Pro Republica  republiek republikanisme AERM logo
 
Voorpagina Archief Leo Brabanticus Media-archief Boekbesprekingen Contact Links Zoeken Colofon rss Favoriet Disclaimer    
 

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.


Translate this page

Stuur dit artikel door    print-vriendelijke-versie
  

Gisteren kreeg de redactie een bijdrage opgestuurd naar aanleiding van een brief die mevr. Amsberg in 1983 kreeg van naar oudtante Marie-Adelheid, een fanatieke en vooraanstaande nazi. Hierin vraagt tante om vrijlating van de laatste twee Duitse oorlogsmisdadigers die nog in Nederland vast zaten. Aangezien de activiteiten en bemoeienissen van mevr. Amsberg zich aan het zicht onttrekken, is niet na te gaan in hoeverre het pleidooi van tante Marie-Adelheid effect heeft gesorteerd. Maar in elk geval werpt de brief een bijzonder licht op de nazi-familie van mevr. Amsberg en toont tevens aan dat ook meneer Amsberg tot de kennissenkring van de nazi-tante behoorde. Klik hier voor de originele brief.

De nazi-tante van Beatrix en de Twee van Breda
Mr. J.M.F.A. Dumoulin

Nacht van de drie van BredaIn 1983 zaten nog twee Duitse oorlogsmisdadigers in een Nederlandse cel: Ferdinand aus der Fünten en Franz Fischer, in de volksmond bekend als 'de twee van Breda'. Beiden waren oorspronkelijk ter dood veroordeeld, maar hadden van koningin Juliana gratie gekregen. Hun vonnis werd toen omgezet in levenslange hechtenis. Oorspronkelijk zaten er vier zware nazi-misdadigers in de Bredase gevangenis. In 1966 echter mocht Willy Lages vanwege een ernstige ziekte terug naar Duitsland en in 1979 overleed Joseph Kotälla in de gevangenis van Breda. Ofschoon de toenmalige minister van justitie, van Agt, serieus overwoog de beide laatst overgebleven oorlogsmisdadigers te ontslaan, werd hij daarvan afgehouden door de publieke opinie, die met heftige verontwaardiging op deze plannen reageerde. Ook in 1972, toen van Agt de vrijlating van toen nog 'de drie van Breda' voorstelde, werd het plan ontvangen met verbijstering, ongeloof en een stroom van woedende, zwaar geëmotioneerde protesten.

Wij mogen aannemen dat van Agt niet als enige worstelde met het probleem van de twee van Breda. Ook koningin Beatrix, die nog niet zolang op de troon zat, moet zich met het vraagstuk hebben bezig gehouden. Zij ontving begin september 1983 een brief van haar oudtante Marie Adelheid, Prinses zur Lippe-Biesterfeld (1895-1993). Deze tante van prins Bernhard was de assistente van Richard Walter Darré, de in Buenos Aires geboren nazi-minister van landbouw (van 1933 tot 1942). Tante Marie-Adelheid speelde een belangrijke rol in het nazibewind en was een spil van het sociale leven tijdens de Hitlerjaren. Ze schreef ook romans (o.a. Mutter Erde, 1935), gedichten en essays, vooral rond het thema 'Blut und Boden'. Na de oorlog publiceerde zij het werk van geruchtmakende holocaust-ontkenners.

Met haar uitgesproken nazi-sympathieën was Marie-Adelheid overigens geen uitzondering in de familie zur Lippe. Minstens 18 Lippes waren toegewijde nazi's. De vader van Beatrix eveneens, maar hij heeft vlak voor de oorlog uitbrak snel officieel afstand genomen van zijn nationaal-socialistische identiteit.

In haar brief aan Beatrix bepleitte de nazi-prinses de vrijlating van de laatste twee in Nederland gevangen zittende oorlogsmisdadigers op basis van humanitaire argumenten. Opvallend in de laatste alinea van de brief is de bijzondere schrijfwijze van haar leeftijd (88 jaar). De cijfers zijn namelijk zó weergegeven dat een lezer die vertrouwd is met het oude Duitse handschrift (het zogenaamde Sütterlin-schrift) er ook de letters 'HH' in kan herkennen: een afkorting van 'Heil Hitler!'

Hieronder de Nederlandse vertaling van de brief van tante Marie-Adelheid aan haar nichtje:

Marie Adelheid
Prinses Reuss-zur Lippe
Düsterntwiete 2
2000 Hamburg 53

6.IX.83

Lieve Beatrix!

Verbaas je er alsjeblieft niet over dat ik me zo informeel tot je richt. Je overgrootvader, Graaf-Regent Ernst zur Lippe, wiens standbeeld voor jouw kasteel in Detmold staat, was de broer van mijn vader Rudolf. In mijn jeugd was ik zeer intiem bevriend met je grootvader Bernhard (1872-1934) en zijn vrouw Armgard. Ik was vaak bij hen te gast in Wojnowo in kreis Züllichau en ik heb daar ook mijn latere schoonfamilie Reuss leren kennen. Zij woonden in Trebschen en waren hun buren. Jouw grootouders liggen begraven in Detmold tegenover mijn ouders en broers.

Je man heeft trouwens met mijn zoon Heinrich V Reuss (genaamd Heike) in Hamburg gestudeerd. Bij de kerstjacht 1979/80 heb ik hem nog in Friedrichsruh ontmoet bij de familie Bismarck. Tot mijn grote verdriet is hij ons een half jaar later na een ernstige ziekte voor altijd ontrukt.

Het is dus begrijpelijk dat ik jouw levensweg steeds met warme belangstelling heb gevolgd. Ook dat ik je alle goeds toewens voor je zware taak. Ik ben namelijk erg familieziek. Toch zou ik je niet met deze saaie familiegeschiedenis hebben lastiggevallen, als ik mij niet tevens verplicht voelde om je een serieus en delicaat verzoek voor te leggen. Ik weet dat het niet makkelijk is voor jou om aan dat verzoek te voldoen.

Het gaat om de twee krijgsgevangenen Franz Fischer en Ferdinand aus der Fünten, die al tientallen jaren in Breda gevangen zitten. In de ogen van de Nederlanders hebben ze dan misschien misdaden begaan, maar in onze ogen hebben ze met tegenzin hun plicht gedaan. Vind je niet dat ze daarvoor inmiddels lang genoeg hebben moeten boeten? Een misdadiger wordt tegenwoordig al na 20 jaar op vrije voeten gesteld. Deze mannen zijn echter geen misdadigers maar soldaten.

Ik denk dat jij hen gratie kunt verlenen. Dat zou ik je dan ook willen vragen. Nederland en Duitsland zijn tegenwoordig toch bondgenoten. Eindelijk, Godzijdank! Wordt het dan niet eens tijd om ook op dit punt een streep onder het verleden te zetten en twee oude, zieke mensen in hun vaderland en bij hun familie in vrede te laten sterven? Hoe harder we tegen onszelf zijn, des te milder worden we tegen onze omgeving.

Tot zover mijn oprecht verzoek aan jou, lieve Beatrix. Ik ben nu 88 jaar en wens jou en de jouwen en je vaderland vanuit de grond van mijn hart alle goeds toe.

De allerhartelijkste groeten,
je oudtante Marie Adelheid'

In januari 1989 werden Aus der Fünten en Fischer vrijgelaten uit de gevangenis. Zij keerden terug naar Duitsland, waar zij nog datzelfde jaar overleden temidden van hun familieleden, precies zoals tante Marie-Adelheid had gevraagd aan haar nichtje Beatrix.

De vragen die nu natuurlijk kunnen worden gesteld luiden:

  • zijn de twee van Breda uiteindelijk vrijgelaten omdat Beatrix dat wilde?

  • Wilde Beatrix dat omdat zij haar oudtante ter wille wenste te zijn?

  • Speelde hier de trouw aan de beruchte nazi-familie zur Lippe een grotere rol dan trouw aan Nederland?





ProRepublica doet haar uiterste best om alle rechthebbenden van tekst- en beeldmateriaal
gebruikt op deze website te achterhalen en te vermelden. Eventuele rechthebbenden die niet
vermeld zijn kunnen zich wenden tot ProRepublica. Waar gebruik is gemaakt van materiaal
van derden hebben wij getracht te achterhalen bij wie de rechten liggen volgens de
wettelijke bepalingen. Desondanks kan het voorkomen dat het materiaal niet voor publiek
gebruik is vrijgegeven. Uiteraard zullen wij dit materiaal op verzoek zo snel mogelijk
verwijderen indien daarvoor gegronde redenen bestaan.

Reageren? Momenteel is het door een technische storing niet mogelijk te reageren. Hier wordt aan gewerkt. 
Wel is het mogelijk via email te reageren. Excuses voor het ongemak.
Om te reageren klikt u HIER.
republiek republikeins koningin beatrix monarchie vs republiek rijks voorlichtingsdienst prins willem alexander