Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
De drie-eenheid: nationalisme, militarisme, staatshoofd
Webredactie - 7 april 2012

iets iets iets

Nationalisme
Van de verschillende drie-eenheden die in de seculiere geschiedenis der mensheid bekend zijn geworden is ongetwijfeld die van nationalisme, militarisme en staatshoofd de meest beruchte. De vormen, de namen en de omstandigheden waaronder zij afzonderlijk en in samenspanning optraden mogen verschillen, zij zijn altijd duidelijk te herkennen geweest aan domheid, misdadigheid en leugenachtigheid.
In bijna elke staatkundige gemeenschap is het nationalisme, de liefde voor het vaderland, de rode draad geweest van regeerders en volk. Wat is dat, het lieve vaderland? Het antwoord is simpel: niets.

Het vaderland is niets anders dan een fictie. Zeker, overal bestaan conglomeraties van mensen die dezelfde gewoontes hebben van leven, spreken, onderwijs, huisvesting, verkeer, de kost verdienen, betalen, voedselbereiding, eten, huisvesten, God aanbidden, vechten, sterven en begraven (waarbij uiteraard alles bepaald wordt door de natuurlijke gesteldheid van het land, het klimaat en de technische en wetenschappelijke kwaliteiten van die bevolking) en waarover instituties - regeringen heten zij - de baas spelen.

Die volken en regeringen hebben allemaal gemeen dat zij zich in het diepst van hun hart superieur wanen aan alle andere volken in de directe of verre omgeving met wie ze vaak of minder vaak contact hebben. Nergens - zo laat iedereen zich wijsmaken - wonen er echter aardiger, fatsoenlijker, intelligenter en vredelievender mensen dan in dit eigen land; nergens rijden de treinen - en allemaal met WC's aan boord - meer op tijd dan hier; nergens is het gras groener; nergens zijn de straten en het publieke domein schoner; nergens vervuilen burgers met hun honden de tuintjes; nergens hebben de bewoners last van muziek, geschreeuw, geweld en gepest door de buren; armoede komt bij ons ook niet voor, terwijl de medische voorzieningen perfect zijn. Trouwens, ook het Nederlande voetbal - de nieuwste vorm waarin een opgeklopt oranje-nationalisme vorm heeft gekregen, heet tegenwoordig superieur, als we tenmiste de ogen dicht houden voor alles wat er in dat commerciële en corrupte wereldje allemaal mis is.

Zo gauw je echter de grens over bent, begint de ellende. Het volk praat daar een onbegriipelijk taaltje, de huizen lijken meer op stallen voor dieren dan op woningen voor mensen; de sociale tegenstellingen zijn er niet om aan te zien; de straten zijn vies; het openbaar vervoer is erbarmelijlk; er is heel ander geld, dat er uitermate onbetrouwbaar uitziet; treinen hebben geen dak, terwijl het voedsel, waarvan de honden geen brood lusten, stinkt; je struikelt er letterlijk over de bedelaars en de priesters zijn op geld beluste schavuiten. Als je ons eens daarmee vergelijkt...

Zo ontstond al heel lang geleden de fabel van het heerlijke vaderland: 'Ubi patria, ibi bene', zeiden de Romeinen: 'waar het vaderland is, daar is het per definitie goed'. Iedereen die dat niet wist of daarvan niets wilde geloven, werd door de voortdurende indoctrinatie van kerk, school en familie met vaderlandse liedjes, vlagvertoon, mooie pakken en nog mooiere petten, door het regelmatig verschijnen van 'majesteiten' - een bijzonder soort criminelen die zich zelf of elkaar hebben aangesteld - op bijeenkomsten met hun schitterend geklede knappe vrouwen en vertederend zwaaiende kindjes, aangepraat dat 'er geen land zo voortreffelijk was als dat van ons'. Het is een land waar men terecht trots op kon en moest zijn en - daar ging het eigenlijk om - waar men alles voor elkaar over had, zelfs het eigen leven.

Daar zo' n voortreffelijk land door schurken-staten als de buurlanden of - een eindje verder op - door zwarte of bruine of gele schavuiten, heidenen, ketters of communisten voortdurend bedreigd werd die jaloers waren op onze welvaart, schoonheid en rust was begrijpelijk. Het was dan ook niet minder dan vanzelfzelfsprekend dat wij ons daartegen teweer stellen door een sterke weermacht. Dat kostte dan wel helaas een paar centen en hier en daar misschien ook wel het leven van een der onzen, maar die offers brachten we graag, vooral als wij zelf er persoonlijk niet bij betrokken waren vanwege onze leeftijd, onze onmisbare functie, een al dan niet voorgewende besmettelijke maar moeiijk controleerbare ziekte of beenspierspierverstijving, door het ontbreken van duim en wijsvinger van de rechterhand, gevolg van een ongeluk (er gebeurden toen erg veel van dit soort ongelukken of gewoon door het bij je hebben van een flinke zak geld). Wat betekenden zulke offertjes vergeleken bij het genot van het samenwonen met al die lieve, keurige en vredelievende landgenoten binnen die ene en ondeelbare natie?

De moderne mens weet beter. Waarom moeten we wél een gemeenschap vormen met mensen die er ideeën en gewoonten op na houden welk hoogst onfatsoenlijk en zelfs schandelijk zijn? We vinden dit ordinaire volk ook binnen de eigen gemeente en misschien ook wel in onze eigen straat. Met hen moeten wij dan een liefdevolle vaderlandse gemeenschap vormen, terwijl mensen wier opleiding, belangstelling en idealen wij delen, maar die een andere huidskleur, gewoonten en taalgebruik door ons worden buiten gesloten en zelfs beoorloogd, mensen die welicht zelf ook de grootste hekel hebben aan nationalisme en oorlogen zoals wij. Hier zou een oproep van een nieuwe Marx aan alle anti-nationalisten om zich te verenigen op zijn plaats zijn.

Zoals gezegd: wanneer het vaderland ooit de ingezetenen iets gezegd zou hebben, dan is zulks voorgoed verleden tijd. Denkende mensen gaven of geven niets om dat vaderland, de VOC, een nationaal staatshoofd of soortgelijke brekebenen. Het vaderland zegt hun te minder wanneer zij 'trouw tot in de dood moeten zijn'. Terecht noemde Frederik van Eden het vaderland 'een onding, een dwaasheid en een absurditeit' (Kammerlar, 289).

In Leonard Franks roman 'Der Mensch ist gut' (Whalen, Bitter wounds 30) verneemt een jonge vrouw dat haar echtgenoot-soldaat zichzelf - zo heette dat - miljoenenvoudig opgeofferd had op het altaar van het vaderland. 'Opgeofferd op het altaar van het vaderland. Al-taar-van-het-vader-land'. Ze proeft als het ware de woorden met haar tong, staart in de verte, probeert zich het altaar van het vaderland voor te stellen. Ze kon het niet. Niemand weet wat het altaar van het vaderland is noch wat het vaderland zelf is, al willen wij er best een definitie voor verzinnen: 'het vaderland is een fantoom dat de mens - zich homo sapiens noemend - heeft bedacht maar nooit tot het einde heeft willen of kunnen uitdenken'. Een andere begripsduiding kan zijn: 'het vaderland is iets dat 12 mark - of minder - per maand kost'. Dat was tenminste de tekst die op de borden stond waarmee na-oorlogse invaliden tijdens een grote demonstratie door de straten van Berlijn paradeerden.

Uit alle delen van Duitsland waren de stumperds per trein aangevoerd. De leider was een man zonder armen en benen op een bakfiets, heersend als een vorst over de rotzooi waar hij op lag. Daarachter trokken duizenden mannen in hun oude en vieze front-uniformen. Mensen zonder armen zonder benen, blinden begeleid door een hond; mensen met open gereten gezichten en verbrijzelde kaken. Daarna kwamen de neurotici met hun trillende lichamen (od. 124-5). Zij allen ware voor het vaderland ten oorlog uitgetrokken.

Hoe kunnen mensen, politici en vooral opvoeders zich ooit met het vaderland identificeren?





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander