Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
Boekrecentie 'Nederland en het verhaal over Oranje'
Laura Belgica - 19 mei 2012

iets


'Nederland en het verhaal over Oranje' (uitg. Balans 2012) : de zoveelste studie die met wetenschap niet zoveel van doen heeft.

We weten niet of Coos Huijsen een goed leraar of politicus geweest is of geweest kan zijn. Hij heeft als Kamerlid destijds de CHU ingeruild voor de PvdA, wat in zijn voordeel kan pleiten maar wat hij binnen en buiten die Kamer heeft geöreerd is nauwelijks de moeite van het memoreren waard. Het was allemaal oranje-geleuter van een generatie die toen al lang uitgestorven had moeten zijn. En nu, verdorie, laat hij zijn geluid opnnieuw horen en wel via een proefschrift waarmee hij kennelijk wil aantonen dat de oranje-garde nog steeds niet helemaal monddood is, Goed dan, wij groeten de laatste der Mohikanen.

De redactie begrijpt dat de bezoeker van deze site enige opheldering behoeft over onze relatie tussen beoefening van serieuze wetenschap en geneuzel. Er moet tussen deze twee elementen een scherp onderscheid worden gemaakt. Wie ooit iets met theologie te maken heeft gehad, weet dat het o.a. daar gaat om irrealiteiten, onwerkelijkheden, verzinsels en zelfs publiek bedrog. Wat 'godgeleerden' hebben verzonnen over de schepping, over hemel, hel en vagevuur, over sacramenten, aflaten, wonderen en de drievuldigheid, heeft natuurlijk geen enkele wetenschappelijke betekenis.
Men fantaseerde er aan de hand van bepaalde teksten op los, gaf deze interpretaties met steun van binnen- en buitenkerkelijke machthebbers 'eeuwigheidswaarde' - althans goed voor enkele eeuwen - en streek de revenuen - die niet altijd alleen uit geld bestonden - op en stierf in geur van heiligheid. Terwijl het nageslacht opgescheept zat met een ballast die nauwelijks nog iets te maken had met het 'beati sunt pacifici'- 'zalig zijn zij die vrede zoeken' van de arme Jezus van Nazareth, en die werd gekruisigd.

Let wel: hebben die godgeleerde uitleggingen 'an sich' geen enkele wetenschappelijke waarde over het fenomeen God, hun betekenis is vooral cultuurhistorisch. Welke in onze ogen krankzinnige dingen ook er in alle verschillende landen in Oudheid en Middeleeuwen - en we moeten er ogenblikkelijk aan toevoegen: in alle moderne landen, Nederland niet uitgezonderd - van de eigen God werden gezegd, de absurditeiten welke op grond van die Godsoorstelliingen overal het hele dagelijkse leven heersten, waren concrete, reële zaken.
Wie - bij benadering - wil weten hoe eens gedacht werd over het ontstaan van de schepping, het verkrijgen van eeuwig geluk, de zin van het leven, de noodzaak van krijgsdienst(!), het sneuvelen voor het vaderland, de relatie tussen ouders en kinderen, over armoede, euthanasie, begrafenis en crematie, etc., etc. is bij uitsluiting aangewezen op die vermaledijde godgeleerden die maar aan fantaseerden over God maar tegelijkertijd het nageslacht kostbare informatie gaven over de tijd waarin zij leefden en leraarden.

Op soortgelijke theologische wijze was het gesteld met de fabeltjes die de koningen en koninginnen met alle middelen verspreidden over hun persoonlijke relatie met God (het koningschap bij de gratie Gods) die hen zelf zou hebben aangesteld, soms zelfs ook op het slagveld aanwezig was - alleen niet sneuvelde - en aan wiens superieure dienaar het volk met vreugde zijn belastinggelden diende te betalen.
Niet Iedereen geloofde die schone leugenverhalen destijds helemaal, vooral niet omdat al bij de geringste twijfel God zelf zou ingrijpen, was het niet door zijn aards personeel dan toch door hemelse straffen als onweer, misoogsten, overstromingen, epidemies en oorlogen. Wie vrij en gezond wilde blijven leven, deed er maar het beste aan braaf en gehoozaam te zijn en zeker geen opstandige gedachten te koesteren.

Het gepruts van theologen en vorsten moge wetenschappelijk-inhoudelijk nooit een relatie met de waarheid hebben gehad, het feit dat zij die de macht hadden hun dwaze voorstellingen eeuwenlang onder het volk te verspreiden, maakt hun doctrines tot onmisbare bronnen van onze cultuurhistorische kennis. Niet dus vanwege de op zich volledig onnozele inhoudelijke inbreng dus maar door hun politieke invloed in alle geledingen van de gehele maatschappij zijn de 'godgeleerde' geschriften voor onze historische wetenschap onmisbaar.

Wat heeft dat alles nu met met die eerzame Coos Huijsen te maken? Wel, de titel en de strekking van diens boek roepen onmiddellijk de associatie met de godgeleerde op die het publiek er aan herinnert dat 'Oranje bindmiddel voor de natie' is. Natuurlijk is dat gelukkig nooit zo geweest en zal dat hopelijk ook nooit zo worden. Maar uit Huijsens rommelige en onduidelijke boek zou de enigszins in de war geraakte lezer kunnen concluderen dat de auteur het koningschap van die omhoog geduwde, onbekwame miljardair Amsberg, ondanks diens geknoei, voortdurend bewezen onbekwaamheid en dure vakantie-villa's-kopende vrije-tijdsbesteding niet alleen als iets vaststaands beschouwt, maar ook dat deze man 'zijn koningschap de vorm zal geven van de 'dienaar van het volk', zoals dat naar Huijsen suggereert van begin af aan de bedoeling is geweest.
Daarmee zou deze aartsconservatieve en oerdomme potverteerder tot republikein zijn verheven, iets wat een echte republikein zoals we bij Pro Republica proberen te zijn, nimmer kan accepteren. Niet voor niets is onze leuz :'dat in een vrije Republique niemant aan gheboorte enich recht heeft tot hooge digniteyten' (Acte van Seclusie).

Volgens onze onvolprezen theoloog Huijsen loopt er een rechte lijn van het Plakkaet van Verlatinghe (1581) via het erfstadhouderschap, de landing te Scheveningen in 1813; het lied 'Wiens Neêrlands bloed' van Tollens', Willem II, die de grondwet voor zijn kiezen kreeg; Willem II, die zeer 'onbehouwen' was; Emma die haar dochter in het Nederlandse natie-besef opvoedde; Wilhelmina ('Willem van oranje in mantelpak') die de 'Tweede Wereldoorlog als 'reprise van de 80-jarige oorlog' beschouwde; Juliana, voor wie het al voldoende was 'er te zijn' en mevrouw Amsberg die zich vooral concentreerde op 'de waardigheid van het ambt', wat dat ook moge zijn, naar 'Willem IV'(?).

Na in dezelfde geschiedenis -voor-analphabeten-stijl ook nog allerlei prietpraat te hebben weggewauweld over Leila en haar onbegrepen natiebesef is dan degene aan de beurt, van wie Huijsen dan denkt dat hij het nieuwe staatshoofd zal worden. Hij moet het Plakkaet van Verlatinghe alsnog in de grondwet opnemen en de verjaardag van Willlem van Oranje (24 april) tot nationale feestdag maken. Aldus 'het grote oranjeverhaal' van dominee Huijsen. Noch Huijsen noch Amsberg maken echter ook maar een schijn van kans. Nederland is republikeins of niet-republikens. Wat een geschutter en dat bij een dissertatie.
We zijn het CDA niet!


iets

Coos Huijsen / Nederland en het verhaal van Oranje / ISBN 978-94-600-3337-7 / 29,95 / 528 p. / 20 april 2012

Klik op de afbeelding of de link om het boek te bestellen.







ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander