Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  
'Stelt in liberalen - van Thorbecke tot Rutte - nooit vertrouwen'
Webredactie

iets iets


Terwijl in de republiek Duitsland het aftreden van president Wulff (nièt Wulf!) in betrekkelijk korte tijd bekeken was, zijn we in het monarchale Nederland wie weet hoe lang al bezig een ander staatshoofd op de troon te zetten.
We beseffen wel dat een vergelijking zoals geen enkele helemaal opgaat en misschien zelfs ook niet geheel eerlijk is. Wulff immers heeft zich ooit verrijkt, wat terecht niet geaccepteerd kon worden, weshalve hij de eer aan zich zelf hield, terwijl in Nederland noch van exorbitante rijkdom noch van zelfverrijking zelfs in de verste verte sprake is. Hoewel...., we moeten oppassen met woorden als 'verste verte'. Overigens heeft geen enkele Duitse president ooit de belastingdienst getild, terwijl Amsberg niet eens zou weten hoé ze dat zou moeten doen.

Dit artikel gaat echter niet over 'staatshoofden en hun geld' maar over hun successie, de vervanging van de ene mens door een andere in een functie waaraan, hoewel in de loop der jaren allang door andere ambten in betekenis voorbijgestreefd, nog immer - hoe ten onrechte ook - iets kleeft van aanzien, macht, aardse en wellicht zelfs hemelse glorie. In het onderhavige geval gaat het alleen over de Nederlandse opvolging in 2012. Dichter bij huis en contemporainer kan niet.

In de internationale historiografie kennen we ten aanzien van het afschaffen van monarchieën drie hoogtepunten, elk met een totaal eigen karakter:
1. het Nederlandse Tractaet van Verlatinghe van 26 juli 1581, met de beroemde zin 'dat d' ondersaten niet en sijn van Godt geschapen tot behoef van den Prince - maar den Prince om d' ondersaten wille, sonder dewelke hy gheen Prince en is' (Gosses 403);
2. Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van Philadelphia (juli 1776), die het evangelie van 'de vrije en soevereine mens ' proclameerde;
3. de revoluties in Frankrijk (1789 en 1848) en de Duitse staten (1848), Rusland (maart 1917) en in Bulgarije, Turkije, Oostenrijk-Hongarije en Duitsland (september-november 1918) na de verloren Eerste Wereldoorlog, welke de klungelende vorstenhuizen naar de afgrond voerden. In Nederland werd de aangekondigde socialistische revolutie 'afgelast' (Romein, Lage Landen, 648), alsof het om een voetbalwedstrijd ging.

Daarna werd en wordt elke monarchie vooral bedreigd (a) door eigen zwakte, luxe, criminaliteit en decadentie in eigen huis, alsook (b) door externe factoren als de betere educatie van het volk, de vrijheid van meningsuiting en de secularisering van de traditionele godsdiensten. Deze elementen samen voeren tot de conclusie dat het afsterven van het monarchale systeem de vrucht is van een veranderd inzicht in alle hoeken der samenleving en dat tegen de natuurnoodzakelijke ontwikkelingsgang der geschiedenis geen geneesmiddel bestaat. Over dat feit kunnen met name ook de vorstenhuizen zelf niet genoeg nadenken. Als ze dat deden, was er geen republikeinse beweging nodig.

Terug naar het eigenlijke onderwerp: de moeizame monarchale successie anno 2012 in ons land.
Terwijl in Duitsland de vorstelijke restanten nog overal goed zichtbaar blijven en er naar onze smaak daar ook veel te veel enge soorten 'Volkskrant' en 'Telegraaf' worden gelezen en de academische wereld - bij ons weten - daar te voorzichtig en te afstandelijk reageert op mogelijke monarchale intriges, is het meest markante verschil de afwezigheid in Berlijn van een centrale propagandadienst. Wellicht was daar na de erbarmelijke oorlogsjaren de afkeer van Volksaufklärung en Propaganda dermate hartgrondig dat er geen behoefte meer bestond aan nieuwe Göbbelsen.

In Nederland hebben we echter wel zo'n instantie, en wel de Rijks Voorlichtings Dienst (RVD) die door de monarchale familie gebruikt wordt als goedkoop en gemakkelijk propaganda-instrument. Er wordt een formeel onderscheid gemaakt tussen de leden van het Koninklijk Huis, voor wie de regering - de premier - verantwoordelijk is, en de leden van de koninklijke familie, die zogenaamd als gewone burgers door het leven gaan. Bestaat de eerste categorie uit drie personen (moeder Amsberg en haar oudste zoon en diens vrouw), de tweede categorie bevat de rest van de kliek.
Als we goed geteld hebben zijn het een man of 30/40, vrouwen en kinderen meegerekend. Voor de faits et gestes van die troep is zoals gezegd geen minister verantwoordelijk. De conclusie is dan ook dat iedere 'prins' - Maurits of Bernhard, of hoe heet dat volk - maar wat aan rotzooit. Als het eventueel te erg wordt en 'het in de krant komt', doet de premier niets - dan zou hij zondigen tegen het staatsrecht -, en wordt daar ook in de Kamer niet of nauwelijks op gereageerd. Dan vallen er hooguit een paar staatsrechtelijk onjuiste opmerkingen als 'koninklijke familie of koninklijk huis, wat maakt dat nu uit ?' Toegegeven zij dat het inderdaad allemaal één pot nat is, maar politiek zijn deze redeneringen levensgevaarlijk. De RVD doet of zijn neus bloedt en de gewone rechter zal zich niet gauw aan die 'hoge' (?) mensen branden.

De RVD houdt zich dus met al zijn personeel, macht, invloed, geld en relaties onder verantwoordelijkheid van de premier bezig met het gedrag van en de voorlichting over de drie leden van het koninklijk huis, wat in de praktijk wil zeggen dat de Dienst vóór alles verzwijgt, vervalst of goed praat, hetgeen zowel betreurenswaardig is als zelfs beschamend en belachelijk, temeer daar onder die drie leden beruchte leugenaars zitten. Stel dat één van het illustere drietal zich in een doodarm ontwikkelingsland ongegeneerd overgeeft aan het vuigste neo-kolonialistische kapitalisme, waarover terecht onder het volk - en in de volksvertegenwoordiging - grote bezorgdheid ontstaat.
Geen probleem! De RVD en de hem ten dienste staande kranten als Telegraaf en Volkskrant - we noemen maar wat namen voor de vuist weg - pogen de onrust te bezweren met allerlei door de betrokkenen opgehoeste leugens, waarvan niemand een zier gelooft. Het bedoelde lid heeft lak en larie aan premier en volksvertegenwoordiging en gaat gewoon zijn gang. De premier vraagt daarop aan de RVD en het lid nadere tekst en uitleg, die in specifieke bewoordingen aan de Kamer wordt doorgegeven, dat 'er niets aan de hand is' en 'waar maken jullie je druk om?'; 'de man handelt als lid van de familie'; 'regering en RVD hebben er het volste vertrouwen in dat er geen ongerechtigheden zijn voorgevallen'. De volksvertegenwoordiging, een college lafbekken, legt zich erbij neer.

Niet alleen passief - als hij ergens bij betrokken wordt - treedt de RVD op.
Zijn voornaamste activiteit is naast het luidruchtig verkondigen van de roemvolle daden van het drietal, ook nog eens te strijden voor het voortbestaan van de staatshoofdelijke status quo. Zie de charme-offensieven en andere kunstgrepen die de RVD - niet alleen de laatste tijd - aan de dag legt ter voortleving van de monarchie. In de eerste plaats werd en wordt met man en macht geprobeerd aan te tonen dat de naar voren geschoven kandidaat helemaal niet zo dom en lomp is als hij zich voordoet én dat zijn echtgenote een op en top democrate is, gesproten uit een ultra-democratische familie; dat Leila staatsrechtelijk minstens even goed onderlegd is als haar echtgenoot en dat zij geen enkele machtsaspiratie koestert.
Integendeel, dat zij dag en nacht bezig is met de wereldpolitiek - de verspreiding van het microkrediet en de bestrijding van de wereldarmoede - en vooral ook met de verzorging van haar knus gezinnetje, waar ze zo goed als altijd lijfelijk en alléén voor staat: de kindjes wassen, aankleden en naar school brengen; de kachel aansteken, boodschappen doen bij de Lidl of op de markt - want ze is zo zuinig als de dominee, aardappelen schillen, kleertjes verstellen, ramen zemen en vloeren dweilen en de post en de telefoon aannemen. Bijna nooit doet ze iets voor zichzelf.
Ze gaat zo goed als nooit naar de kapper en voor het kopen van een nieuwe jurk gunt ze zich de tijd niet. Je vraagt je af hoe lang dat broze, sexy-lijf van deze oervrouw - het beeld van de reclame - dat allemaal volhoudt. Ze klaagt nooit, hoe menselijk dat ook zou zijn, al is wel uitgelekt, dat ze iedere dag een paar keer tegen man en schoonmoeder telefonisch uitvalt, roepend: 'opschieten!, opschieten!, dadelijk is papa dood en die moet er nog bij zijn, wanneer ik de kroon op mijn hoofd zet'. Daarmee hoopt ze het abdicatieproces te versnellen, zodat die pappie zich openlijk en voorgoed gerevancheerd kan weten voor de 'smaad' hem bij haar huwelijk in 2002 door het Nederlandse volk aangedaan.

De Nederlandse RVD - we zouden het bijna over het hoofd zien - heeft terzake van de continuïteit ook de taak om er voor te zorgen dat heel Nederland voortdurend ervan op de hoogte blijft dat moeder Amsberg de godganselijke dag voor ons zit te regeren en van ophouden helemaal niet wil weten. Ze denkt gewoon dat ze onmisbaar is, zoals bij soortgelijke karakterstructuren wel vaker is vastgesteld.

Nederland heeft dus nu praktisch drie koningen voor wie de RV D in de bres springt in plaats van één.
Welk een rijkdom, zou je denken. Maar in werkelijkheid vechten de koninklijke ruziemakers elkaar de tent uit, zijn er een overheersende maar nauwelijks competente RVD en een incapabel parlement, neemt de verwarring tussen koninklijk huis en familie steeds verder toe hebben we een premier die de grootst mogelijke staatsrechtelijke onzin uitslaat. Tot nu toe zijn er minstens zes tegenstrijdigheden/ongrondwettigheden/onschendbaarheidsvarianten bekend, waarvoor hij de oplossing gesuggereerd omdat er geen probleem is er dus ook geen oplossing nodig is. Het allergrootste malheur van onze dagen is en blijft echter dat alle ministers staatsrechtelijke minkukels zijn. Het zijn deze dames en heren politici, die het meest spreken van de multi-interpreteerbaarheid van de grondwet van 1848.

Laten we ons dus voortdurend ervan bewust zijn dat, Rutte, hoe aardig en joviaal hij ook doet, van zijn taak als politiek leider een janboel maakt, evenzeer als destijds Balkenende, Kok en Lubbers dat deden. Om ons tot onze huidige lachebek te beperken: Rutte moge met een steeds toenemende historisch-staatsrechtelijke fantasie zijn fundamenteel gebrek aan kennis van zaken verhullen en de o.i. meest onzinnige staatsrechtelijke verdraaiingen afscheiden, het zal ook best kunnen zijn dat Rutte geenszins de linksdenkende anti-monarchist is die sommige republikeinen zo graag in hem zien, maar integendeel een hybridisch schepsel, een aartsreactionaire liberaal, die op gelijke wijze als Thorbecke tijdens Willem II en III gruwt van alles wat naar de republiek riekt en in het diepste geheim met het 'huis' intrigeert.
Het zal de (post-) tijdgenoten dan ook niets verbazen wanneer die Rutte vandaag of morgen publiekelijk zich laat ontvallen dat het verschil tussen het lidmaatschap van het koninklijk huis en dat van de familie meer theoretisch dan praktisch is, welke opvatting trouwens al meer aan het hof is gehoord en naar het schijnt ook door mevrouw Amsberg en haar 'lievelingsschoondochter" wordt gedeeld. In zo'n gedachtenwereld kan het destijds niet-indienen van een huwelijkswet-Friso/Mabel gemakkelijk een 'te herstellen vergissing' genoemd worden, welke zo snel mogelijk moet worden afgewerkt. Doorredenerend moet het dan niet uitgesloten worden geacht dat vandaag of morgen een van de bastaard-dochters van Lippe de Leugenaar alsnog als staatshoofd gecandideerd wordt. Bovendien was die Lippe een bovenste beste kerel van wie het helemaal nooit bewezen is dat hij in wapens handelde of er onwettige relaties op na hield. Zo blijft het vorstenhuis niet alleen in de familie en past deze redenering perfect in de pro-monarchale en anti-republikeinse filosofie van Rutte en consorten, onder we driekwart van het VVD-electoraat..

We laten hier kortstondig ons hoofdprobleem van de staatshoofdelijke opvolging in onze monarchie even los om iets te zeggen over het trieste ski-ongeval dat de heer F.Amsberg onlangs is overkomen, bij de afhandeling waarvan de RVD én de premier én het staatshoofd ongelooflijke blunders begingen.
Voor alle duidelijkheid: ook bij Pro Republica bestaat vanzelfsprekend een diep meeleven met het slachtoffer en zijn familie. Wij hebben echter nooit gesproken over 'koningen' en 'prinsen', laat staan dat wij die mensen ooit zouden hebben aangesproken met 'majesteit' of 'uwe koninklijke hoogheid', 'prins' of soortgelijke onzinnigheden. We hebben het altijd simpelweg gehad over mijnheer of mevrouw als gewone burgers onder elkaar.
Woorden als majesteit en hoogheid suggereren immers - daarom zijn ze ook ingevoerd - dat die lui een hoger volk zijn van andere makelij - 'bij de gratie Gods' heette dat - , terwijl de burgers niet meer zijn dan het profanum vulgus, het gewone volk, goed om in het zweet zijns aanschijns het brood te verdienen. Misschien kan het verschrikkelijke ongeluk dat Amsberg is overkomen er toe leiden dat de hele familie - inclusief de geparenteerde dames - beseffen, heel goed beseffen, dat wij allen stof zijn en tot stof zullen wederkeren. En dat er geen enkele reden is tot meerderwaardigheidsgevoelens, arrogantie of bekakt taalgebruik.

Welke waren de terzake belangrijke staatsrechtelijke blunders? Rutte dacht aanvankelijk in zijn al dan niet gespeelde onnozelheid dat hij politiek verantwoordelijk was voor Friso, wat juist nièt het geval was, daar deze zich zelf bewust aan die politieke onschendbaarheid had onttrokken. De premier bevond en bevindt zich daarmee politiek gezien tot Friso in dezelfde verhouding als bv. de buurvrouw van een medewerkster van onze site, die dezer dagen bij een tragisch carnavalsongeluk om het leven kwam of elke andere van die duizenden Nederlanders die iedere dag door de poort van de dood gaan. Elke zieke is triest, maar geen politicus maalt erom en kan er ook niet daarom malen.

Rutte moge wellicht een grote bewondering hebben gehad voor de geraffineerde wijze waarop Mabel Los zich destijds naar boven gelogen heeft, zij en haar echtgenoot hebben daarmee echt geen streepje voor op welke andere Nederlander ook.
Als in de grondwet en in de organieke wet staat dat de koning(in) onschendbaar is, dan staat daar niet: ''inclusief Lippe de Leugenaar, Irene de bomen-dominee/vlooienvoorspreekster of een verongelukt koningskind dat met de politiek gebroken heeft'.
Hoe hoog de geleerde Rutte dus ook moge zijn - hij is doctorandus in de geschiedenis, en dat is erg hoog hoor, net zo hoog als de heer pils, die wellicht dezelfde colleges in Leiden heeft gevolgd - , daarmee heeft deze historisch-staatsrechtelijke onbenul evenmin de kennis als de vrijheid om, nadat hem het ongeval ter ore was gekomen, zijn staatsrechtelijke jas om de dames Amsberg sr. en jr. heen te slaan en zonder enig nadenken 'namens het gehele Nederlandse volk' haar te verklaren hoezeer het volk mee leefde.

Bijna even onvoorstelbaar als het is dat Rutte of iemand uit zijn omgeving - de regering of de RVD - zich niet herinnerde dat Amsberg en zijn toenmalige vriendin bij hun huwelijk destijds bewust gekozen hebben voor een breuk met 'het huis', is het ondenkbaar dat de beoogde 'koning' (?) de journalisten in Innsbruck kwam vertellen dat zij voor nadere informatie bij de RVD moesten zijn. Het toppunt van onvoorstelbaar blunderen was echter dat zelfs nog lang na het ongeluk de dames Amsberg sr. en jr. de RVD inschakelden in plaats van zelf een eigen voorlichter te benoemen en intussen het verhaal over de gezondheidstoestand van deze burger aan de RVD overliet.

We sluiten nu weer aan bij wat hier boven over - vóór het Friso-incident - geopperd is over Ruttes mogelijk hybridisch denken. Er zouden dan twee mogelijkheden zijn. Ofwel de premier, die immer gewend is om uit de losse pols maar wat te roepen wat goed in het gehoor ligt, haalde de hele Amsberg-kliek onbewust als 'één pot nat' door elkaar, ofwel hij was wellicht al bewust bezig een verandering in de interpretatie van de grondwet van 1848 te bedenken zodat er t.z.t. geen grondwetswijziging nodig zou zijn en de eendracht wat minder exclusief op domme Willem zou vallen en de belangstelling voor het éne werkelijke alternatief van de monarchie - de republiek - zou worden afgeleid. Ter andere zijde lijkt het echter een totale miskenning van Rutte en diens politieke vrienden te denken dat deze hier een republiek willen invoeren. Wat zij willen is de ongestoorde voortzetting van de macht van de koningen, niets meer en niets minder. Later zullen wij hier op het 'probleem' van Ruttes politieke politieke 'hybridisatie'' nader terug komen.

We zwijgen verder berustend dat deze regering en het parlement alle dwaze beweringen die over en in ons land de ronde doen voor zoete koek slikken en niet onmiddellijk door de RVD laten corrigeren.
Of het nu gaat over het Polenmeldpunt van een gedoger der regering dan wel over de leugens van een dominee Liefting van de Oude Kerk in Delft, die fris van de lever in zijn dommigheid en verdwaasdheid zijn kerkvolk staat voor te liegen dat 'de Heer ons land en volk een Koninklijk Huis heeft geschonken waarvoor we oprecht dankbaar mogen zijn'. (Vkrt.27.2) Het is puur gejok dat de familie Amsberg bij 'de gratie Gods' regeert, evenmin als dat het geval was bij de families Bourbon, Habsburg, Hohenzollern of Romanov, al is dat eeuwenlang wel als waarheid vanaf de kansel te geloven voorgehouden.
Trouwens, de dienaar Gods in Delft stond ook nog eens ongegeneerd reclame voor die niet zo nette Mabel te maken. Ze was niet alleen moeder van 'prachtige dochters' - so what ?- , maar ze had hem al vóór haar huwelijk geschreven' dat 'haar vertrouwen in God zo groot was, dat, als er tegenslagen en teleurstellingen op haar pad zouden komen, haar geloof zou overwinnen'. Aan het eind van de dienst werd uit volle borst het 6e couplet van het Wilhelmus gezongen, zoals NSB-ers dat vroeger in hun glorietijd ook deden. Mabel zal best een zeer brave vrouw zijn, die oprecht gelooft dat vlees beter is dan benen, maar verder weet iedereen dat ze niet in haar eerste leugen gestikt en voor de tweede niet opgehangen is.
Trouwens, haar paapse schoonzus gaat alleen zondags naar de kathedraal als de bisschop zelf er is alsook de filmende pers, aan welk soort christendom de kerk is kapot gegaan. Geef ons dan maar liever pils-Amsberg. Toen deze eens door een journaliste van het NRC gevraagd werd of hij gelovig was, antwoordde hij recht voor zijn raap, dat hij nergens in geloofde. Rumoer in Leiden! Amsberg moest van zijn moeder de journaliste opbellen en zeggen dat hij juist zéér gelovig was en dat hij alleen verkeerd geciteerd was. De arme Laura werd bij het NRC meer dan tien jaar geboycot. Ja, ja, onze 'christelijke' vorsten zijn grote hypocrieten en de RVD zingt zijn deuntje braaf mee.

We hervatten het artikel dat in oorsprong bedoelde een vergelijking te maken tussen de wisseling van staatshoofd in de hedendaagse Duitse presidentiële republiek en het contemporaine Nederlandse monarchale staatsbestel, waar het staatsopperhoofdschap momenteel meer lijkt op een triclinium - of zo men wil op een Driestuiversopera - dan op een keurig geordende eenheid. Voor een deel is dat een verlaat gevolg van de grondwetsherziening van 1848, waarvan de mislukking in de loop van bijna twee eeuwen ons staatsrecht nog steeds zwaar - en het lijkt wel: steeds zwaarder - op de maag ligt.
Nu is er onlangs een studie verschenen van Diederick Slijkerman - op onze site reeds besproken - over de ministeriële verantwoordelijkheid, waaruit blijkt dat ongeveer elk kabinet sinds 1848 problemen had met de interpretatie van het grondwetsartikel over de onschendbaarheid, zodat het niet te verwonderen is dat onze nationale lachebek daarbij niet wil achterblijven. Vandaag of morgen kan hij best met de conclusie komen - voorzover hij dat al niet reeds gedaan heeft - dat het bedoelde artikel niet de macht van de koning tegenover de minister(s) heeft opgeheven maar juist die van de ministers tegen de koning .c.s. Zo zouden we weer terug zijn bij de situatie van vóór 1848. We behoeven nu alleen nog maar het woord 'koning' te veranderen in 'nationaal beschermheer' of zoiets en het gevaar van de dreigende komst van een gekozen staatshoofd in een republiek is afgewend.

Natuurlijk zal niemand met Slijkerman ontkennen dat de koninklijke onschendbaarheid meer een 'relatie' is tussen de verschillende constitutionele machten - staatshoofd, kabinet, parlement en electoraat - dan een vaste en dwingend voor alle gevallen voorgeschreven 'regel'.
In de loop van 160 jaren parlementaire geschiedenis zijn er talloze conflicten geweest over de grotere of mindere vormen van die onschendbaarheid. Deze conflicten betroffen echter altijd de macht van de koning, diens huis of diens familie. Het essentiële verschil tussen republikeinen en monarchalen nú betreft niet de aanwezigheid van een staatshoofd maar het feit dat deze in een monarchie erfelijk, ondemocratisch, uit zeer beperkte voorraad leverbaar en via huwelijken voor nauwelijks controleerbare ondemocratische ontwikkelingen vatbaar is.
Bovendien kunnen in een republiek van meet af gemakkelijker financiële bescheidenheid en deskundigheid worden geëist, terwijl religieuze en militaristische parafernalia marginaal zijn geworden. Republikeinen menen dat in 2012 de tijd rijp is voor een totale verandering. Vonden vroeger veranderingen plaats binnen het monarchale kader, sinds dan spreken we over een geheel andere configuratie, waarmee de vroegere grondwetsherzieningen niet meer te vergelijken zijn. Het is zelfs de vraag of een onderwerp als de onschendbaarheid van het staatshoofd na de a.s. republikeinse omwenteling ooit nog op de agenda zal verschijnen. Of 2012 inderdaad het nieuwe revolutiejaar zal worden, hangt van ons af.

Natuurlijk zullen historici-politici en het volk en de volksvertegenwoordiging nooit uit het oog verliezen dat in 1848 republikeinen/liberalen/socialisten Europa-breed de republikeinse revolutie op de conservatieven/monarchalen hebben willen bewerkstelligen. Wie echter de Nederlandse herziene grondwet van 1848 bestudeert, staat iedere keer opnieuw versteld van de hoeveelheid artikelen die uit de periode 1814-1848 letterlijk zijn overgenomen. Willem III - het model dat pils momenteel voor ogen heeft! - beriep zich voortdurend op die artikelen, zeggend dat hij lak en larie had aan dat artikel 55 en hoe dat woord 'koning' gelezen diende te worden.
Als er al in 1848 sprake geweest is van een keerpunt in de Nederlandse parlementaire geschiedenis, van een revolutie is zeker geen sprake geweest, hoogstens van een 'mislukte poging tot' met wat militair sabelgerinkel op de achtergrond. De 'grondwet van 1848' was een compromis waarover het geruzie nooit is opgehouden. Voor elk nieuw ontstaan conflict werd een 'Beschwörungs formel' gevonden en, als dat niet lukte, liet men de zaak gewoon zoals die was. Met andere woorden: in 1848 en daarna hebben de republikeinen elke strijd tegen de monarchale reactie verloren. Nu, anderhalve eeuw later, willen zij alsnog hun recht en hun gelijk halen. Geen Thorbecke en zeker geen Rutte zullen dat kunnen verhinderen. Het recente Friso-incident - waarbij een aan de premier vanwege diens verantwoordelijkheid voor de leden van het huis (niet familie) toevertrouwde dienst op eigen houtje de voorlichting aan zich trekt - zal zich vóór we hier van die hele santenkraam verlost zijn, nog wel nog wel eens vaker en in veel ernstiger vorm kunnen voordoen.

Laten we echter wèl weten: Rutte heeft, zoals gezegd, in zijn nog niet zo lange carrière al heel wat kunstjes geflikt, die ook door ons uitgekreten zijn als staatsrechtelijke onzin.
Zo zou hij naar we weten op zoek zijn gegaan naar een totaal ander art.42.2 - het vroegere 55 dus -, al zal hij hij zelf liever spreken van zoeken naar een 'eigentijdse interpretatie van de grondwet van 1848'. Het is ons echter hoe hoe langer hoe meer duidelijk dat Rutte, radicaal-monarchist die hij is, nooit zal kunnen leven met de gedachte dat uitgerekend onder zijn premierschap de hele monarchale poppenkast in elkaar zakt, nog afgezien van alle ellende die zich daaraan voorafgaand noodzakelijkerwijs zal afspelen.
Rutte denkt dan waarschijnlijk aan die nieuwe grondwet voorbereidende maandagmiddagen wanneer hij als een braaf hondje moet opdraaien en pootjes moet geven aan de hele kliek, welke hem vervolgens zal bedanken met een schop onder zijn achterwerk dan wel met een kusje van Maxima op zijn snoet. Neen, zoiets wil Rutte coûte que coûte voorkomen. Hij wil trouwens een sterk koningschap dat de grondwet van 1814/15 in volle luister herstelt. Daartoe zou hij het liefst geleerden onder leiding van de trouwe Tjeenk Willink en de CDA-brombeer Donner aan het werk zetten om het volk duidelijk te maken dat de grondwet van 1848 nimmer bedoeld heeft om de monarchie schade te berokkenen, laat staan af te schaffen, maar juist er op gericht was de republiek buiten de deur te houden.
Het is de vraag of het volk deze Nietzscheaanse Umwertung aller Werte, waarbij wit zwart wordt, de zon om de aarde draait en regen naar de wolken op zal stijgen, zal accepteren. Let wel; we spreken hier niet over het slappe zootje dat zich de volksvertegenwoordiging durft te noemen. Natuurlijk stemmen al die knipmessen vóór het 'nationale beschermheerschap' met de zelfde grondwet, waarin alleen wat benamingen veranderd zijn, en dat dan op gelijke wijze als De Volkskrant tijdens de Machangulo-affaire heeft gedaan. Maar het volk, Pro Republica en onze Republikeinse vrienden, zullen dat niet accepteren. Nooit.

Niemand die bij zijn volle verstand is wil terug naar de pre-1848se toestanden.
Wat de binnenkort uitkomende gedenkboeken - van Lubbers? - ook zullen beweren, de revolutie en de na de val van Bonaparte 'gerestaureerde' monarchieën hebben bij het Wener Congres de zoon van de laatste stadhouder hier als zetbaas achtergelaten, die zich zelf in 1815 tot koning van de Noordelijke én Zuidelijke Nederlanden heeft uitgeroepen. Dit heerschap moge in 1814/ 15 onder druk der omstandigheden een parlement en grondwet hebben gegeven, het is dwaasheid te beweren dat het Nederlandse volk aan die dynaste zijn parlementaire democratie te danken heeft. We zullen het de komende tijd wel voortdurend horen verkondigen.

Terwijl Nederland op het punt staat zich om te vormen tot een republiek, is niet de 'koningstijd' het lichtend oorbeeld maar moet de Duitse republiek ons als model dienen. En van harte.





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander