Friso met Mabel Wisse Smit was er veel gedoe waar de BVD/AIVD in werd genoemd. Via een schimmige Chileense informant van misdaadjournalist Peter R. de Vries werd in een tv-programma onthuld dat de latere prinses Mabel een innige, zo niet intieme, relatie had onderhouden met de in 1991 vermoorde drugsbaron Klaas Bruinsma. Een en ander zou zich hebben afgespeeld op de Neeltje Jacoba, een vroegere reddingboot, toen het jacht van Bruinsma. Door daar geen kennis van te dragen zou de AIVD volgens sommige media en politici gefaald hebben: in juni 2003 had de dienst verklaard dat er geen enkel bezwaar was tegen toetreding van Wisse Smit tot de koninklijke familie en het Koninklijk Huis door haar verloving met de tweede in lijn van troonopvolging.

Het kan de AIVD niet verweten worden dat de dienst niet bekend was met de intieme details van de connectie van Mabel Wisse Smit met Klaas Bruinsma en haar verblijf op de Neeltje Jacoba. We hebben immers in ons land gelukkig geen Stasi die zich bezighoudt met de intieme betrekkingen van burgers, zelfs niet van topcriminelen, waar overigens niet de AIVD maar Justitie zich mee bezighield. Toch zijn er vraagtekens te zetten bij de hele gang van zaken. Binnen een week na de aanvraag lag de verklaring van geen bezwaar bij minister-president Jan Peter Balkenende. Deze wilde in dit geval het veiligheidsonderzoek, omdat het om de verloofde ging van een lid van het Koninklijk Huis, de aanstaande echtgenote van een mogelijke troonopvolger, dat is iets anders dan zomaar een lid van de koninklijke familie. Het huwelijk zou ter goedkeuring aan de Staten-Generaal worden voorgelegd, hetgeen door het bekend worden van de relatie met Klaas Bruinsma overigens niet is doorgegaan. Daardoor is Friso niet langer troonpretendent.

Hoe kon de dienst zo snel werken? Normaal gaan er weken, zo niet maanden, overheen voordat de dienst een rapport kan uitbrengen. Mabel Wisse Smit studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en in haar studietijd had ze, behalve met Bruinsma, ook nog een tijdje een relatie met een Deen die bij Ajax voetbalde. Vóór haar afstuderen deed ze vier stages, behalve bij ABN AMRO en Shell ook bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Verenigde Naties. Zeker voor beide laatste stages is een uitgebreid veiligheidsonderzoek door de BVD een vereiste: zij was dus bekend bij de dienst. Na Buitenlandse Zaken ging ze stage lopen bij de VN in New York, waar ze in 1993 een relatie kreeg met - de overigens gehuwde - Mohammed (Mo) Sacirbey, oorspronkelijk Sacerbegovic, toen ambassadeur bij de VN voor Bosnië-Herzegovina en vervolgens in 1995 Bosnisch minister van Buitenlandse Zaken. In die hoedanigheid speelde hij een belangrijke rol bij het tot stand komen van het Dayton Akkoord over de verdeling van het land en de beëindiging van de Balkanoorlog.

Sacirbey werd tijdens de onderhandelingen in Dayton vergezeld door zijn geliefde Mabel, die zo met haar neus boven op die onderhandelingen zat. In een door haarzelf gecorrigeerde tekst op het onvolprezen Wikipedia verklaart ze haar aanwezigheid daar door haar grote betrokkenheid bij mensenrechten. Maar dat is volgens iedereen die erbij was en het stel destijds meemaakte onzinnig; zij waren duidelijk een (liefdes)paar. Volgens een enkele bron zou de Amerikaan Richard Holbrooke, die de onderhandelingen leidde, haar eenmaal de onderhandelingszaal uit hebben gezet omdat hem onduidelijk was wat zij daar deed. Het is praktisch ondenkbaar dat Wisse Smit in die tijd, bekend als zij al was bij de dienst, niet als agent/informant van de BVD heeft gefungeerd. Nederland was vooral door de militaire aanwezigheid betrokkene in het Balkanconflict. Daarnaast was informatie uit de eerste hand over de Bosnische onderhandelingsstrategie natuurlijk internationaal buitengewoon kostbare 'handelswaar' in de wereld van de inlichtingendiensten.

Wanneer de connectie van de dienst met Wisse Smit al bestond voordat ze naar New York vertrok, wat alleen al vanwege haar stage bij Buitenlandse Zaken en het daarmee gepaard gaand veiligheidsonderzoek voor de hand ligt, is het niet ondenkbaar dat haar door de dienst is gevraagd contacten met Sacirbey aan te knopen. Tegenover de NIOD-commissie die de val van Sebrenica onderzocht, hebben ambtenaren van Buitenlandse Zaken verklaard dat Sacirbey en Wisse Smit invloed uitoefenden op het Nederlandse Balkanbeleid. Onder hen Henk van der Zwan, destijds hoofd politieke VN-zaken op het ministerie, van 2002 tot 2006 algemeen secretaris van het Koninklijk Huis(!) en in 2011 National Coördinator for International Positions bij Buitenlandse Zaken. Omdat er van een formele positie van het paar jegens de Nederlandse overheid geen sprake was, kan die invloed bijna niet anders dan via de dienst zijn gegaan. Haar rol als informant/agent verklaart ook hoe het heeft kunnen gebeuren dat zij, zoals RTL Nieuws destijds berichtte, eerder dan Balkenende, maar in elk geval vooraf aan het eerste gesprek met de minister-president, kennis droeg van de inhoud van de AIVD-rapportage over haar. Haar betrekkingen met de dienst waren immers al jarenlang vrij hecht geweest.

Sacirbey is, nadat hij van 1996 tot 2000 opnieuw Bosnië bij de VN vertegenwoordigde, in 2001 gearresteerd op verdenking van verduistering van zeshonderdduizend dollar aan fondsen die voor de Bosnische regering waren bedoeld. Sacirbey is nooit voor het hem ten laste gelegde berecht. Hij heeft zich in tweede instantie met succes bij de Amerikaanse justitie verweerd tegen uitlevering aan Bosnië. Die verlossende uitspraak kwam pas in september 2006. Hij heeft zestien maanden in een Amerikaanse gevangenis doorgebracht voordat hij in juli 2004 op een borgsom van 6 miljoen dollar werd vrijgelaten. quote sluiten


VIDEO Denkcafé: De geheime dienst van Nederland:




"De Dienst" is o.a. te verkrijgen bij Uitgeverij Boom


Zie ook:





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander